ECLI:NL:HR:2011:BP8800
26 april 2011
Strafkamer
nr. 10/00167
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het Gerechtshof te Arnhem, Penitentiaire Kamer, van 15 december 2009, nummer P 09/0321, in de strafzaak tegen:
[Veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. M. Oparyk, advocaat te Leerdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de veroordeelde niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
De Penitentiaire Kamer van het Hof heeft de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep tegen de beslissing van de Rechtbank inzake de toepassing van art. 38s Sr. Tegen deze beslissing is beroep in cassatie, gelet op art. 509gg, tweede lid, Sv niet mogelijk, zodat de veroordeelde in dit beroep niet kan worden ontvangen.
De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 26 april 2011.