Rechtspraak Hoge Raad 2001-09-25
ECLI:NL:HR:2001:AB3287
Strafrecht
25 september 2001 Strafkamer nr. 03090/00 ACH/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 augustus 2000, nummer 20/000056-00, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Breda van 14 september 1999 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding tenlastegelegde. 2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld. De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het beroep. 3.1.1. Een door de griffier van het Gerechtshof opgemaakte akte houdt in dat de verdachte ter griffie van het Hof is verschenen en aldaar heeft verklaard "in cassatie te komen van het feit dat ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2000 afstand is gedaan van 5 hennepplanten [...]." 3.1.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 14 augustus 2000 houdt als verklaring van de verdachte, voorzover hier van belang, in: "Ik doe afstand van de inbeslaggenomen hennep." 3.2. Volgens art. 95 RO kan het beroep in cassatie alleen gericht zijn tegen handelingen en beslissingen van de rechter. Geen wetsbepaling geeft aan de Hoge Raad de bevoegdheid kennis te nemen van een cassatieberoep tegen een verklaring van de verdachte waarbij deze afstand heeft gedaan van inbeslaggenomen voorwerpen. De Hoge Raad verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 25 september 2001.