ECLI:NL:HR:2001:AB1516
8 mei 2001
Strafkamer
nr. 01550/99 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 21 oktober 1999, nummer 20/000689-99, in de strafzaak tegen:
[verdachte], gevestigd te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - behoudens ten aanzien van de strafoplegging - bevestigd een vonnis van de Economische Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te ‘s-Hertogenbosch van 19 juni 1998, waarbij de verdachte tot straf is veroordeeld ter zake van “overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 93 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, begaan door een rechtspersoon”. Het Hof heeft de verdachte deswege veroordeeld tot een geldboete van tweehonderdvijftig gulden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.C.B.C. Geerts, advocaat te Rosmalen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend ten aanzien van de kwalificatie, met vermelding van de verbeterde kwalificatie, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal. Het schriftelijke commentaar van de verdachte is eerst na afloop van de bij de wet gestelde termijn binnengekomen.
3.1. Het middel klaagt dat het overtreden voorschrift onverbindend is althans dat het ten aanzien van de verdachte buiten toepassing dient te blijven.
3.2. Het gaat in deze zaak om een verdachte ten laste van wie - kort samengevat - is bewezenverklaard dat zij op 18 oktober 1996 als ondernemer die een landbouwonderneming drijft, in haar vestiging niet gemerkte runderen aanwezig heeft gehad.
3.3. Voor de beoordeling van het middel is het volgende wettelijke kader van belang:
a. de Richtlijn nr. 92/102/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren, Pb L355 (hierna: de Richtlijn), voorzover hier van belang, luidende:
“art. 1. Bij deze richtlijn worden de minimumvoorschriften voor de identificatie en registratie van dieren vastgesteld(...)
art. 2. In deze richtlijn wordt verstaan onder:
(...)
d) bevoegde autoriteit: de centrale autoriteit van een Lid-Staat die bevoegd is om de veterinaire controles uit te voeren, of elke autoriteit waaraan zij deze bevoegdheid heeft overgedragen met het oog op de uitvoering van deze richtlijn.
art. 4. 1. De Lid-Staten zien erop toe dat:
a) elke houder van de in Richtlijn 64/432/EEG bedoelde runderen (...), die op de in artikel 3, lid 1, onder a), bedoelde lijst voorkomt een register bijhoudt van het aantal dieren dat zich op zijn bedrijf bevindt. (...)
art. 5. 1. De Lid-Staten zien erop toe dat de volgende algemene beginselen worden nageleefd:
a) identificatiemerktekens moeten worden aangebracht voordat de dieren het bedrijf waar ze geboren zijn, verlaten;
(...)
c) elk nieuw merkteken moet door de houder in het in artikel 4 bedoelde register worden genoteerd (...)”.
art. 11. 1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om aan deze richtlijn te voldoen,
wat de voorschriften voor runderen betreft, zodanig dat:
i) voor runderen vanaf 1 februari 1993 een registratieverplichting geldt volgens de bestaande nationale procedure doch met inachtneming van de in artikel 4 bepaalde vereisten alsmede een identificatieverplichting overeenkomstig de bestaande regels bedoeld in artikel 5, lid 2, onder a), eerste en tweede alinea;
ii) de in deze richtlijn neergelegde communautaire identificatie- en registratiesystemen van toepassing worden vanaf 1 oktober 1993.
(...)
Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.
b. de Wet op de bedrijfsorganisatie (verder: de Wet), voorzover hier van belang, luidende:
“art. 66.
(...)
2. Voor ondernemingen, die in het bedrijfsleven een gelijke of verwante functie vervullen, kunnen openbare lichamen worden ingesteld, hoofdbedrijfschappen of bedrijfschappen genaamd.
art.71. De bedrijfslichamen hebben tot taak een het belang van het Nederlandse volk dienende bedrijfsuitoefening door de ondernemingen, waarvoor zij zijn ingesteld, te bevorderen, alsmede het gemeenschappelijk belang van die ondernemingen en van de daarbij betrokken personen te behartigen.
art. 93.
1. Het bestuur van een bedrijfslichaam maakt de verordeningen die het ter vervulling van de in artikel 71 omschreven taak nodig oordeelt ten aanzien van de onderwerpen, die bij de instellingsverordening ter regeling of nadere regeling van dat lichaam staan.
(...)
art. 104.
1. De verordening van de Raad waarbij een bedrijfslichaam is ingesteld bepaalt, of en in hoeverre bij verordeningen van dat bedrijfslichaam overtredingen van het bij of krachtens zodanige verordeningen (...) bepaalde kunnen worden aangewezen als strafbare feiten.”
c. het Besluit van 16 februari 1954, houdende instelling van een bedrijfschap voor de landbouw, Instellingsbesluit Landbouwschap, Stb. 54, voorzover hier van belang, luidende:
“art. 1.1. Er is een bedrijfschap voor de landbouw, genaamd Landbouwschap.
art. 2.
(...)
3. Dit besluit verstaat onder:
(...)
landbouw:
a) (...)
b) veehouderij (...)
landbouwproducten: levende en niet-levende voortbrengselen, in de uitoefening van de landbouw verkregen.
art. 10. 1. Aan het Landbouwschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen:
a) de bevordering van de gezondheidstoestand, de zuiverheid en de kwaliteit van (...) landbouwproducten;
(....)
art. 12. Overtredingen van een op grond van artikel 93, eerste lid van de wet vastgestelde verordening kunnen bij die verordening worden aangewezen als strafbare feiten”.
d. de Verordening tot wijziging van de Verordening identificatie en registratie runderen 1991 van 6 maart 1996, goedgekeurd door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 12 april 1996, nr. J. 962092, in werking getreden met ingang van 27 april 1996, die onder meer inhoudt dat zij is vastgesteld
“gelet op richtlijn nr. 92/102/EEG van de Raad voor Europese Gemeenschappen van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren (PbEG L 355), artikel 93 (...) van de Wet op de bedrijfsorganisatie en de artikelen (...) 10, (...) en 12 van het Instellingsbesluit Landbouwschap”.
e. de Verordening identificatie en registratie runderen 1991 (hierna: de Verordening), zoals deze luidt na wijziging bij de hiervoor onder d. bedoelde verordening, voorzover hier van belang, luidende:
“het Bestuur van het Landbouwschap, gelet op artikel 93 (...) van de Wet en de artikelen 10,(...) en 12 van het Instellingsbesluit Landbouwschap, besluit vast te stellen de navolgende verordening:
(...)
artikel 4
1. Het is de ondernemer verboden in zijn vestiging een of meer niet gemerkte runderen aanwezig te hebben dan wel de feitelijke macht uit te oefenen over een of meer niet gemerkte runderen (...)”.
3.4.1. Voorts is voor de beoordeling van het middel het volgende van belang.
Het nader standpunt van het Kabinet over de toekomst van het PBO-stelsel houdt onder meer het volgende in:
“Voorts is van belang dat er eind 1995 54 verordeningen van kracht waren (waarvan 40 afkomstig van productschappen) die voortvloeien uit EG-regelgeving, maar waarvoor geen specifieke delegatiebevoegdheid op nationale wettelijke basis bestond. De verordeningen van de bedrijfslichamen zijn door de Europese Commissie als adequaat instrument voor uitvoering van EG-regelgeving erkend. Strikt genomen is hier derhalve geen sprake van medebewind, waartoe de bedrijfslichamen op grond van artikel 96 Wbo hun medewerking verlenen, maar van verordeningen in autonomie. Materieel kan de voorgeschreven uitvoering van EG-regelgeving echter niet tot de autonome bevoegdheden van een bedrijfslichaam gerekend worden. Er wordt in deze gevallen dan ook wel gesproken van “indirect medebewind”.
Het publieke belang van medebewindstaken is evident. Het kabinet is van mening dat voor de uitvoering van EG-regelgeving in alle gevallen een (nationale) wettelijke basis moet worden gecreëerd, waardoor het onderscheid tussen “medebewind” en “indirect medebewind” komt te vervallen. Het kabinet zal derhalve, in goed overleg met de betrokken schappen, komen met voorstellen tot aanpassing van de relevante wetgeving op dit punt”. (Kamerstukken II 1996-1997, 25 091, nr. 2, blz. 10)
3.4.2. Bij Besluit van 14 november 1997 (Besluit identificatie en registratie van dieren), Stb.
De Hoge Raad;
Vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de kwalificatie van het bewezenverklaarde;
Kwalificeert het bewezenverklaarde als:
“overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 93 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, begaan door een rechtspersoon, veertien maal gepleegd”;
Verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster, A.M.M. Orie, J.P. Balkema en B.C. de Savornin Lohman in bijzijn van de griffier H.H.A. de Nijs en uitgesproken op 8 mei 2001.
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, anders dan uit het hiervoor onder 4.2 overwogene voortvloeit, moet worden beslist als volgt.
Toegepaste wetsartikelen
- Artikel 104 — Wet op de bedrijfsorganisatie
- Artikel 2 — Besluit blindenbibliotheek
- Artikel 71 — Wet op de bedrijfsorganisatie
- Artikel 93 — Wet op de bedrijfsorganisatie
- Artikel 11 — Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES
- Artikel 5 — Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES
- Artikel 4 — Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES