ECLI:NL:HR:2017:2447
22 september 2017
Eerste Kamer
16/04486
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
SRLEV N.V., handelend onder de naam Reaal Levensverzekeringen,gevestigd te Alkmaar,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. C.J.A. Seinen en mr. D. Rijpma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Reaal.
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/14/148885/HA ZA 13-278 van de rechtbank Noord-Holland van 29 januari 2014 en 4 maart 2015;
b. het arrest in de zaak 200.174.293/01 van het gerechtshof Amsterdam van 31 mei 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Reaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 22 juni 2017 op die conclusie gereageerd.
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [eiseres] heeft met Reaal een levens- of overlijdensrisicoverzekering afgesloten, met als ingangsdatum 1 augustus 2011. Als verzekeringnemer en eerste begunstigde is aangemerkt [eiseres] en als verzekerde [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]), echtgenoot van [eiseres]. Ingevolge de verzekering wordt een bedrag van € 150.000,-- uitgekeerd bij overlijden van verzekerde voor 1 september 2025.
(ii) Op 1 augustus 2011 heeft [betrokkene 1] met het oog op het afsluiten van voormelde verzekering een ‘Uitgebreide gezondheidsverklaring’ ingevuld. Hierin is, voor zover in cassatie van belang, onder het kopje ‘INVULLEN VAN DE VRAGEN’ het volgende vermeld:
“Vermeld al uw klachten, ook als u denkt dat deze niet belangrijk zijn of als u geen arts heeft bezocht. Wanneer na het sluiten van de verzekering blijkt dat één of meer vragen onjuist of onvolledig zijn beantwoord of dat niet alle gevraagde gegevens zijn meegedeeld, kan REAAL de gevolgen inroepen die het Burgerlijk Wetboek, in het bijzonder de artikelen 928-930 en 982-983 van Boek 7 hieraan verbindt, zoals het opzeggen van de verzekering, het weigeren van de uitkering of het beperken van de hoogte van de uitkering.”
Onder het kopje ‘ALS UW GEZONDHEIDSTOESTAND VERANDERT’ is vermeld:
“Als uw gezondheidstoestand verandert na het invullen van dit formulier, maar vóórdat de verzekering totstandkomt, dan moet u dit direct aan REAAL doorgeven. Definitieve acceptatie blijkt uit een definitieve acceptatiebevestiging van REAAL of uit een polis of acceptatieblad dat u wordt toegestuurd.”
Onder “3 UW GEZONDHEIDSTOESTAND” staat onder meer:
“Let op!
U moet ook een rubriek aankruisen als u:
* een huisarts, hulpverlener of arts heeft geraadpleegd
(…)”
Tevens is hier onder meer de volgende vraag opgenomen:
“Lijdt u of heeft u geleden aan één of meer van de volgende aandoeningen, ziekten en/of gebreken (hier vallen ook klachten onder)
(…)
f) aandoeningen van slokdarm, maag, darmen, lever, galblaas, alvleesklier
(…)”
Het voor deze vraag staande hokje heeft [betrokkene 1] niet aangekruist.
(iii) Reaal heeft bij de gezondheidsverklaring een toelichting gevoegd. Hierin is, voor zover in cassatie van belang, het volgende vermeld:
“Er zit meestal enige tijd tussen het moment waarop u de gezondheidsverklaring invult en het moment waarop REAAL laat weten uw aanvraag te accepteren/ weigeren. In die periode kan uw gezondheid veranderen (verbeteren of verslechteren). U moet die verandering doorgeven aan de geneeskundig adviseur van REAAL. Daarvoor zijn twee redenen.
De eerste is dat de verandering van uw gezondheid van invloed kan zijn op de beoordeling van uw aanvraag. Is uw gezondheid verslechterd, dan moet de geneeskundig adviseur daarmee rekening houden bij zijn advies aan REAAL.
De tweede reden om een verandering in uw gezondheidstoestand te melden is misschien nog wel belangrijker; geeft u dit niet door, dan maakt u zich schuldig aan verzwijging. U loopt dan de kans dat u geen uitkering en/of premievrijstelling krijgt als het erop aan komt. U heeft dan voor niets premie betaald.
Zodra REAAL u heeft laten weten dat u definitief bent geaccepteerd, vervalt uw plicht om veranderingen in uw gezondheidstoestand te melden. (…).”
(iv) Op 15 augustus 2011 heeft [betrokkene 1] zijn huisarts geraadpleegd in verband met slikklachten. De huisarts heeft [betrokkene 1] doorverwezen naar een specialist voor een gastroscopie. In de verwijsbrief heeft de huisarts vermeld dat patiënt sinds een half jaar klaagt over retrosternale passageproblemen van het voedsel en inmiddels 4-5 kg is afgevallen.
(v) Het onderzoek door de specialist heeft op 13 september 2011 plaatsgevonden.
(vi) Op 18 september 2011 heeft Reaal het risico voor de overlijdensrisicoverzekering geaccepteerd. De verzekering is met terugwerkende kracht ingegaan per 1 augustus 2011.
(vii) Op 29 september 2011 is bij [betrokkene 1] de diagnose slokdarmkanker gesteld. Op 17 mei 2012 is hij overleden.
(viii)[eiseres] heeft Reaal verzocht een overlijdensuitkering te doen. Reaal heeft aan de Toetsingscommissie Gezondheidsgegevens (hierna: de Toetsingscommissie) verzocht de rechtmatigheid van de claim te onderzoeken. De Toetsingscommissie heeft geoordeeld dat [betrokkene 1] jegens de verzekeringsmaatschappij in gebreke is geweest, doordat hij de spontane mededelingsplicht niet is nagekomen.
(ix) Reaal heeft, onder verwijzing naar het oordeel van de Toetsingscommissie, aan [eiseres] meegedeeld de claim niet te zullen honoreren. Zij heeft daartoe aangevoerd dat als haar medisch adviseur bij het accepteren van de verzekering in 2011 op de hoogte zou zijn geweest van de medische situatie op dat moment, hij zou hebben geadviseerd de verzekering niet te accepteren.
(x) In reactie op een namens [eiseres] gedaan verzoek tot herziening van haar standpunt, heeft de Toetsingscommissie meegedeeld dat zij haar beslissing handhaaft. De Toetsingscommissie heeft hierbij geconcludeerd dat [betrokkene 1] aan Reaal voor 18 september 2011 had moeten mededelen dat zijn huisarts hem had verwezen naar een specialist in verband met passageproblemen en gewichtsverlies.
3.2.1 In de onderhavige procedure vordert [eiseres] veroordeling van Reaal tot betaling van een bedrag van € 150.000,--. De rechtbank heeft de vordering toegewezen.
3.2.2 Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering alsnog afgewezen. Daartoe heeft het hof overwogen:
“3.5.1. Voor de beoordeling acht het hof de volgende feiten en omstandigheden van belang:
- in de Gezondheidsverklaring staat de gezondheidstoestand van [betrokkene 1] centraal: duidelijk is daarin te kennen gegeven dat alle klachten moeten worden vermeld, ook wanneer degene die de opgave doet denkt dat de klachten niet belangrijk zijn of wanneer hij geen arts heeft bezocht. De achterliggende reden van het onderzoek naar zijn gezondheidstoestand moet [betrokkene 1] ook duidelijk zijn geweest, namelijk dat Reaal op basis van juiste (en recente) gegevens een inschatting kon maken van het door haar in het kader van de levensverzekeringsovereenkomst te lopen risico;
- ook bij vraag 3, waarin de vragen naar de gezondheidstoestand van [betrokkene 1] worden gesteld, is duidelijk vermeld dat het bij de beantwoording van de vragen niet alleen gaat om aandoeningen, ziekten en/of gebreken, maar ook om klachten dienaangaande; tevens is daar vermeld dat een rubriek moet worden aangekruist als een huisarts is bezocht;
- onmiskenbaar heeft Reaal (…) in de Uitgebreide gezondheidsverklaring opgenomen dat, indien na het invullen van de vragen (maar vóór de acceptatie door Reaal) de gezondheidstoestand zou veranderen, die wijziging onmiddellijk aan Reaal moet worden doorgeven. Aan [betrokkene 1] moet aldus redelijkerwijze duidelijk zijn geweest dat het Reaal ging om zijn gezondheidstoestand ten tijde van het nemen door Reaal van het besluit over het wel/niet c.q. onder nadere voorwaarden dan wel na nader onderzoek accepteren van de verzekering;
- op 15 augustus 2011, ruimschoots voor de acceptatie door Reaal, heeft [betrokkene 1] in verband met zijn al twee maanden lang bestaande slikklachten en een gewichtsafname van 4-5 kg, een bezoek gebracht aan zijn huisarts.
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Reaal begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 september 2017.