Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2014-09-16
ECLI:NL:GHSHE:2014:3645
Civiel recht
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.118.435/01 arrest van 16 september 2014 in de zaak van [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante, advocaat: mr. G.R. Derksen te Enschede, tegen [expertise] Expertise B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. F.B. van Batenburg te Alphen aan den Rijn, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 1 april 2014 in het hoger beroep van het door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie ’s-Hertogenbosch, onder zaak-, rolnummer 786078 / 11-9303/417 gewezen vonnis van 30 augustus 2012. 6Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenarrest van 1 april 2014; - een akte van de zijde van [appellante] ; - een antwoordakte van de zijde van [geïntimeerde] . Partijen hebben arrest gevraagd. 7De verdere beoordeling 7.1. Bij genoemd tussenarrest heeft het hof voorlichting door een deskundige noodzakelijk geacht en partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over aantal, deskundigheid en de persoon van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) te stellen vragen. 7.2. Beide partijen hebben in hun akte aangegeven dat volstaan kan worden met de benoeming van één deskundige. Ook zijn partijen het erover eens dat de deskundige een actuaris dient te zijn die lid is van het Koninklijk Actuarieel Genootschap. [appellante] heeft voorgesteld om als deskundige te benoemen: drs. J.P. Nieuwersteeg AAG van Triple A –Risk Finance te [vestigingsplaats] . [geïntimeerde] heeft daar geen bezwaar tegen gemaakt, zodat het hof deze persoon als deskundige zal benoemen. 7.3. In genoemd tussenarrest heeft het hof het voornemen geuit om de volgende vragen aan de deskundige te stellen: a. Wat is de hoogte van de schade, wanneer het kapitaal dat opgebouwd zou zijn wanneer uitvoering was gegeven aan de in 1996 gedane pensioentoezegging, wordt afgezet tegen het feitelijk opgebouwde kapitaal? U dient hierbij uit te gaan van een kapitaalovereenkomst in de zin van artikel 10 Pensioenwet en voorts van het citaat zoals weergegeven in rov. 4.1.2 en het citaat zoals weergegeven in rov. 4.6. Indien de schade niet kan worden berekend, dan wordt u verzocht daarvan een schatting te maken. b. Heeft u voor het overige nog opmerkingen waarvan u het zinvol acht dat het hof daarvan kennis neemt? 7.4. Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze voorgestelde vragen. [appellante] heeft gevraagd om daarnaast nog de volgende vragen te stellen en aandachtspunten voor te leggen: i. i) de kostenfactoren, actuariële grondslagen en de te hanteren rekenrente voor inkoop van pensioenaanspraken op de pensioendatum op basis van de huidige marktomstandigheden en factoren; ii) de hoogte van de op uittreeddatum van toepassing zijnde AOW-franchise; iii) de hoogte van het opgebouwde kapitaal bij leven in de bestaande pensioenpolis per datum uitdiensttreding; iv) overlijdensrisico, wat wordt er vanuit de polis uitgekeerd bij overlijden? v) Kent de pensioenregeling indexatie na pensionering en uitdiensttreding? [geïntimeerde] heeft daar geen bezwaar tegen gemaakt. 7.5. De door [appellante] voorgestelde aanvullende vragen en gemaakte opmerkingen zouden, ook zonder dat deze zijn gesteld, moeten worden geacht besloten te liggen in het door de deskundige te formuleren antwoord op vraag a. Om de deskundige ervan te doordringen dat hij zich in zijn rapport rekenschap geeft van de door [appellante] voorgestelde opmerkingen en vragen, zal het hof deze aan de vraagstelling toevoegen. Het hof begrijpt dat [appellante] met i en ii bedoelt dat de deskundige daar rekening mee moet houden en daarvan blijk moet geven in zijn rapportage en dat iv tot en met v zijn bedoeld als vragen die van belang zijn om de door het hof voorgestelde vraag a te kunnen beantwoorden. Het hof acht de bewoording ‘bestaande pensioenpolis’ in iii te onduidelijk en zal dit wijzigen in twee vragen, zoals hierna vermeld. Het hof zal een en ander op die manier verwerken in de vraagstelling. 7.6. Zoals reeds in genoemd tussenarrest is overwogen, dienen partijen alle door de deskundige benodigde documenten te verstrekken. Zoals eveneens reeds in genoemd tussenarrest is overwogen, dient [geïntimeerde] het voorschot te betalen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 8De uitspraak Het hof: 8.1. bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de volgende vragen: a. Wat is de hoogte van de schade, wanneer het kapitaal dat opgebouwd zou zijn wanneer uitvoering was gegeven aan de in 1996 gedane pensioentoezegging, wordt afgezet tegen het feitelijk opgebouwde kapitaal? U dient bij de beantwoording van vraag a in te gaan op de volgende vragen: b. Wat is de hoogte van het opgebouwde kapitaal bij leven uitgaande van de in 1996 gedane pensioentoezegging per datum uitdiensttreding; c. Wat is de hoogte van het opgebouwde kapitaal bij leven uitgaande van de feitelijk uitgevoerde pensioenpolissen per datum uitdiensttreding; d.. Overlijdensrisico: wat wordt er vanuit de polis uitgekeerd bij overlijden? e. Kent de pensioenregeling indexatie na pensionering en uitdiensttreding? U dient hierbij uit te gaan van een kapitaalovereenkomst in de zin van artikel 10 Pensioenwet en voorts van het citaat zoals weergegeven in rov. 4.1.2 van het tussenarrest van 1 april 2014 en het citaat zoals weergegeven in rov. 4.6 van het tussenarrest van 1 april 2014. U dient bij de beantwoording van deze vragen rekening te houden met: - de kostenfactoren, actuariële grondslagen en de te hanteren rekenrente voor inkoop van pensioenaanspraken op de pensioendatum op basis van de huidige marktomstandigheden en factoren; - de hoogte van de op uittreeddatum van toepassing zijnde AOW-franchise. Indien de schade niet kan worden berekend, dan wordt u verzocht daarvan een schatting te maken. f. Heeft u voor het overige nog opmerkingen waarvan u het zinvol acht dat het hof daarvan kennis neemt? 8.2. benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen: drs. J.P.