Rechtspraak Hoge Raad 1999-05-26
ECLI:NL:HR:1999:AA2766
Bestuursrecht
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 februari 1998 betreffende de hierna te melden met betrekking tot X te Z genomen beschikking ex artikel 11, lid 4, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 (tekst 1995). 1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof De Inspecteur heeft met dagtekening 27 augustus 1996 met betrekking tot belanghebbende een beschikking genomen ex artikel 11, lid 4, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 (tekst 1995). In deze beschikking heeft de Inspecteur het bedrag van de besparing, welke de aan belanghebbende door zijn werkgever ter beschikking gestelde dienstwoning belanghebbende oplevert, niet lager gesteld dan de economische huurwaarde van de woning. De beschikking is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak vernietigd en de waarde van het genot van de woning vastgesteld op 15 percent van het door belanghebbende genoten besteedbare maandinkomen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Belanghebbende heeft een vertoogschrift ingediend. 4. Proceskosten De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 34231, die betrekking heeft op een andere belanghebbende, met de onderhavige zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten fiscale procedures. Dit arrest is op 26 mei 1999 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond, Fleers, Pos en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Dekker-Barendse, en op die datum in het openbaar uitgesproken. Van de Staatssecretaris van Financiën wordt ter zake van het door hem ingestelde beroep in cassatie een recht geheven van f 340,--.