Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2014-10-21
ECLI:NL:GHARL:2014:8231
Civiel recht
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, kantonrechter, locatie Utrecht 2534388) beschikking van de tweede civiele kamer van in de zaak van de stichting Stichting Portaal, gevestigd te Utrecht, appellante, hierna: , advocaat: mr. J.D. van Vlastuin, tegen: [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats], geïntimeerde, hierna: , advocaat: mr. E. Weijer. Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de beschikking van 13 december 2013 die de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht) tussen Portaal als verwerende partij en [geïntimeerde] als verzoekende partij heeft gewezen. 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: ■ het beroepschrift d.d. 13 maart 2014, ■ het verweerschrift, ■ de mondelinge behandeling van 22 september 2014, waarbij de schriftelijke aantekeningen van mr. Van Vlastuin aan het proces-verbaal zijn gehecht. 2.2 Vervolgens heeft het hof beschikking bepaald op heden. 3De vaststaande feiten Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.3 van de bestreden beschikking. Het hof, recht doende in hoger beroep: stelt [geïntimeerde] in de gelegenheid een akte te nemen, uiterlijk op 18 november 2014, voor het geven van de informatie als bedoeld in 4.8 en 4.12, houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mrs. F.J. de Vries, D. Stoutjesdijk en J.G.J. Rinkes, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2014. 4.1 In het kort gaat het om het volgende. [geïntimeerde] huurt een woning van Portaal aan de [adres] te [woonplaats]. Zij ontvangt, naast een Wwb-uitkering, onder meer een huurtoeslag van de Belastingdienst/Toeslagen van € 195,- per maand. Zij heeft een huurachterstand laten ontstaan. Bij vonnis van 28 november 2011 van de kantonrechter van de rechtbank Arnhem, locatie Arnhem, is zij veroordeeld deze achterstand aan Portaal te voldoen. Nadien hebben partijen een betalingsregeling getroffen die [geïntimeerde] niet is nagekomen. Portaal heeft op 19 december 2012 executoriaal beslag onder de Belastingdienst/Toeslagen gelegd tot verhaal van de huurachterstand die op dat moment volgens de deurwaarder € 1.945,79 bedroeg, vermeerderd met kosten en verminderd met een betaling van € 600,-. [geïntimeerde] heeft op 13 november 2013 de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, verzocht te bepalen dat Portaal de beslagvrije voet moet toepassen bij het beslag op de huurtoeslag en dat € 0,- van de huurtoeslag onder het beslag valt. De kantonrechter heeft het verzoek in de bestreden beschikking toegewezen. Portaal is daarvan in hoger beroep gekomen onder aanvoering van twee grieven die het gehele geschil aan het hof voorleggen. Ten tijde van de mondelinge behandeling in hoger beroep bedroeg de schuld ongeveer € 400,-. 4.2 Grief 1 betreft de principiële - door de kantonrechter in bevestigende zin beantwoorde - vraag of de huurtoeslag een vordering tot weerkerende betalingen is in de zin van artikel 475f Rv, waarover een beslagvrije voet kan worden toegepast. Grief 2 gaat over de berekening van de beslagvrije voet, als aangenomen moet worden dat de huurtoeslag zich leent voor vaststelling van een beslagvrije voet. 4.3 Grief 1 is ongegrond, omdat de beslissing van de kantonrechter juist is. De in de toelichting op artikel 475f Rv genoemde voorbeelden van weerkerende betalingen (betalingen aan pensionhouders en kunstenaars) zijn niet limitatief. Daarmee is dus niet uitgesloten dat andere periodieke betalingen, waaronder de huurtoeslag, binnen de reikwijdte van het artikel vallen. 4.4 Artikel 475f Rv is op 1 april 1991 in werking getreden. Toeslagen als de huurtoeslag bestonden toen nog niet. Dat zij daarom niet zijn vermeld in de toelichting op het artikel, valt daaruit te verklaren en vormt geen argument voor het uitzonderen van de huurtoeslag van de vaststelling van een beslagvrije voet. De huurtoeslag, die als zodanig bestaat sinds 1 september 2005, is een tegemoetkoming in de woonlasten die met name afhankelijk is van de draagkracht van de rechthebbende en de omvang van de woonlasten (artikel 7 e.v. Wet op de huurtoeslag; hierna afgekort tot Wht). De tegemoetkoming wordt bij beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen toegekend en als voorschot maandelijks aan de rechthebbende uitgekeerd (artikelen 14 en 16 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, hierna: Awir). Uitbetaling vindt plaats op een door de rechthebbende opgegeven bankrekeningnummer (art. 25 Awir). De beschikkingen van de Belastingdienst/Toeslagen verlenen de rechthebbende een vordering tot uitkering van de tegemoetkoming en voorschotten. De huurtoeslag is daarom een vordering van de schuldenaar tot weerkerende betalingen, als bedoeld in artikel 475f Rv. Er is geen reden om aan te nemen dat de ratio van artikel 475f Rv zich ertegen verzet dat een beslagvrije voet over de huurtoeslag wordt vastgesteld, voor zover de schuldenaar onvoldoende andere middelen van bestaan heeft. Relevant in deze discussie is dat staatssecretaris Teeven in zijn brief aan de waarnemend Ombudsman van 13 maart 2014, kenmerk 477873, op p. 3/4 heeft bevestigd dat de schuldenaar bij onvoldoende middelen om in zijn bestaan te voorzien de kantonrechter kan verzoeken de beslagvrije voet toe te passen op bijvoorbeeld de huurtoeslag. 4.5 De door Portaal verdedigde opvatting dat tot het begrip weerkerende betalingen slechts overige inkomsten uit arbeid moeten worden verstaan, acht het hof in het licht van het voorgaande te beperkt. Er is geen aanknopingspunt te vinden voor de stelling dat in artikel 475f Rv, anders dan in artikel 475c Rv, slechts weerkerende betalingen ter zake van overige inkomsten uit arbeid zouden zijn bedoeld. 4.6 In artikel 79.5a Leidraad invordering 2008 is verder het beleid opgenomen dat als de belanghebbende voldoende aannemelijk maakt dat de beslagvrije voet is aangetast, de Belastingdienst/Toeslagen rekening zal houden met de beslagvrije voet bij verrekening van een terugvordering met een voorschot of tegemoetkoming. Het argument van Portaal dat de Belastingdienst bij verrekening geen rekening behoeft te houden met de beslagvrije voet, is daarom onjuist, nog daargelaten dat ander beleid van de Belastingdienst niet doorslaggevend zou zijn voor de beslissing over de uitleg van artikel 475f Rv. Bovendien blijkt uit de door Portaal overgelegde toelichting bij artikel 30 Awir, waarin de verrekeningsbevoegdheid van de Belastingdienst/Toeslagen is verankerd, dat anders dan zij stelt, de Belastingdienst/ Toeslagen nu juist wel de beslagvrije voet zal respecteren bij toepassing van haar verrekeningsbevoegdheid (Kamerstukken II 2004/05, 29 764, nr. 3, p. 57). 4.7 Portaal heeft ten slotte gewezen op de ongewenste consequentie van het bepalen van een beslagvrije voet over de huurtoeslag, namelijk dat [geïntimeerde] deze kan aanwenden voor andere uitgaven dan de huur, zodat de huurachterstand zelfs verder kan oplopen. Wat er in het algemeen van dit argument zij, in dit geval kan het Portaal niet baten. Uit de als bijlage bij productie 11 bij het inleidende verzoekschrift overgelegde uitkeringsspecificatie van de gemeente Arnhem over juli 2013 blijkt dat de gemeente de huur inhoudt op de uitkering en - naar mag worden aangenomen - aan Portaal betaalt. Daarmee is verzekerd dat de bestaande huurschuld niet verder oploopt. 4.8 Omdat grief 1 niet slaagt, komt het hof toe aan grief 2, waarin de berekening van de beslagvrije voet aan de orde is. Het hof hanteert de volgende uitgangspunten. De beslagvrije voet wordt berekend aan de hand van een aantal factoren die aan wijziging onderhevig zijn, zoals de Wwb-uitkering, de huur, de toeslagen, etc. Het inleidende verzoekschrift is gedateerd op 13 november 2013. Bij de beslissing over de toepassing van de beslagvrije voet moet telkens rekening worden gehouden met die wijzigingen vanaf die datum. Het hof zal [geïntimeerde] in de gelegenheid stellen bij akte berekeningen over te leggen waarin telkens per periode van wijziging tot wijziging van een van de variabelen wordt uitgerekend wat de eventuele beslagvrije voet over de huurtoeslag zou moeten zijn. Zij kan daarbij gebruik maken van het model op www.schuldinfo.nl, nu dat een algemeen gebruikt model is. Portaal kan daarop bij antwoordakte reageren. 4.9 Tussen partijen is niet in geschil dat de woonkosten, als bedoeld in artikel 475d lid 5 aanhef en sub b Rv, worden berekend aan de hand van de rekenhuur, als bedoeld in artikel 5 Wht, dat wil zeggen de kale huur, vermeerderd met de servicekosten, zoals beschreven in lid 3 van dat artikel. Ook het model van www.schuldinfo.nl gaat daarvan uit. Het hof acht dit een correcte uitwerking van het begrip woonkosten en zal deze verder ook hanteren. Concreet betekent dit dat de door Portaal in rekening gebrachte kosten voor gemeenschappelijke elektriciteit, het glasfonds, de alarminstallatie, het schoonmaken en het abonnement huurdersonderhoud als servicekosten bij de kale huur kunnen worden opgeteld tot de in artikel 5 lid 3 Wht genoemde maxima. 4.10 Anders dan [geïntimeerde] heeft aangevoerd, dient de zorgtoeslag verrekend te worden met de premie zorgverzekering.
Toegepaste wetsartikelen
- Artikel 25 — Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
- Artikel 45 — Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
- Artikel 475f — De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
- Artikel 30 — Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
- Artikel 5 — Wet op de huurtoeslag
- Artikel 14 — Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
- Artikel 1 — Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
- Artikel 475c — De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
- Artikel 16 — Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
- Artikel 475d — De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad