Rechtspraak Hoge Raad 1996-10-02
ECLI:NL:HR:1996:AA1696
Bestuursrecht
gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 december 1994 betreffende na te melden aan belanghebbende gedane uitnodiging tot betaling van invoerrecht, landbouwheffing en omzetbelasting. 1. Uitnodiging tot betaling, bezwaar en geding voor het Hof Wegens niet-zuivering van het op 13 februari 1984 afgegeven document T1 nr. 111 heeft de Inspecteur belanghebbende op 1 april 1985 schriftelijk uitgenodigd tot betaling van bedragen van ƒ 13.406,40 aan invoerrecht, ƒ 115.284,10 aan landbouwheffing en ƒ 10.202,50 aan omzetbelasting. Op het tegen die bedragen door belanghebbende gemaakte bezwaar is deze uitnodiging bij uitspraak van de Inspecteur verminderd met ƒ 416,30 aan omzetbelasting. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat de uitspraak heeft vernietigd en de uitnodiging tot betaling verder heeft verminderd met ƒ 316,-- aan omzetbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden. 4. Proceskosten De Hoge Raad zal met het oog op een eventuele proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken belanghebbende in de gelegenheid stellen zich uit te laten als hierna bepaald. Dit arrest is op 2 oktober 1996 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en de raadsheren Van der Linde, Bellaart, De Moor en Van Brunschot, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.