Rechtspraak 2006-08-09
ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6000
ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6000 text/xml public 2025-03-22T19:08:46 2013-04-05 Raad voor de Rechtspraak nl AY6000 Gerechtshof 's-Gravenhage 2006-08-09 05/501 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Civiel recht Rechtspraak.nl NJF 2006, 499 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6000 text/html public 2013-04-05T00:24:48 2006-08-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6000 Gerechtshof 's-Gravenhage , 09-08-2006 / 05/501 Abstracte toetsing van algemene voorwaarden van de KNVB (artikel 6:240 BW). Onder meer: beding met betrekking tot opleggen stadionverbod niet onredelijk bezwarend. Uitspraak: 9 augustus 2006 Rolnummer: 05/501 HET GERECHTSHOF 'S-GRAVENHAGE, derde civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid SAMENWERKENDE ORGANISATIES VOETBALSUPPORTERS, gevestigd te Nijmegen, eiseres, hierna te noemen: SOVS, procureur: mr. H.C. Grootveld, tegen de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND, gevestigd te Zeist, gedaagde, hierna te noemen: KNVB, procureur: mr. M.F. Baaij. Het geding Bij exploot van 29 maart 2005 heeft SOVS KNVB op de voet van de artikelen 6:240 en 6:241 BW voor dit hof gedagvaard en gevorderd dat het hof bij uitspraak, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. verklaart voor recht dat de in de dagvaarding aangehaalde bedingen (artikelen 1 sub b en c, 2, 3 lid 4, 4 lid 2, 8 leden 6 en 8, 10 leden 1-3 en 6, 11) in de door KNVB (en Betaald Voetbalorganisaties) gehanteerde standaardvoorwaarden als onredelijk bezwarend moeten worden aangemerkt, alsmede daarbij op de voet van artikel 6: 241 lid 4 BW aan te geven op welke wijze het onredelijk bezwarende karakter van deze bedingen kan worden weggenomen; II. KNVB verbiedt om binnen 48 uur na betekening van het in dezen te wijzen arrest gebruik te maken van door het hof ingevolge de vordering onder 1 als onredelijk bezwarend aangemerkte bedingen, op straffe van verbeurte van een dwangsom; III. KNVB veroordeelt om het in dezen te wijzen arrest, binnen 48 uur na de betekening daarvan, op kosten van KNVB en op door het hof te bepalen wijze te publiceren in de bekende landelijke dagbladen en op de website van KNVB, op straffe van verbeurte van een dwangsom; IV. de beslissing neemt die het hof in goede justitie vermeent te behoren, en V. KNVB veroordeelt in de kosten van de procedure. KNVB heeft de vordering van SOVS bij conclusie van antwoord bestreden. Vervolgens heeft SOVS een conclusie van repliek en KNVB een conclusie van dupliek genomen. Ter zitting van 31 mei 2006 hebben partijen hun zaak doen bepleiten, SOVS door mr. P.M. Kits, advocaat te Eindhoven, en KNVB door mr. D.J. Beenders, advocaat te ’s-Gravenhage. De raadslieden van beide partijen hebben zich daarbij bediend van pleitnota’s, welke aan het hof zijn overgelegd. Ten slotte hebben partijen hun procesdossiers ingediend en arrest gevraagd. De vaststaande feiten Tussen partijen staat het volgende vast: a. SOVS is een algemene belangenvereniging van Nederlandse voetbalsupporters. Zij is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid en stelt zich blijkens artikel 2 van haar statuten van 24 januari 2003 (prod. 2 CvA) ten doel: “het op landelijk niveau behartigen van de belangen van voetbalsupporters met betrekking tot cluboverstijgende problematiek in het algemeen en van de leden, casu quo supportersverenigingen in het bijzonder, een en ander in de meest ruime zin van het woord;” b. KNVB is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die zich onder meer bezighoudt met het organiseren van competitie- en bekervoetbal, het organiseren van vertegenwoordigend voetbal en dienstverlening aan haar leden (zowel clubs als individuele leden). Blijkens artikel 4 van haar statuten (geciteerd in CvA 3 en niet weersproken door SOVS) stelt zij zich ten doel: “het bevorderen en het doen bevorderen van de voetbalsport in al zijn verschijningsvormen en alles te doen hetgeen tot het hiervoor genoemde doel 2 van haar statuten ten doel stelt om op landelijk niveau de belangen te behartigen van voetbalsupporters, van wie niet in het geding is dat zij moeten worden beschouwd als eindgebruikers van een niet voor beroep of bedrijf bestemde dienst. SOVS is daarmee aan te merken als een belangenorganisatie in de zin van art. 6:240 lid 3 BW. 3. KNVB is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens art. 4 van haar statuten ten doel stelt de voetbalsport in al haar verschijningsvormen te (doen) bevorderen. Uit de toelichting van KNVB bij dupliek (sub 4 en 5) blijkt dat het daarbij onder meer gaat om het behartigen van de belangen van alle betrokkenen, waaronder in de eerste plaats de belangen van de clubs en de spelers als leden van KNVB. KNVB betwist dat zij gebruiker van de door haar opgestelde Standaard-voorwaarden is, maar erkent dat zij het gebruik van deze Standaardvoorwaarden door andere organisaties bevordert. Dit betekent dat KNVB is aan te merken als een belangenorganisatie in de zin van art. 6:240 lid 2 BW. Of KNVB ook gebruiker van de Standaardvoorwaarden is, kan verder in het midden blijven. 4. Tussen partijen staat vast dat de Standaardvoorwaarden algemene voorwaarden zijn in de zin van art. 6:231 aanhef en sub a BW, alsmede dat zij worden gebruikt in overeenkomsten met personen (de supporters) wier belangen door SOVS worden behartigd. Tevens staat vast dat partijen in hun briefwisseling en in besprekingen onderling overleg hebben gevoerd als bedoeld in art. 6:240 lid 4 BW omtrent de bezwaren van SOVS tegen (de eerdere versie van) de Standaardvoorwaarden. 5. Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van SOVS in haar op de artikelen 6:240 en 6:241 BW gebaseerde vorderingen als weergegeven in het bovenstaande onder I-V. Dit gerechtshof is op grond van art. 6:241 lid 1 BW bij uitsluiting bevoegd van deze vorderingen kennis te nemen. Toetsingskader 6. Beide partijen zijn gericht op de bestrijding van voetbalvandalisme en –geweld en hebben zitting in organen die daartoe zijn opgericht, zoals de Interdisciplinaire Stuurgroep Bestrijding Voetbalvandalisme en Voetbalgeweld. Dit neemt niet weg dat SOVS een aantal bedingen van de Standaardvoorwaarden, waarmee KNVB het ordelijk verloop en de veiligheid van voetbalevenementen beoogt te bevorderen, onredelijk bezwarend acht voor voetbalsupporters en ter toetsing aan het hof wenst voor te leggen. 7. Voor de vraag of de hierna te beoordelen bedingen van de Standaardvoorwaarden onredelijk bezwarend zijn in de zin van art. 6:240 BW, dient het hof deze bedingen abstract te toetsen en zich daarbij te richten op de overgrote meerderheid van de gevallen. Gelet op hetgeen daaromtrent door de Hoge Raad is overwogen in het arrest van 16 mei 1997, NJ 2000,1 (Consumentenbond/EnergieNed e.a.) wordt hieronder verstaan dat: 1) de uitkomst van zodanige toetsing moet afhangen van een beoordeling van de gevallen waarin het beding verandering brengt in de rechtstoestand die bij gebreke van het beding zou hebben bestaan, en 2) beslissend is of in die gevallen moet worden geoordeeld of het beding, rekening houdend met de in de wetsgeschiedenis besproken gezichtspunten – zoals de specifieke aard en inhoud van de overeenkomsten waarvoor de algemene voorwaarden zijn bestemd, en de “typische” eigenschappen en belangen van de personen met wie deze overeenkomsten plegen te worden gesloten – doorgaans tot onredelijke resultaten zal leiden. 8. Het hof zal de bezwaren van SOVS tegen de Standaardvoorwaarden van KNVB in het navolgende per artikel(lid) beoordelen en daarbij steeds eerst het desbetreffende artikel(lid) citeren. Artikelen 1 (sub b en c) en 2 “Artikel 1 Definities In deze Standaardvoorwaarden wordt verstaan onder: (…) b. Publiek: een ieder die in of buiten Nederland een Voetbalwedstrijd bijwoont waaraan een Club deelneemt dan wel anderszins aanwezig is in of rond het Stadion; c. Stadion: het Stadion en de bijbehorende gebouwen en terreinen, daaronder Het bezwaar van SOVS dat stadionverboden kunnen worden opgelegd aan willekeurige personen die zich buiten een stadion bevinden (niet in het kader van een voetbalwedstrijd) is derhalve onterecht, aldus KNVB. 14. Het hof verwerpt de bezwaren van SOVS tegen de artikelen 1 (sub b en c) en 2. KNVB stelt terecht dat in de Standaardvoorwaarden voorschriften worden gegeven ter beteugeling van onordelijk en onveilig gedrag bij voetbalevenementen, alsmede dat het risico van dergelijk gedrag niet is beperkt tot de aanwezigheid van supporters in het stadion. Dat rechtvaardigt dat de Standaardvoorwaarden een ruim toepassingsbereik hebben en dat de definitie van ‘publiek’ ook personen omvat die anderszins aanwezig zijn in of rond het stadion, alsmede dat de definitie van ‘stadion’ ook de bijbehorende gebouwen en terreinen inclusief (niet nader omschreven) toegangen en toegangswegen omvat. Hetzelfde geldt ten aanzien van de ruim geformuleerde bepaling van artikel 2 dat de Standaardvoorwaarden verbindend zijn voor publiek dat zich voor, tijdens en/of na een voetbalwedstrijd dan wel anderszins in een stadion bevindt. Het is van belang dat de BVO’s en KNVB op grond van de Standaardvoorwaarden voldoende mogelijkheden hebben om de nodige maatregelen te nemen in verband met de orde en veiligheid rondom de door hen te organiseren evenementen. Uiteraard vindt dit zijn begrenzing in het gegeven dat de Standaardvoorwaarden en de daarin vervatte mogelijkheden tot het nemen van maatregelen in geval van misdragingen uitsluitend van toepassing zijn, indien deze in een contractuele relatie tussen een BVO en een supporter van toepassing zijn verklaard. De Standaardvoorwaarden zijn derhalve niet van toepassing op willekeurige personen die zich in de buurt van een stadion begeven en bij wie geen sprake is van een dergelijke contractuele relatie. De handelwijze van BVO’s en/of KNVB ten aanzien van dergelijke personen valt daarmee buiten het toetsingskader van de onderhavige procedure. 15. Het hof overweegt voorts dat het risico bestaat dat bij het opleggen van sancties op grond van de Standaardvoorwaarden personen worden getroffen die zich niet hebben misdragen. Dit klemt temeer omdat bij voetbalevenementen vaak grote groepen personen zijn betrokken. De door SOVS gegeven voorbeelden zouden daarvan illustraties kunnen zijn, maar daaruit volgt nog niet dat de artikelen 1 (sub b en c) en 2, mede gelet op het grote belang van supporters bij orde en veiligheid rond voetbalevenementen, doorgaans tot onredelijke resultaten zullen leiden. Verder acht het hof – anders dan SOVS stelt – artikel 2 van de Standaardvoorwaarden niet zodanig onduidelijk of onnauwkeurig geformuleerd dat sprake is van onredelijke bezwarendheid. Artikel 2 geeft in combinatie met artikel 1 sub b en c aan voor welke personen de Standaardvoorwaarden verbindend zijn. Artikel 10 bepaalt vervolgens in welke gevallen KNVB aan die personen een sanctie (zoals een stadionverbod) kan opleggen. Artikel 6:238 lid 2 BW is in de onderhavige procedure niet van toepassing op grond van het bepaalde in artikel 6:240 lid 1 BW. 16. Ten slotte overweegt het hof dat de door de BVO’s aan KNVB verleende machtiging tot het opleggen van stadionverboden (aan een ieder die zich volgens een melding van een BVO of het openbaar ministerie aan “voetbalgerelateerd wangedrag” heeft schuldig gemaakt) blijkens artikel 3 van de volmacht (zie hierboven sub f.) uitsluitend kan worden gebruikt indien de Standaardvoorwaarden toepassing missen. Dit betekent dat ook deze machtiging tot het opleggen van stadionverboden en de mogelijke gevolgen daarvan buiten het toetsingskader van de onderhavige procedure vallen. Artikel 3 lid 4 “Artikel 3 Toegang tot het stadion (…) 3.4 Bij het verlaten van dat gedeelte van het Stadion waartoe het Toegangsbewijs het recht geeft, vervalt de geldigheid van het Toegangsbewijs onherroepelijk.” 17. SOVS meent dat artikel 3 lid 4 onredelijk bezwarend is, omdat daarin geen enkel voorbehoud of uitzondering is opg Van een afwijking van de situatie die zonder het beding zou gelden is dan geen sprake, zodat het beding reeds daarom niet onredelijk bezwarend is. Voor afgelaste wedstrijden geldt dat deze op een ander moment wel doorgang zullen vinden. Op dat andere moment kunnen de kaarthouders de wedstrijd alsnog bijwonen. Voor deze situatie bepaalt artikel 4 lid 1 van de Standaardvoorwaarden dat dag en tijdstip van de wedstrijd mogen worden aangepast, zodat van een tekortkoming die een ontbinding zou rechtvaardigen geen sprake kan zijn, aldus KNVB. 22. Het hof overweegt dat KNVB zich er terecht op beroept dat de gebruiker van de Standaardvoorwaarden de overeengekomen prestatie heeft verricht wanneer zij toegang heeft verleend tot het stadion waarin een wedstrijd wordt gespeeld, ook als deze wordt gestaakt of niet uitgespeeld. SOVS heeft geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen volgen dat artikel 4 lid 2 in verband daarmee doorgaans tot onredelijke resultaten leidt. Ten aanzien van het voorbeeld van SOVS waarin de wedstrijd wordt gestaakt wegens het uitvallen van het arbitrale kwartet, heeft KNVB onweersproken aangevoerd dat de wedstrijd dan in beginsel wordt overgespeeld. Voor het geval een wedstrijd wordt afgelast, staat vast dat deze eveneens op een ander moment wordt gespeeld. In verband daarmee heeft KNVB terecht aangevoerd dat ook dan (wegens het bepaalde in artikel 4 lid 1 van de Standaardvoorwaarden) geen sprake is van een tekortkoming van de gebruiker van de Standaardvoorwaarden. Het enige bezwaar dat SOVS op dit punt stelt, is dat de toeschouwer op de nieuwe datum verhinderd zou kunnen zijn. Gelet op het feit dat SOVS geen bezwaar heeft gemaakt tegen artikel 4 lid 1 van de Standaardvoorwaarden (dat dag en tijd van de wedstrijden zonodig kunnen worden gewijzigd), alsmede gelet op het feit van algemene bekendheid dat een zeker risico op afgelasting van een wedstrijd inherent is aan de voetbalsport, is het hof van oordeel dat het door SOVS gemaakte bezwaar tegen artikel 4 lid 2 onvoldoende zwaarwegend is en geen aanleiding geeft tot de conclusie dat het onderhavige beding doorgaans tot onredelijke resultaten zal leiden. Het hof acht artikel 4 lid 2 van de Standaardvoorwaarden derhalve niet onredelijk bezwarend. Artikel 8 leden 6 en 8 “8.6 Het is verboden in het Stadion lichtmasten, hekken, daken, dug-outs en andere toestellen of bouwwerken te beklimmen. Het is voorts verboden het speelveld te betreden.” “8.8 Stewards, het beveiligingspersoneel en/of de politie zijn gerechtigd het Publiek te fouilleren op het bezit van ongeoorloofde voorwerpen en deze in beslag te nemen. In beslag genomen voorwerpen worden na afloop van de wedstrijd aan de eigenaar teruggegeven, tenzij sprake is van wettelijk verboden voorwerpen.” 23. SOVS stelt dat artikel 8 lid 6 onredelijk bezwarend is, omdat daarbij geen enkel voorbehoud of uitzondering is opgenomen. Zij stelt voor een uitzondering op te nemen voor het geval toestemming voor de in het artikellid verboden gedragingen is verleend. 24. KNVB voert hiertegen terecht aan dat het ontbreken van de door SOVS voorgestelde uitzondering er niet toe leidt dat artikel 8 lid 6 onredelijk bezwarend is. Indien toestemming voor het betreden van het veld of het beklimmen van voorwerpen wordt verleend, leidt dat er toe dat van het bepaalde in artikel 8 lid 6 mag worden afgeweken. Het opnemen van een uitzondering in dat beding is daarvoor niet nodig. Andere feiten en omstandigheden die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat de toepassing van artikel 8 lid 6 doorgaans tot onredelijke resultaten zal leiden, heeft SOVS niet gesteld. Het hof verwerpt derhalve het bezwaar van SOVS tegen dit beding. 25. Voorts acht SOVS artikel 8 lid 8 van de Standaardvoorwaarden onredelijk bezwarend, omdat dit artikellid een te vergaande inbreuk of inperking op het recht op privacy van supporters maakt. SOVS onderkent dat het in het belang van een ordelijk verloop van voetbalwedstrijden kan zijn dat het publiek gefouille 10.2 De KNVB is gerechtigd om, (landelijke) Stadionverboden op te leggen aan een ieder die volgens een melding van een Club of het openbaar ministerie in of buiten het Stadion in het kader van een Voetbalwedstrijd: - heeft gehandeld in strijd met deze Standaardvoorwaarden; - een strafbaar feit heeft begaan; - zich zodanig heeft gedragen dat daardoor het aanzien en/of het belang van het voetbal wordt geschaad, zulks onverminderd enige plicht tot schadevergoeding op grond van het civiele recht. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de personen genoemd in artikel 5.2. Het voorgaande laat onverlet de bevoegdheid van Clubs om (lokale) Stadionverboden op te leggen aan een ieder die zich in of buiten haar Stadion in het kader van een Voetbalwedstrijd misdraagt. 10.3 Indien de KNVB op grond van artikel 10.2 een stadionverbod heeft opgelegd, verbeurt betrokkene aan de KNVB een voor onmiddellijk opeising vatbare geldboete van maximaal € 450,- per handeling in strijd met deze Standaardvoorwaarden, strafbaar feit en/of gedraging waardoor het aanzien en/of het belang van het voetbal wordt geschaad, zonder dat daartoe enige ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst noodzakelijk is. Het boetebedrag zal door de KNVB worden aangewend ter bevordering van de veiligheid in het betaalde voetbal. Deze geldboete bestaat onverminderd enige plicht tot schadevergoeding op grond van het civiele recht. 10.6 De KNVB kan die maatregelen nemen die, naar zijn oordeel, voor de handhaving van een op grond van artikel 10.2 en 10.4 opgelegd stadionverbod noodzakelijk zijn.” 29. SOVS wenst primair een uitspraak van het hof of de bedingen van artikel 10 Standaardvoorwaarden zelfstandig en in relatie met de overige voorwaarden bezien onredelijk bezwarend zijn voor de (voetbal)consumenten. Het gaat SOVS daarbij om de volgende vragen: Kan een privaatrechtelijke rechtspersoon zonder mandaat van- of taak opgedragen door een bestuursorgaan en/of de overheid vrijheidsbeperkende maatregelen aan burgers opleggen? Staan de sancties (steeds) in verhouding tot de gedraging(en)/overtredingen? Zijn de sancties redelijk (of zelfs rechtens toelaatbaar) in de verhouding tussen de gebruiker en de (voetbal)consumenten? Met name acht SOVS onredelijk bezwarend dat het voor de consument volstrekt onduidelijk is wanneer en waarvoor hen een zeer vergaande sanctie zoals vrijheidsbeperking gedurende een lange periode kan worden opgelegd, vermeerderd met een boete van € 450,-. 30. Subsidiair stelt SOVS dat het onredelijk bezwarend is om de sancties van artikel 10 lid 1 en 2 van toepassing te verklaren op overtreding van het (allesomvattende) ‘handelen in strijd met de Standaardvoorwaarden’ en ‘het zich zodanig gedragen dat het belang en het aanzien van het voetbal wordt geschaad’, zonder dat aan de supporter duidelijk is wat daaronder wordt verstaan. Verder is SOVS van mening dat in artikel 10 lid 3 naar de ‘Richtlijn termijn Stadionverbod’ moet worden verwezen, omdat daardoor rechtszekerheid wordt geschapen. Ten slotte acht SOVS artikel 10 lid 6 onredelijk bezwarend, omdat niet duidelijk is op welke maatregelen wordt gedoeld of wat deze maatregelen inhouden. 31. Ten aanzien van de primair door SOVS gestelde vragen voert KNVB aan dat deze in het kader van de onderhavige abstracte toetsing niet aan de orde kunnen komen. Ten aanzien van de subsidiaire klacht tegen artikel 10 lid 1 en 2 voert KNVB aan dat de ordehandhaving bij het voetbal niet kan buiten algemene normen. Misdragingen kunnen niet altijd nauwkeurig worden geformuleerd. Zij zijn naar hun aard divers en niet altijd bij een vooraf beschreven specifieke norm onder te brengen. Bovendien zal de rechter achteraf kunnen beoordelen of sancties in specifieke gevallen hadden mogen worden opgelegd. Volgens KNVB zijn de sanctiegronden daarom, abstract getoetst, niet onredelijk bezwarend. Ten aanzien van het niet vermelden van de Richtlijn termijn Stadionverbod in artikel 10 lid 3 voert KNVB aan dat deze bepaling daardoor niet Het hof overweegt voorts dat het voor supporters mogelijk duidelijker zou zijn als KNVB de toepasselijkheid van de Richtlijn termijn Stadionverbod in artikel 10 lid 3 van de Standaardvoorwaarden zou vermelden, maar het ontbreken van die vermelding brengt niet met zich dat artikel 10 lid 3 en/of de andere leden van artikel 10 doorgaans tot onredelijke resultaten zullen leiden. Het bezwaar van SOVS dat voornoemde richtlijn niet in de Standaardvoorwaarden staat vermeld, wordt derhalve verworpen. 36. Ten slotte verwerpt het hof het bezwaar van SOVS tegen artikel 10 lid 6 van de Standaardvoorwaarden. SOVS stelt op zichzelf terecht dat de maatregelen die KNVB kan nemen ter handhaving van een opgelegd stadionverbod niet concreet zijn omschreven in genoemd beding. Het hof acht dat echter inherent aan het gegeven dat op voorhand niet geheel valt te voorzien op welke wijze een supporter met een stadionverbod mogelijk zal proberen om in weerwil van dat verbod toch wedstrijden te bezoeken. Het risico dat de desbetreffende supporter betekent voor de orde en veiligheid in het stadion rechtvaardigt dat de mogelijkheid tot het nemen van maatregelen ter handhaving van een stadionverbod in artikel 10 lid 6 ruim is omschreven. SOVS heeft geen concrete feiten en omstandigheden gesteld die aanleiding zouden kunnen geven tot de conclusie dat genoemd beding doorgaans tot onredelijke resultaten zal leiden. 37. Uit het voorgaande volgt dat het hof de bezwaren tegen artikel 10 leden 1, 2, 3 en 6 verwerpt en dat deze bedingen derhalve niet onredelijk bezwarend zijn. Artikel 11 “Artikel 11 Beroep 11.1 In geval de KNVB iemand conform het bepaalde in de artikelen 10.2, 10.3, 10.4 of 10.5 een Stadionverbod en/of een geldboete heeft opgelegd, kan diegene beroep aantekenen bij de commissie stadionverboden van de KNVB. Het beroep heeft geen opschortende werking en laat de mogelijkheden om het geschil aan de burgerlijke rechter voor te leggen onverlet. 11.2 Het beroep dient aangetekend te worden verzonden aan de commissie stadionverboden van de KNVB en binnen 14 dagen na dagtekening van het besluit door de commissie stadionverboden van de KNVB te zijn ontvangen, bij gebreke waarvan het beroep niet-ontvankelijk is. De commissie stadionverboden van de KNVB zal op een ontvankelijk beroepschrift binnen 30 dagen na ontvangst beslissen en het besluit schriftelijk aan diegene toezenden. Deze termijn kan met 30 dagen worden verlengd. De commissie stadionverboden doet daarvan schriftelijk mededeling aan de betrokkene. De in dit artikel genoemde termijnen gelden niet indien betrokkene zelf om uitstel verzoekt. 11.3 De commissie stadionverboden van de KNVB is gerechtigd de boete als genoemd in de artikelen 10.3 en 10.5 te matigen, indien de billijkheid dat klaarblijkelijk eist.” 38. SOVS acht artikel 11 onredelijk bezwarend, aangezien niet duidelijk is wat de werkwijze van de commissie stadionverboden is, waaraan de zaken worden getoetst en uit welke personen de commissie bestaat. Voor veel voetbalsupporters is niet duidelijk wat de exacte status van de commissie is. Verder zou in artikel 11 lid 3 moeten worden opgenomen dat een boete niet alleen kan worden gematigd indien de billijkheid dat klaarblijkelijk eist, maar ook als de financiële positie van de betrokkene daartoe aanleiding geeft. 39. Voorts is SOVS van mening dat op KNVB de verplichting rust er voor te zorgen dat de heroverweging door de commissie stadionverboden met voldoende waarborgen is omkleed. Ten eerste speelt de beroepsprocedure bij de commissie vaak een rol in de procedure bij de burgerlijke rechter, want dikwijls beslist de commissie voordat een rechter heeft geoordeeld over de strafbaarheid van de desbetreffende supporter of over een onrechtmatige of schadeveroorzakende gedraging. Verder is de commissie in de meeste gevallen de eerste en enige instantie die het stadionverbod heroverweegt, omdat supporters uit onwetendheid veelal snel een politietransactie accepteren. Het automatisch gevolg daarvan is