ECLI:NL:GHAMS:2019:1189
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004443-16
datum uitspraak: 5 april 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 december 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-845127-15 tegen
[verdachte 9],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,
adres: [adres verdachte 9].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 februari 2018, 7 maart 2018, 19 februari 2019, 21 februari 2019, 22 februari 2019, 4 maart 2019, 5 maart 2019 en 22 maart 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
[zaak B] en/of [zaak C] en/of [zaak D] in of omstreeks de periode van 14 maart 2013 tot en met 25 september 2014 te Amsterdam en/of te Breda, althans in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, hierin bestaande dat [zaak B] en/of [zaak C] en/of [zaak D], op meerdere tijdstippen in voormelde periode telkens heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen
-een Partij Princess (stofzuigers, friteuses en grillen) en/of acht palletwagens en/of vier BBQ Bcook Brahma en/of twee laptops HP en/of drie computers HP geleverd door [zaak 1] (DOC-084, pg. 17 tot en met 19);
en/of
-zes vaatwassers Whirlpool (WP) en/of vijf koelkasten Whirlpool (WP) geleverd door [zaak 8] (DOC-084, pg. 1 tot en met 11);
en/of
-drie Intergas Kombi-Kompakt HRE 28/24 en/of 270 LED Lampen Phillips en/of 430 TL LED Tubes 120cm en 150cm en/of 125 LED TL 60cm, 120cm en 150cm geleverd door [zaak 21] (DOC-084, pg. 12 tot en met 16)
in elk geval enig goed, terwijl [zaak B] en/of [zaak E] ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) telkens wist(en) dat dit/deze door enig misdrijf was/waren verkregen,
tot welk feit verdachte opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke verboden gedraging(en) verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
en/of
hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2013 tot en met 25 september 2014 te Amsterdam en/of te Breda, althans in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, hierin bestaande dat verdachte op meerdere tijdstippen in voormelde periode telkens heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen
-een Partij Princess (stofzuigers, friteuses en grillen) en/of acht palletwagens en/of vier BBQ Bcook Brahma en/of twee laptops HP en/of drie computers HP geleverd door [zaak 1] (DOC-084, pg. 17 tot en met 19);
en/of
-zes vaatwassers Whirlpool (WP) en/of vijf koelkasten Whirlpool (WP) geleverd door [zaak 8] (DOC-084, pg. 1 tot en met 11),
en/of
-drie Intergas Kombi-Kompakt HRE 28/24 en/of 270 LED Lampen Phillips en/of 430 TL LED Tubes 120cm en 150cm en/of 125 LED TL 60cm, 120cm en 150cm geleverd door [zaak 21] (DOC-084, pg. 12 tot en met 16)
in elk geval enig goed, terwijl verdachte ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) telkens wist dat dit/deze door enig misdrijf was/waren verkregen;
Subsidiair:
[zaak B] en/of [zaak C] en/of [zaak D] in of omstreeks de periode van 14 maart 2013 tot en met 25 september 2014 te Amsterdam en/of te Breda, althans in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, hierin bestaande dat [zaak B] en/of [zaak C] en/of [zaak D], op meerdere tijdstippen in voormelde periode telkens heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen
-een Partij Princess (stofzuigers, friteuses en grillen) en/of acht palletwagens en/of vier BBQ Bcook Brahma en/of twee laptops HP en/of drie computers HP geleverd door [zaak 1] (DOC-084, pg. 17 tot en met 19);
en/of
-zes vaatwassers Whirlpool (WP) en/of vijf koelkasten Whirlpool (WP) geleverd door [zaak 8] (DOC-084, pg. 1 tot en met 11),
en/of
-drie Intergas Kombi-Kompakt HRE 28/24 en/of 270 LED Lampen Phillips en/of 430 TL LED Tubes 120cm en 150cm en/of 125 LED TL 60cm, 120cm en 150cm geleverd door [zaak 21] (DOC-084, pg. 12 tot en met 16)
in elk geval enig goed, terwijl [zaak B] en/of [zaak E] ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) telkens wist(en) dan wel redelijkerwijs kon(den) vermoeden dat dit/deze door enig misdrijf was/waren verkregen,
tot welk feit verdachte opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke verboden gedraging(en) verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
en/of
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 maart 2013 tot en met 25 september 2014 te Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen
-een Partij Princess (stofzuigers, friteuses en grillen) en/of acht palletwagens en/of vier BBQ Bcook Brahma en/of twee laptops HP en/of drie computers HP geleverd door [zaak 1] (DOC-084, pg. 17 tot en met 19);
en/of
-zes vaatwassers Whirlpool (WP) en/of vijf koelkasten Whirlpool (WP) geleverd door [zaak 8] (DOC-084, pg. 1 tot en met 11),
en/of
-drie Intergas Kombi-Kompakt HRE 28/24 en/of 270 LED Lampen Phillips en/of 430 TL LED Tubes 120cm en 150cm en/of 125 LED TL 60cm, 120cm en 150cm geleverd door [zaak 21] (DOC-084, pg. 12 tot en met 16)
in elk geval enig goed, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) telkens wist dan wel redelijkerwijs kon vermoeden dat dit/deze door enig misdrijf was/waren verkregen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Het hof overweegt in dit verband ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde dat sprake is van een kennelijke schrijffout, voor zover bij het eerste cumulatief/alternatief (opdracht geven tot dan wel feitelijk leidinggeven aan) “gewoonteheling” abusievelijk is blijven staan, waar kennelijk bedoeld was (opdracht geven tot respectievelijk feitelijk leidinggeven aan) opzet- c.q. schuldheling ten laste te leggen. Het hof heeft daarbij gelet op de materiële samenhang met het primair ten laste gelegde feit, waarin (opdracht geven tot dan wel feitelijk leidinggeven aan) een gewoonte maken van opzetheling reeds als verwijt is neergelegd.
Het hof verstaat de tenlastelegging aldus dat in het subsidiaire feit, eerste alternatief/cumulatief is ten laste gelegd: het opdracht geven tot dan wel feitelijk leidinggeven aan door een of meer rechtspersonen gepleegde opzet- c.q. schuldheling. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging, nu het de verdachte steeds duidelijk is geweest op welk strafbaar feit het subsidiair ten laste gelegde ziet en wat hem daarin verweten wordt.
Het hof constateert dat de tenlastelegging ziet op de goederen die vermeld staan op de zich in het dossier onder de nummers DOC-084, pagina’s 1 tot en met 19 bevindende facturen. Deze betreffen telkens facturen gericht aan [zaak E], de besloten vennootschap van de verdachte. Het hof gaat er, gezien de inhoud van deze documenten en de verklaringen van onder meer de verdachte, van uit dat de verdachte en/of [zaak E] de op de facturen vermelde goederen heeft gekocht.
Een nadere beschouwing van deze facturen levert het volgende beeld op:
- op 14, 15 en 16 maart 2013 heeft de verdachte stofzuigers, friteuses, grillen, palletwagens, barbecues, laptops en computers gekocht van [zaak 1] voor een totaalbedrag van € 10.043,- inclusief B.T.W. Blijkens de op deze goederen betrekking hebbende facturen (DOC-084, pagina’s 17 tot en met 19) zijn deze goederen contant betaald;
in de periode van 25 juli 2014 tot en 23 september 2014 heeft de verdachte LED-lampen gekocht van [zaak 21]. Deze lampen zijn gefactureerd middels 4 facturen (DOC-084, pagina’s 12 tot en met 16). Op de facturen is telkens het totaalbedrag gesplitst in een bedrag met de vermelding “contant betaald” en een bedrag met de vermelding “te betalen”;
op 25 september 2014 heeft de verdachte zes vaatwassers en vijf koelkasten gekocht van [zaak 8] voor een totaalbedrag van € 3.850,- inclusief B.T.W. Blijkens de op deze goederen betrekking hebbende facturen (DOC-084, pagina’s 1 tot en met 11) zijn deze goederen contant betaald.
Uit de processtukken blijkt dat [zaak 1], [zaak 21] en [zaak 8] vennootschappen waren die in de ten laste gelegde periode gebruikt werden bij het op grote schaal kopen van goederen zonder betaling en het vervolgens snel doorverkopen van die goederen. Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de goederen die blijkens de facturen zijn geleverd aan (het bedrijf van) de verdachte afkomstig waren van misdrijf. Dat is door de verdediging ook niet weersproken. De vraag is echter of de verdachte van die criminele herkomst wist, dan wel deze redelijkerwijs had moeten vermoeden. Het hof overweegt daarover als volgt.
Uit de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep blijkt dat de verdachte over een langere periode een groot aantal goederen heeft gekocht van in elk geval [verdachte 1] en aan hem gelieerde ondernemingen. Het hof sluit op basis van de tapgesprekken die zich in het dossier bevinden, niet uit dat de verdachte één of meer van de van [verdachte 1] betrokken goederen voor een lage tot zeer lage prijs heeft ingekocht. Aanleiding hiervoor vindt het hof onder meer in het tapgesprek van 23 oktober 2014 te 16:19 uur (TAP 08-186), waaruit – zakelijk weergegeven – volgt dat [verdachte 1] een grote partij Tl-buizen met een inkoopwaarde van € 15,- per stuk aan de verdachte aanbiedt voor € 5,- per stuk en een partij airco’s met een verkoopwaarde van € 1.400,- per stuk voor € 300,- per stuk. Het hof merkt ten aanzien van deze goederen ten overvloede op dat deze geen onderdeel uitmaken van de tenlastelegging. Dat neemt overigens niet weg dat die transacties kunnen bijdragen aan de bewijsvoering.
Daarnaast blijkt uit diverse verklaringen van [verdachte 1] en [verdachte 2], zoals afgelegd bij de FIOD en als getuigenverklaring ter terechtzitting in hoger beroep in de zaak tegen de verdachte, dat de door hen door middel van flessentrekkerij verworven goederen in zijn algemeenheid voor 35 tot 50% van de inkoopwaarde (het hof begrijpt: de door hun leveranciers gefactureerde prijs) werden verkocht aan diverse afnemers.
De verdachte lijkt op basis van de tapgesprekken een enkele keer te bepalen hoe de facturen moeten worden opgemaakt ten aanzien van de betaalwijze. Uit het tapgesprek van 27 oktober 2014 te 19:23 uur (TAP 08-501) blijkt immers dat de verdachte desgevraagd aan [verdachte 1] meedeelt op welke wijze een totaalbedrag dient te worden gesplitst in een bedrag per bank en een bedrag contant. Dit zijn belastende feiten en omstandigheden die in samenhang met ander gepresenteerd bewijs kunnen strekken tot de conclusie dat het ten laste gelegde toereikend is bewezen.
Het dossier bevat geen tapgesprekken die de ten laste gelegde periode bestrijken dan wel betrekking hebben op de litigieuze goederen. Ook zien de door [verdachte 1] en [verdachte 2] afgelegde verklaringen blijkens hun inhoud niet in het bijzonder op de tenlastelegging. Weliswaar is door [verdachte 1] en [verdachte 2] in diverse verklaringen bij de FIOD en ter terechtzitting als getuige in de zaak tegen de verdachte verklaard dat de verdachte goederen ‘scherp’ kon inkopen bij [verdachte 1] en [verdachte 2], echter voor welke prijs de verdachte de ten laste gelegde goederen van [verdachte 1] en [verdachte 2] heeft gekocht, blijkt hieruit niet.
De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, te weten de tapgesprekken en de verklaringen van [verdachte 1] en [verdachte 2], kunnen echter wel dienen ter ondersteuning van ander bewijsmateriaal met betrekking tot het ten laste gelegde en de wetenschap van de verdachte over de criminele herkomst van die goederen ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan.
In dat kader overweegt het hof dat uit het dossier niet zonder meer blijkt dat de verdachte wist dat de aan hem geleverde goederen van misdrijf afkomstig waren. De goederen vermeld op de betreffende facturen (DOC-084, pagina’s 1 tot en met 19) zijn slechts in algemene termen weergegeven; type-aanduidingen ontbreken. Hierdoor is niet exact duidelijk welke goederen zijn geleverd, hetgeen voor een inschatting van een reële prijs wel noodzakelijk is. Dit klemt temeer nu een vergelijking met een reële waarde van soortgelijke goederen in het dossier niet is aangetroffen noch anderszins mogelijk is, zodat het hof geen op bewijsmiddelen gefundeerde conclusies kan trekken met betrekking tot de door de verdachte betaalde, uit de facturen blijkende, prijs.
Het dossier ontbeert voorts getuigenverklaringen waaruit blijkt dat de verdachte deze wetenschap van de criminele herkomst had. Desgevraagd heeft [verdachte 1] als getuige ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij ervan uitging dat de verdachte wist dat de goederen van misdrijf afkomstig waren, maar waaruit hij dat afleidde, heeft [verdachte 1] -ook na daarnaar meermalen gevraagd te zijn- niet nader kunnen duiden. Het kon, volgens [verdachte 1], in elk geval niet afgeleid worden uit de prijzen die waren afgesproken.
Een aanknopingspunt voor de wetenschap dat de goederen van misdrijf afkomstig waren, zou gevonden kunnen worden in de wijze van facturering door [zaak 21]. Immers, op deze facturen is telkens vermeld dat een deel van het totaalbedrag contant is betaald en een ander deel per bank dient te worden voldaan, terwijl [verdachte 1] in zijn schriftelijke verklaring van 21 januari 2016 heeft vermeld dat de contante bedragen op de facturen dienden om de factuur hoger te maken “omdat hij (het hof begrijpt: de verdachte”) dan verantwoord zou hebben gekocht”. Naar de betekenis van deze passage is [verdachte 1] ter terechtzitting in hoger beroep als getuige nader bevraagd. [verdachte 1] verklaarde hieromtrent dat de verdachte de goederen soms contant betaalde en soms per bank. Het factuurbedrag werd soms in overleg met de verdachte hoger gemaakt dan in werkelijkheid is betaald. Gevraagd naar de reden daarvan heeft [verdachte 1] geantwoord dat dat wellicht was in verband met de B.T.W. Dat er hogere bedragen op de facturen waren vermeld, dan er daadwerkelijk betaald werden teneinde te verbloemen dat de goederen voor een te laag bedrag werden ingekocht, is noch door [verdachte 1] noch door anderen verklaard. Het hof leidt hieruit af dat die schriftelijke verklaring d.d.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. R.M. Steinhaus en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van mr. N.R. Achterberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 april 2019.