Rechtspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven 2019-01-29
ECLI:NL:CBB:2019:38
Bestuursrecht
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 17/1717 uitspraak van de meervoudige kamer van 29 januari 2019 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: F.Th.M. Peters), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. N. Turuçlu). Verweerder heeft per e-mail op 18 mei 2017 de door appellante aangemelde keuringswerkzaamheden voor het derde kwartaal afgewezen. Bij besluit van 6 oktober 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 september 2018. Appellante, vertegenwoordigd door [naam 2] , is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam 3] . Het College: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; verklaart het bezwaar van appellante tegen de e-mail van 18 mei 2017 niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333,- aan appellante te vergoeden; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.024-. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C. Stuldreher, mr. H.S.J. Albers en mr. C.C.W. Lange, in aanwezigheid van mr. A. Verhoeven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2018. w.g. S.C. Stuldreher w.g. A. Verhoeven 1. Het College gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.1 Appellante heeft op 29 maart 2017 per e-mail de door haar gewenste keuringswerkzaamheden voor het derde kwartaal aangemeld bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Onderdeel hiervan vormt het ’s nachts (vanaf 0.00 uur) slachten van de varkens gedurende zes weken in de zomer van 2017. 1.2 Op 15 mei 2017 heeft een medewerker van de NVWA appellante telefonisch medegedeeld dat de door haar aangemelde keuringswerkzaamheden in de nachtelijke uren (vanaf 0.00 uur) zijn afgekeurd. Appellante heeft hierop gereageerd per e-mail van 17 mei 2017. 1.3 Bij e-mail van 18 mei 2017 heeft verweerder het verzoek van appellante om de keuringswerkzaamheden te verschuiven naar een starttijd van 0.00 uur om in de zomer van 2017 ’s nachts te slachten, afgewezen. Appellante heeft hiertegen bij brief van 20 juni 2017 bezwaar gemaakt. Bij brief van 4 juli 2017 is deze afwijzing bevestigd. 2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van appellante ongegrond verklaard en de afwijzing van de door haar aangemelde keuringswerkzaamheden gehandhaafd. Verweerder stelt zich daarbij op het standpunt dat de aanmelding van appellante niet past binnen het planningskader van de NVWA, nu B.V. Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS) onvoldoende keuringspersoneel beschikbaar heeft voor een nachtploeg gedurende zes weken en de NVWA slechts een beperkte capaciteit heeft voor werkzaamheden buiten de reguliere tijden om. 3.1 Appellante heeft ter zitting haar verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van de afwijzing van de in geding zijnde keuringswerkzaamheden, ingetrokken. Dit verzoek behoeft derhalve geen bespreking meer. 3.2 Appellante heeft toegelicht elk jaar de door haar gewenste keuringswerkzaamheden in de nachtelijke uren in de zomerperiode overeenkomstig de thans in geding zijnde aanmelding aan te melden, maar dat deze aanmeldingen steeds worden afgewezen waardoor het voor haar niet mogelijk is om in de zomermaanden ’s nachts te slachten. Gelet hierop is het College van oordeel dat appellante nog steeds belang heeft bij een beoordeling van het bestreden besluit. 4. Appellante betoogt dat de vigerende regelgeving voorziet in het verrichten van de door haar gewenste keuringswerkzaamheden. Zij voert hiertoe aan dat zij niet verzoekt om een uitbreiding van de keuringswerkzaamheden, maar om een tijdelijke verplaatsing van deze werkzaamheden op de dagelijkse tijdbalk. Volgens appellante is het dierenwelzijn in de zomermaanden gediend met verlading en transport gedurende de nacht, kunnen medewerkers beter in de nacht werken vanwege de temperatuurverschillen en is het vlees beter koud uit te leveren door ’s nachts te slachten. Appellante wijst daarnaast op de brieven van de staatssecretaris van Economische Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 2 juli 2015 en 7 oktober 2017 inzake een tropenrooster voor keuringen in verband met het dierenwelzijn, respectievelijk het vervoer van landbouwhuisdieren op hete dagen. Appellante voert tot slot aan dat het aan de autoriteiten is om voor adequaat keuringstoezicht te zorgen en dit niet haar verantwoordelijkheid is. 5.1 De Regeling NVWA-tarieven (de Regeling), zoals deze gold ten tijde van belang, luidt als volgt: “Artikel 1 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: (…) j. openingstijd: periode van maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van algemeen erkende feestdagen, van 07.00 uur tot 18.00 uur; (…) m. werkzaamheden: onderzoeken, keuringen, administratieve voorbereiding en afwikkeling daarvan. (…) Artikel 20 1 In de volgende gevallen is de aanbieder, (…), een extra retributie verschuldigd: (…) c. de werkzaamheden vinden buiten openingstijd plaats; (…) Artikel 26 (…) 3 In afwijking van het eerste en tweede lid, meldt de aanbieder de werkzaamheden die hij op een zaterdag, zondag, algemeen erkende feestdag, onderscheidenlijk op een werkdag tussen 18.00 uur en 06.00 uur wenst te laten verrichten, schriftelijk bij de NVWA, uiterlijk twee weken vóór de werkdag voorafgaand aan de dag van de voorgenomen uitvoering van de werkzaamheden zoals deze zijn aangemeld. (…) 5 In de volgende gevallen zullen de aangevraagde werkzaamheden niet worden uitgevoerd op de daartoe aangevraagde dag, en dient de aanbieder voor de uitvoering van die werkzaamheden een nieuwe aanvraag in te dienen: a. de werkzaamheden, bedoeld in het eerste, tweede, derde, onderscheidenlijk vierde lid, zijn later aangemeld dan de werkdag en het tijdstip, bedoeld in het eerste, tweede, derde, onderscheidenlijk vierde lid; b. de werkzaamheden, bedoeld in het eerste, tweede, onderscheidenlijk derde lid, nemen meer tijd in beslag dan is aangemeld op grond van artikel 27, eerste lid, onderdelen c en d. (…) Artikel 27 1 De melding, bedoeld in artikel 26, eerste, tweede, onderscheidenlijk derde lid, omvat ten minste: a. de soorten te verrichten bedrijfsactiviteiten; b. de soorten en hoeveelheden van de goederen; c. de datum en het tijdstip waarop de bedrijfsactiviteiten naar verwachting zullen aanvangen; d. de datum en het tijdstip waarop de bedrijfsactiviteiten naar verwachting zullen eindigen, en e. de locatie(s) waarop de bedrijfsactiviteiten dienen plaats te vinden. (…)” 5.2 Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder besluit verstaan: een schriftelijk beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 6.1 Het College ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of het door verweerder afwijzen van de door appellante aangemelde keuringswerkzaamheden voor het ‘s nachts (vanaf 0.00 uur) slachten van de varkens gedurende zes weken in de zomer van 2017, een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het College beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt dienaangaande het volgende. 6.2.1 De Regeling strekt blijkens de toelichting hierop (Stcrt. 2014, 5623) tot vaststelling van een stelsel voor de tarieven voor keurings- en controlewerkzaamheden door de NVWA. De Regeling heeft dan ook rechtstreeks tot gevolg dat appellante voor de door haar aangemelde keuringswerkzaamheden extra retributie zou zijn verschuldigd, omdat deze werkzaamheden buiten de openingstijden plaats zouden vinden. Noch uit de tekst van de Regeling noch uit de toelichting hierop blijkt dat deze mede tot doel heeft om, los van de regeling van de tarieven, een regelgevend kader te bieden voor de planning van de keuringswerkzaamheden van de officiële dierenartsen van de NVWA en de officiële assistenten van KDS die met deze werkzaamheden zijn belast. Uit Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn, waarop de Regeling is gebaseerd, volgt ook niet dat een lidstaat een (publiekrechtelijk) systeem voor het plannen van keurings- dan wel controlewerkzaamheden in het leven moet roepen. 6.2.2 De Regeling bevat wel enkele aanwijzingen ten behoeve van het plannen van de keurings- dan wel controlewerkzaamheden. Zo dient de aanbieder op grond van artikel 26 van de Regeling tijdig een melding te doen en omvat deze melding ten minste de in artikel 27 van de Regeling genoemde aspecten.