Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2022-11-02
ECLI:NL:GHARL:2022:9809
Strafrecht
Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001039-20 Uitspraak d.d.: 2 november 2022 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 25 februari 2020 met parketnummer 05-740068-19 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats] Het hoger beroep Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 2 november 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen naar voren is gebracht door de advocaat-generaal en verdachte en zijn raadsman, mr. Y. Quint, advocaat te Eindhoven. Procesgang en inleidende overwegingen Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijke overtreding van artikel 10.2 van de Wet milieubeheer. Ingevolge artikel 1a van de Wet op de economische delicten betreft dit een economisch delict. Verdachte is in eerste aanleg gedagvaard voor de commune meervoudige kamer van de rechtbank, die de zaak tegen verdachte gelijktijdig maar niet gevoegd heeft behandeld met de strafzaken tegen medeverdachten aan wie alleen commune of in elk geval niet alleen economische delicten zijn ten laste gelegd. Verdachte is voor het ten laste gelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Het hof heeft vóór aanvang van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak in hoger beroep per e-mail aan de raadsman en de advocaat-generaal laten weten de bevoegdheid van de commune meervoudige kamer van de rechtbank ter terechtzitting aan de orde te stellen. Ter terechtzitting is gebleken dat het hoger beroep enkel is gericht tegen de opgelegde straf. De gelijktijdige vervolging met medeverdachten - aan wie naast een economisch delict ook of alleen commune delicten zijn ten laste gelegd - kan een relatieve bevoegdheid maar geen absolute bevoegdheid creëren. De samenhang met andere, commune, strafbare feiten die het ingevolge artikel 39, tweede lid, van de Wet op de economische delicten mogelijk maakt dat een andere dan een economische kamer zich bevoegd acht in geval van tenlastelegging van een economisch delict, is naar het oordeel van het hof de samenhang binnen één tenlastelegging en niet de samenhang met zaken van andere verdachten die als deelnemers terechtstaan. Gelet op de tenlastelegging van uitsluitend een economisch delict moet de commune meervoudige kamer van de rechtbank in beginsel onbevoegd worden verklaard. Uit proceseconomische overwegingen en omdat het hof de zaak behandelt als commune kamer maar de bezetting van deze kamer overeenstemt met die van de economische meervoudige kamer als bedoeld in artikel 64 van de Wet op de rechterlijke organisatie, is de verdediging en de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep in overweging gegeven om de mogelijkheid van een procesafspraak met een gezamenlijk afdoeningsvoorstel te verkennen. De advocaatgeneraal en de raadsman en verdachte hebben tijdens een onderbreking van het onderzoek ter terechtzitting de mogelijkheid daarvan besproken. Na hervatting van het onderzoek ter terechtzitting hebben de advocaatgeneraal en de raadsman een gezamenlijk afdoeningsvoorstel gepresenteerd. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en met inachtneming van het afdoeningsvoorstel van de verdediging en de advocaat-generaal opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 3 augustus 2018 te [plaats] tezamen en in vereniging met (een) ander(en), dan wel alleen, al dan niet opzettelijk, zich van afvalstoffen heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, of anderszins op of in de bodem te brengen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s): een IBC vat (van 600 liter) met (restanten) van (gevaarlijke/chemische) afvalstoffen, althans afval afkomstig van de vervaardiging van amfetamine uit BMK, gestort en/of achtergelaten en/of anderszins op of in de bodem gebracht aan [adres 1] . Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Het ter terechtzitting in hoger beroep gepresenteerde afdoeningsvoorstel De advocaat-generaal en de verdediging hebben overeenstemming bereikt over de wijze van afdoening van deze strafzaak. Het gezamenlijke voorstel houdt in dat: de commune meervoudige kamer van de rechtbank niet onbevoegd wordt verklaard; aan verdachte voor het ten laste gelegde feit een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand met een proeftijd van twee jaar wordt opgelegd; beide partijen afzien van de mogelijkheid tot het instellen van beroep in cassatie. Verdachte heeft bevestigd te willen meewerken aan het afdoeningsvoorstel en te begrijpen dat dit betekent dat hij afstand doet van zijn verdedigingsrechten inclusief het recht op beroep in cassatie als het hof conform het afdoeningsvoorstel arrest wijst. Overweging met betrekking tot het bewijs Het hof is van oordeel dat het ten laste gelegde wordt bewezen door de gebezigde bewijsmiddelen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 3 augustus 2018 te [plaats] tezamen en in vereniging met ( een ) ander (en), dan wel alleen, al dan niet opzettelijk, zich van afvalstoffen heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, of anderszins op of in de bodem te brengen, immers heeft /hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) : een IBC vat (van 600 liter) met (restanten) van (gevaarlijke/chemische) afvalstoffen, althans afval afkomstig van de vervaardiging van amfetamine uit BMK , gestort en /of achtergelaten en/of anderszins op of in de bodem gebracht aan [adres 1] . Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand. Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis. Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet al op een andere straf in mindering is gebracht. Aldus gewezen door mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter, mr. M.L. Plas en mr G. Voorhorst, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. B. van Leeuwen, griffier, en op 2 november 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.