ECLI:NL:HR:2008:BC2207
30 mei 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/086HR
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN DE GEMEENTE 'S-GRAVENHAGE,
zetelend te 's-Gravenhage,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de ambtenaar bs en [verweerder].
Met een op 14 december 2004 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft [verweerder] zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat de weigering van de ambtenaar bs de verbeterde geboorteakte van [verweerder] in te schrijven ongegrond is en de ambtenaar bs te gelasten de verbeterde geboorteakte ten name van [verweerder] in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand en de vermeldingen van de geboortedatum van [verweerder] daaraan aan te passen.
De ambtenaar bs heeft op 31 januari 2005 schriftelijk gereageerd op het verzoek.
De officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage heeft op 22 maart 2005 schriftelijk geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
Na mondelinge behandeling van de zaak op 30 januari 2006, heeft de rechtbank bij beschikking van 13 maart 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
De ambtenaar bs heeft bij verweerschrift geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Het Openbaar Ministerie heeft schriftelijk geconcludeerd tot bekrachtiging van de beschikking van de rechtbank.
Bij beschikking van 24 januari 2007 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd en, opnieuw beschikkende, de ambtenaar bs gelast de Turkse geboorteakte van [verweerder] in te schrijven in het register van de burgerlijke stand, alsmede het geboortejaar van [verweerder] in de registers van de burgerlijke stand te wijzigen van 1971 in 1969.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
Tegen de beschikking van het hof heeft de ambtenaar bs beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking van het gerechtshof en tot verwijzing van de zaak ter verdere behandeling en beslissing naar een ander gerechtshof.
De advocaat van [verweerder] heeft bij brief van 10 december 2007 op die conclusie gereageerd.
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Bij [verweerder]'s binnenkomst in Nederland in 1989 is verklaard dat hij op [geboortedatum] 1971 te Turkije is geboren.
(ii) [Verweerder] is op 7 december 1994 met het geboortejaar 1971 genaturaliseerd tot Nederlander.
(iii) In het paspoort van [verweerder] is 1971 opgenomen als geboortejaar.
(iv) [Verweerder] heeft op 8 oktober 1997 een op zijn naam gestelde geboorteakte met het geboortejaar 1971 getoond aan de ambtenaar bs.
(v) [Verweerder] is op 20 oktober 1997 te Amersfoort in het huwelijk getreden; in de huwelijksakte is 1971 opgenomen als zijn geboortejaar.
(vi) Blijkens een op 13 december 2004 afgegeven afschrift uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Amersfoort stond [verweerder] toen geregistreerd als [verweerder], geboren op [geboortedatum] 1971, met Nederlandse tevens Turkse nationaliteit.
(vii) [Verweerder] staat dus sedert zijn vestiging in Nederland geregistreerd met het geboortejaar 1971.
(viii) [Verweerder] heeft op 18 oktober 2004 een Turkse, op zijn naam gestelde geboorteakte aangeboden ter inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage, in welke geboorteakte was verwerkt een, eveneens door [verweerder] overgelegde, beschikking van de Derde Arrondissementsrechtbank te Kayseri, Turkije, van 19 augustus 2004, waarbij het geboortejaar van [verweerder] is verbeterd van "1971" in "1969".
(ix) De ambtenaar bs heeft bij besluit van 5 november 2004 geweigerd deze geboorteakte in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand en het geboortejaar van [verweerder] in die registers te wijzigen van 1971 in 1969.
3.2 [Verweerder] heeft op 14 december 2004 bij de rechtbank 's-Gravenhage op de voet van art. 1:27 BW een verzoekschrift ingediend, waarin hij de rechtbank verzocht te bepalen dat de weigering van de ambtenaar bs ongegrond is, en de ambtenaar bs te gelasten de verbeterde geboorteakte in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank vernietigd en de ambtenaar bs gelast de geboorteakte in te schrijven in het register van de burgerlijke stand, alsmede het geboortejaar van [verweerder] in de registers van de burgerlijke stand te wijzigen van 1971 in 1969.
3.3 Ten aanzien van de bij de beoordeling van dit verzoek te hanteren maatstaf heeft de rechtbank het volgende overwogen:
"De rechtbank stelt voorop dat naar ongeschreven regels van Nederlands internationaal privaatrecht buitenlandse rechterlijke uitspraken in beginsel in Nederland worden erkend, indien zij na een behoorlijke procedure door een bevoegde rechter zijn gewezen. In dit geval gaat het om erkenning van de buitenlandse rechterlijke uitspraak waarbij het geboortejaar van verzoeker is gewijzigd van "1971" in "1969". Mede gelet op het - van openbare orde zijnde - belang dat de gegevens die zijn opgenomen in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand juist en betrouwbaar zijn sluit de rechtbank zich aan bij het bepaalde in artikel 37 lid 2 van de Wet op de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dat aan een buiten Nederland gedane rechterlijke uitspraak over de burgerlijke staat geen gegevens worden ontleend voor zover de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in zo'n uitspraak vermelde feiten. Volgens de Memorie van Toelichting bij dit artikel (kamerstukken II 1988/89, 21 123, nr. 3, blz. 45 en 46) moeten de gestelde nieuwe gegevens door een bevoegde (rechterlijke) instantie zijn vastgesteld en moet een behoorlijk onderzoek hebben plaatsgevonden. Met name moet aan de nodige processuele vereisten zijn voldaan. Zo moet blijken dat de buitenlandse rechterlijke uitspraak op - naar objectieve maatstaven gemeten - betrouwbare gegevens is gebaseerd. Blijkt dit niet het geval te zijn, dan wordt erkenning geweigerd en blijft slechts over de beoordeling van de eventuele bewijskracht van de buitenlandse rechterlijke uitspraak."
De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat de gegevens waarop de Turkse rechter in de door [verweerder] overgelegde beschikking (zie hiervoor, 3.1(viii)) zijn beslissing heeft gebaseerd, onvoldoende betrouwbaar zijn en, noch afzonderlijk noch in onderling verband beschouwd, naar objectieve maatstaven gemeten genoegzaam aantonen dat [verweerder] in 1969 geboren is. De Nederlandse openbare orde verzet zich daarom tegen erkenning van dat vonnis.
3.4 In hoger beroep is de door de rechtbank gehanteerde maatstaf door [verweerder] niet bestreden, en ook het hof is daarom - in cassatie onbestreden - kennelijk van deze maatstaf uitgegaan. Het hof oordeelde evenwel dat de Turkse geboorteakte voor inschrijving in het register van geboorten in aanmerking komt en dat het geboortejaar van [verweerder] in de registers van de burgerlijke stand dient te worden gewijzigd van 1971 in 1969. Het hof overwoog daartoe het volgende.
3.5 Het hof heeft allereerst van belang geacht dat het geschil beperkt is tot het geboortejaar en dat de geboortedatum, te weten [geboortedatum], vaststaat (rov. 7). In rov. 9 heeft het hof vastgesteld dat [verweerder] in hoger beroep ter onderbouwing van zijn stelling ten aanzien van zijn geboortejaar tevens een schriftelijke verklaring van zijn broers [betrokkene 1] en [betrokkene 2] heeft overgelegd, alsmede een verklaring van de school welke [verweerder] heeft gevolgd. Uit de overwegingen ten aanzien van deze aanvullende bewijsmiddelen blijkt dat het hof de beschikking van de Turkse rechter niet meer dan een vermoeden vond opleveren dat [verweerder] in 1969 is geboren, en van oordeel was dat dit feit daarmee op zichzelf nog onvoldoende was komen vast te staan. In zoverre deelde het hof kennelijk het oordeel van de rechtbank. Het hof kwam niettemin tot het oordeel dat wijziging van het geboortejaar in de registers van de burgerlijke stand onder de door het hof vastgestelde specifieke omstandigheden van het geval niet in strijd is met de openbare orde (rov. 11). Deze specifieke omstandigheden zijn blijkens rov. 9-11 de volgende:
(a) De verklaring van de school is - mede bezien het betoog van [verweerder] ten aanzien van het schoolsysteem in Turkije - naar het oordeel van het hof een ondersteuning van het genoemde vermoeden.
(b) Ook de verklaring van [betrokkene 1] biedt daarvan ondersteuning.
(c) [Verweerder] heeft zich al veel moeite getroost zijn geboortejaar in de registers gewijzigd te krijgen.
(d) Mede bezien het onder (c) vermelde feit, is naar het oordeel van het hof met hetgeen hiervóór onder (a) en (b) is vermeld, voldoende aannemelijk geworden dat het geboortejaar van [verweerder] 1969 is en niet 1971.
(e) [Verweerder] is in het recente verleden door de politie aangehouden, waarbij de politie in de identiteitspapieren van [verweerder] verschillende geboortedata constateerde, aangezien [verweerder] zowel over een Turks als een Nederlands paspoort beschikt, die respectievelijk 1969 en 1971 als geboortejaar vermelden.
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 januari 2007;
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 13 maart 2006.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter, en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 30 mei 2008.