Rechtspraak Hoge Raad 1997-05-07
ECLI:NL:HR:1997:AA2090
Bestuursrecht
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 juli 1995 betreffende na te melden aan hem opgelegde aanslag brandweerrechten van de gemeente Amsterdam. 1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is wegens "dienstverlening d.d. 2 mei 1992, a-kade t/o nr. 3, assisteren bij het op de kant zetten van een voertuig, kenteken AA-00-BB, 08.04 uur, (duikwerkzaamheden)" een aanslag brandweerrechten van de gemeente Amsterdam opgelegd ten bedrage van ƒ 566,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag ten bedrage van ƒ 283,--. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. 4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Dit arrest is op 7 mei 1997 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Urlings, Zuurmond, Fleers en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Reijngoud, en op die datum in het openbaar uitgesproken.