Rechtspraak Hoge Raad 2013-11-08
ECLI:NL:HR:2013:1133
Civiel recht
8 november 2013 Eerste Kamer 12/04481 LZ/GB Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], Frankrijk, EISER tot cassatie, advocaat: mr. F.M.P. Brisdet, t e g e n 1. [verweerder 1], 2. [verweerster 2],beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. J.W.H. van Wijk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s. Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 325189/HA ZA 09-516 van de rechtbank Rotterdam van 2 september 2009, 16 december 2009 en 17 maart 2010; b. de arresten in de zaak 200.070.381/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 18 januari 2011 en 3 april 2012. Het arrest van het hof van 3 april 2012 is aan dit arrest gehecht. Tegen het arrest van het hof van 3 april 2012 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor [verweerder] c.s. toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 3 oktober 2013 op die conclusie gereageerd. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 8 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 1.886,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 november 2013.