Rechtspraak Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e 2021-03-26
ECLI:NL:OGHACMB:2021:217
Civiel recht
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Beschikking in de zaak van: de naamloze vennootschap MANRIQUE CAPRILES SINT MAARTEN N.V., gevestigd op Sint Maarten, hierna te noemen: Manrique Capriles, oorspronkelijk verweerster, thans appellante, gemachtigde: J. Bloem, tegen [Geïntimeerde], wonende op Sint Maarten, hierna te noemen: [Geïntimeerde], oorspronkelijk verzoeker, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. C.M. Marica. 1Het verloop van de procedure 1.1 Het Hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van 21 juli 2020 met zaaknummer SXM202000171. De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd. 1.2 Manrique Capriles heeft in een beroepschrift, ingekomen op 1 september 2020 hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. In het beroepschrift heeft zij het hoger beroep toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het verzoek van [Geïntimeerde] zal afwijzen, kosten rechtens. 1.3 Op de mondelinge behandeling ter zitting van het Hof op Sint Maarten op 28 januari 2021 is namens Manrique Capriles verschenen (via videoconference) de heer [Naam 1], alsmede – in Sint Maarten - de gemachtigde. [Geïntimeerde] is verschenen met zijn gemachtigde. Alle aanwezigen hebben het woord gevoerd, de gemachtigde van Manrique Capriles aan de hand van een pleitnota en de gemachtigde van [Geïntimeerde] aan de hand van een daartoe overgelegd verweerschrift. 1.4 Aansluitend is beschikking aangezegd en bepaald op heden. 2De ontvankelijkheid Het hoger beroep is op 1 september 2020 per email ingediend en dus tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat Manrique Capriles daarin kan worden ontvangen. 3De gronden van het hoger beroep Voor de inhoud van de gronden van het hoger beroep wordt verwezen naar het beroepschrift. 4.1 Het GEA heeft in rov. 2.1 tot en met 2.11 van de bestreden beschikking de feiten vastgesteld. Tegen de juistheid van deze feiten zijn geen beroepsgronden aangevoerd. Het Hof zal dan ook van dezelfde feiten uitgaan en deze hierna weergeven. 4.2 [ Geïntimeerde] is op 1 februari 2018 in dienst getreden bij Manrique Capriles in de functie van driver/warehouse attendant tegen een salaris van laatstelijk NAf 1.900,- per maand. 4.3 [ Geïntimeerde] heeft op 17 juni 2018 een schriftelijke waarschuwing van Manrique Capriles ontvangen omdat hij zonder toestemming de bedrijfsauto zou hebben gebruikt. 4.4 Op 14 maart 2019 ontvangt [Geïntimeerde] opnieuw een schriftelijke waarschuwing omdat hij te lang op het toilet is gebleven, te laat was om een bestelling af te leveren en hij die ochtend 20 minuten te laat op zijn werk is verschenen. 4.5 Op 16 maart 2019 heeft [Geïntimeerde] wederom een schriftelijke waarschuwing ontvangen omdat hij na zijn lunch een kwartier te laat op kantoor kwam. 4.6 Op 12 juni 2019 heeft [Geïntimeerde] eveneens een schriftelijke waarschuwing ontvangen omdat hij, tegen de bedrijfsregels in, een bedrijfssleutel in zijn bezit had. 4.7 [ Geïntimeerde] heeft geklaagd over de werkomstandigheden, meer in het bijzonder over de slechte luchtkwaliteit en de geringe ventilatie. 4.8 In juni 2019 heeft de arbeidsinspectie een inspectie uitgevoerd en geconstateerd bij brief van 16 augustus 2019 dat de werkomstandigheden in strijd zijn met onder meer het Veiligheidsbesluit. 4.9 In juli 2019 is [Geïntimeerde] onwel geworden op de werkvloer. [Geïntimeerde] is door een collega naar de spoedeisende hulp gebracht. 4.10 Bij brief van 5 augustus 2019 heeft Manrique Capriles aan [Geïntimeerde] een voorstel gedaan om te komen tot een opzegging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Indien [Geïntimeerde] niet voor 7 augustus 2019 met dit voorstel zou instemmen zou dit volgens Manrique Capriles: “will result in client starting the requisite procedure to terminate the labor agreement with you”. 4.11 [ Geïntimeerde] is niet akkoord gegaan met het voorstel. 4.12 Bij brief van 19 augustus 2019 wordt [Geïntimeerde] op staande voet ontslagen. Daarin is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld. “ (…) You subsequently did not come to work on wednesday 31st July. Or any day thereinafter for that matter. In addition you failed to provide client with a doctor’s card or any other form of medical certification of a possible illness, which would justify that you could not come the workplace and attend to your duties. Last Friday, august 16th, 2019 client called you and instructed you to pass by the office to discuss one and other. Client intended to provide you with a final opportunity and as such summons, to resume your work activities, or alternatively still accept the settlement proposal. You told client that you would come to office, but failed to do so, without even making any effort to inform client you would no longer be attending the scheduled meeting. (…) Regretfully your continued, severe, attributable shortcomings, leave client no alternative but to terminate the labor agreement with you, with immediate effect. Your decision to not attend the agreed meeting with client last Friday, was simply the straw that broke the camel’s back. Client consulted our office this morning on the latest incident. Your refusals to work, failure to provide any form of justification therefore, previous severe and multiple shortcomings and finally to follow reasonable instructions and to even meet your own commitments to appear for a meeting, all separately and certainly jointly, more than justify client’s decision to terminate the labor agreement presently, with immediate effect. (…)” 4.13 Het gaat in deze zaak om de vraag of het door Manrique Capriles aan [Geïntimeerde] gegeven ontslag op staande voet rechtmatig is gegeven. Het Gerecht heeft voor recht verklaard dat het gegeven ontslag op staande voet nietig is en heeft Manrique Capriles veroordeeld tot betaling van het salaris van 1 september 2019 tot en met 31 januari 2020 en van 1 februari 2020 tot de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze zal zijn geëindigd, te vermeerderen met wettelijke verhoging en wettelijke rente. Hiertegen richt zich het hoger beroep van Manrique Capriles. 4.14 Voor ontslag op staande voet is, onder meer, een dringende reden vereist. Bij de vraag of sprake is van een dringende reden dienen alle omstandigheden van het geval, bezien in hun verband en samenhang te worden afgewogen. De werkgever moet stellen en bewijzen dat sprake is van een dringende reden. 4.15 Manrique Capriles heeft in voormelde brief als dringende reden voor het ontslag op staande voet aangegeven dat [Geïntimeerde] op woensdag 31 juli 2019 en ook daarna zonder opgave van reden niet op het werk is verschenen en vervolgens zonder opgave van redenen niet is verschenen op een afspraak op 16 augustus 2019, terwijl hij had toegezegd te zullen verschijnen. Hierbij begrijpt het Hof dat de data van 30 en 31 juli 2019 een verschrijving is en dat hier 5 en 6 augustus 2019 wordt bedoeld, als verwijzing naar de brief had die mr. Bloem kennelijk – getuige de bij akte uitlating in eerste aanleg aangehaalde e-mailcorrespondentie tussen mr. Bloem en zijn cliënte – al op 30 januari 2019 bij [Geïntimeerde] had willen bezorgen. Hoe dat zij, dat door deze verschrijving bij [Geïntimeerde] enige onduidelijkheid is ontstaan over de reden van het ontslag is gesteld noch gebleken. 4.16 Manrique Capriles heeft niet betwist dat [Geïntimeerde] op het werk onwel is geworden en in verband daarmee op 31 juli en 1 augustus 2019 ziek was. Tussen partijen is evenmin in geschil dat [Geïntimeerde] op 5 augustus 2020 weer op het werk is verschenen en zich na 5 augustus 2020 niet meer op het werk heeft gemeld. Partijen verschillen van mening over de vraag of [Geïntimeerde] op 5 augustus 2019 weer aan het werk is gegaan dan wel dat hij alleen op het werk is verschenen om een dokterskaart te halen. Indien komt vast te staan dat [Geïntimeerde] op 5 augustus 2019, nadat hij twee dagen ziek is geweest, weer heeft gewerkt en vervolgens na 5 augustus 2019 zonder opgave van redenen niet meer op het werk is verschenen om de opgedragen arbeid te hervatten, is naar het oordeel van het Hof, mede gezien de eerder aan [Geïntimeerde] gegeven waarschuwingen, betreffende incidenten waarvan [Geïntimeerde] wel de ernst, maar niet de toedracht heeft betwist, sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet. 4.17 Uit de door Manrique Capriles overgelegde e-mails van 10 en 18 juni 2020 van Patricia Solis volgt genoegzaam dat [Geïntimeerde] op 5 augustus 2019 op het werk is verschenen, zich niet ziek heeft gemeld en ook niet om een dokterskaart heeft gevraagd. Manrique Capriles heeft verder gesteld dat [Geïntimeerde] op 5 augustus 2019 gewoon aan het werk was, dat de heer [Naam 1] hiervan melding heeft gedaan aan mr. Bloem, die vervolgens naar Manrique Capriles is gereden en tijdens de lunch aan [Geïntimeerde] de brief d.d. 5 augustus 2019 heeft overhandigd. [Geïntimeerde] heeft de inhoud van voormelde mails niet voldoende gemotiveerd betwist. Hij heeft slechts volstaan met te stellen dat die verklaringen vals zijn en dat geen bewijs is overgelegd dat met hem gebeld zou zijn. Het Hof: Vernietigt de bestreden beschikking en opnieuw rechtdoende: Wijst de vorderingen van [Geïntimeerde] af. Veroordeelt [Geïntimeerde] in de kosten van het geding aan de zijde van Manrique Capriles gevallen en tot op heden in eerste aanleg begroot op NAf 1.250,- aan gemachtigdensalaris en in hoger beroep op NAf 900,- aan verschotten en NAf 4.000,- aan gemachtigdensalaris. Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A. Saleh, F.W.J. Meijer en O. Nijhuis, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2021 in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.
Toegepaste wetsartikelen
- Artikel 20 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 9 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 17 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 2 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 18 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 11 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 8 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 14 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 12 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 19 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 5 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 16 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 3 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 4 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 15 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 6 — Burgerlijk Wetboek Boek 4
- Artikel 10 — Burgerlijk Wetboek Boek 4