Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2017-02-21
ECLI:NL:GHAMS:2017:469
Civiel recht
1.1. Appellant (hierna: de gerechtsdeurwaarder) heeft op 2 december 2016 een beroepschrift - met bijlage - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 3 november 2016. 1.2. De kamer heeft in de bestreden beslissing - voor zover hier relevant - op grond van artikel 38 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet, de gerechtsdeurwaarder met ingang van 3 november 2016 voor een periode van zes maanden geschorst, in afwachting van haar beslissing op de klacht met nummer 1147.2016. 1.3. Van de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is op 6 februari 2017 een faxbericht ter griffie van het hof ingekomen, waarin hij het hoger beroep namens de gerechtsdeurwaarder intrekt. Nu de gerechtsdeurwaarder het hoger beroep heeft ingetrokken, kan de gerechtsdeurwaarder niet in het beroep worden ontvangen. ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.204.857/01 GDW nummer eerste aanleg : 1147.2016 inzake [gerechtsdeurwaarder] , gerechtsdeurwaarder te [plaats] , appellant, gemachtigde: mr. C.M. van der Burg, advocaat te Zoetermeer. Het hof verklaart de gerechtsdeurwaarder niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2017 door de rolraadsheer.