ECLI:NL:GHSHE:2023:3655
Parketnummer : 20-001259-22
Uitspraak : 1 november 2023
TEGENSPRAAK (279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 7 juni 2022, in de strafzaak met parketnummer 03-042406-22 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van:
opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst (feit 1) en
overtreding van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994 (feit 2)
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden (feit 1) en een geldboete ter hoogte van € 350,-, subsidiair 7 dagen hechtenis (feit 2).
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden (feit 1) en een geldboete ter hoogte van € 350,-, subsidiair 7 dagen hechtenis (feit 2).
Door de verdediging is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de bewijsvoering.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
Door de verdediging is aangevoerd dat het bewijs tekort schiet dat de verdachte wist dat het rijbewijs vals was.
Het hof overweegt als volgt.
Aan de hand van de bewijsmiddelen stelt het hof het navolgende vast:
Het onder de verdachte in beslag genomen rijbewijs vertoonde bij onderzoek een aantal afwijkende kenmerken, te weten:- de basisbedrukking van het rijbewijs is niet gedrukt, maar geprint;- de pasfoto van de houder en de persoons- en afgiftegegevens zijn niet aangebracht middels lasergravure, maar middels een printer;- de fluorescentie van het rijbewijs bij ultraviolet licht wijkt af.
Als categorieën staan op het rijbewijs vermeld A/A1/B/C1/C/BE/C1E/CE/F/G/M. Van enkele van deze categorieën weet de verdachte niet waar deze voor staan en duidt hij deze tijdens het politieverhoor verkeerd aan. Voorts is er ook sprake van een niet bestaande categorie.
Desgevraagd heeft de verdachte verklaard dat hij naar “een instantie” is gegaan om het rijbewijs te verkrijgen, zonder daarbij te vermelden welke instantie.
De verdachte heeft het rijbewijs gekocht voor € 300,-.
Gelet op deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de verdachte wist dat het rijbewijs vals was. Het ter terechtzitting door de verdediging overgelegde stuk maakt dit niet anders.
Om die reden verwerpt het hof het verweer van de verdediging.
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,
mr. M.L.P. van Cruchten en mr. A. Muller, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, griffier,
en op 1 november 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.