ECLI:NL:HR:1996:AA1769
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 29 mei 1995 betreffende de door de gemeente Heerhugowaard wegens de verlening van na te melden vergunning geheven leges.
1. Heffing, bezwaar en geding voor het Hof Aan X is ingevolge artikel 8.1, eerste lid, onder c, van de Wet Milieubeheer een vergunning verleend. Terzake van het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van deze vergunning is van belanghebbende een bedrag van ƒ 3.260,-- aan leges geheven, welk bedrag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het Hoofd van de Afdeling Financieel Beheer van de gemeente Heerhugowaard (hierna: het Hoofd) is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van het Hoofd in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
4. Proceskosten Nu het Hoofd de beslissing van het Hof niet heeft uitgelokt of verdedigd zal de Hoge Raad de kosten van het geding in cassatie reserveren tot de einduitspraak.
Dit arrest is op 11 december 1996 vastgesteld door de raadsheer Urlings als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond en Pos, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Reijngoud, en op die datum in het openbaar uitgesproken.