Rechtspraak Hoge Raad 1998-11-24
ECLI:NL:HR:1998:ZD8926
24 november 1998 Strafkamer nr. 108.002 SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 25 april 1996 in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1945, zonder bekende woonplaats hier te lande, ten tijde van het instellen van beroep in cassatie gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting " [plaats] " te [plaats] . 1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 10 februari 1994 - de verdachte ter zake van "handelen in strijd met artikel 32, derde lid, van de Wegenverkeerswet (personenauto) " veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf. 2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld. De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen. 4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Corstens, in bijzijn van de griffier Van de Griendt, en uitgesproken op 24 november 1998 .