Rechtspraak 2026-03-26
ECLI:NL:OGHACMB:2026:85
Burgerlijke zaken over 2026 Zaaknummers: CUR2025H00284 Uitspraak: 26 maart 2026 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba B E S C H I K K I N G in de zaak van: de besloten vennootschap CANDELARIA B.V., gevestigd in Curaçao, hierna te noemen: Candelaria, verzoekster, gemachtigden: mrs. M.W.J.H. Welten en S. Ehigiene, tegen 1. de besloten vennootschap RIBEIRA BRAVA HOLDING B.V., gevestigd in Curaçao, hierna te noemen: Ribeira Brava, 2. de besloten vennootschap ESPERAMOS B.V., gevestigd in Curaçao, hierna te noemen: Esperamos, 3. de besloten vennootschap ESPERAMOS REAL ESTATE I B.V., gevestigd in Curaçao, hierna te noemen: Esperamos RE I, 4. de besloten vennootschap ESPERAMOS REAL ESTATE II B.V., gevestigd in Curaçao, hierna te noemen: Esperamos RE II, verweersters, gemachtigden: mrs. M.H.M. Janssen en L.F.F.M. Drissen, met als belanghebbenden: 1. de besloten vennootschap ZEMBREIROS B.V., gevestigd in Curaçao, hierna te noemen: Zembreiros, 2. [BESTUURDER], wonende in Curaçao, hierna te noemen: [bestuurder], gemachtigden: mrs. M.H.M. Janssen en L.F.F.M. Drissen. Verweersters 1 tot en met 4 worden hierna gezamenlijk ook genoemd: Esperamos c.s. 1 Het verloop van de procedure 1.1 Bij op 21 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift, met producties 1 tot en met 25.2, heeft Candelaria het Hof verzocht, uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken bij Esperamos c.s. en voorlopige voorzieningen te treffen, met hoofdelijke veroordeling van Esperamos c.s. in de proceskosten. 1.2 Bij op 8 januari 2026 ingekomen verweerschrift, met producties 1 tot en met 50, hebben Esperamos c.s. en de beide belanghebbenden geconcludeerd tot afwijzing van de verzoeken van Candelaria, en voor het geval het Hof een onderzoek zou bevelen, het Hof verzocht een voorlopige voorziening te treffen, uitvoerbaar bij voorraad, kosten rechtens. 1.3 De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad op 5 februari 2026. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Vooraf heeft Candelaria producties 26 tot en met 31 toegezonden, met bijlagen (onderproducties), en hebben Esperamos c.s. producties 54 en 55 toegezonden. Na bezwaar van Esperamos c.s. tegen de producties van Candelaria heeft het Hof beslist dat die producties worden geaccepteerd, maar zonder de bijlagen. Bij de mondelinge behandeling heeft mr. Welten de onderproducties uit de map met producties verwijderd. 1.4 Beschikking is bepaald op vandaag. 2 De beoordeling Feiten 2.1 Het Hof gaat uit van de volgende feiten. 2.1.1 Esperamos exploiteert een supermarktketen in Curaçao. 2.1.2 De eerste supermarkt is eind jaren zestig geopend. Esperamos is in 1971 opgericht door de broers [broer 1] (hierna: [broer 1], ook [broer 1] genoemd) en [broer 2] (hierna: [broer 2]). [broer 2] had een zoon: [bestuurder], en een dochter: [dochter broer 2] (hierna: [dochter broer 2], ook aangeduid als: [dochter broer 2]). 2.1.3 Esperamos maakt deel uit van een groep vennootschappen (hierna: de Esperamos-groep). De structuur van de Esperamos is als volgt. 2.1.4 Aan de top van een deel van de structuur staat Trust Alliance Curaçao B.V. Deze vennootschap houdt alle aandelen in het kapitaal van Candelaria als trustee van de Madeira II Trust, ten behoeve van de drie dochters van [broer 1]. 2.1.5 Candelaria houdt 45% van de aandelen in het kapitaal van Ribeira Brava. De overige 55% worden gehouden door Zembreiros. Ribeira Brava houdt alle aandelen in Esperamos, Esperamos RE I en Esperamos RE II. De twee laatstgenoemde vennootschappen hebben onroerende zaken in economische eigendom. 2.1.6 [ [bestuurder Candelaria] is de enige bestuurder van Candelaria. Zembreiros heeft twee bestuurders: [bestuurder] en [dochter broer 2]. [bestuurder] is de enige bestuurder van Ribeira Brava, Esperamos, Esperamos RE I en Esperamos RE II. 2.1.7 Schematisch ziet de structuur van deze groep vennootschappen (hierna: de Esperamos-groep) er dus als volgt uit: [schema] 2.1.8 Tot 2015 hielden Candelaria en Zembreiros ieder 50% van de aandelen in Ribeira Brava. [broer 1] was de uiteindelijk gerechtigde van Candelaria en zijn broer [broer 2] was de uiteindelijk gerechtigde van Zembreiros. 2.1.9 In 2015 is [broer 1] overleden. Kort voordien heeft Candelaria een aandelenbelang van 5% in Ribeira Brava overgedragen aan Zembreiros. Zenbreiros werd daardoor meerderheidsaandeelhouder. 2.1.10 [ [verzorger financiën] was gedurende een periode verantwoordelijk voor het verzorgen van de financiën van de Esperamos-groep. In 2018 is hij overleden. 2.1.11 In 2021 is [broer 2] overleden. Sindsdien heeft [bestuurder] de leiding over de Esperamos-groep. 2.1.12 In opdracht van Candelaria hebben [rapporteur 1 en 2], verbonden aan InFocus N.V. (hierna: InFocus) op 10 juni 2025 een “rapport van feitelijke bevindingen” uitgebracht. Dit rapport is opgesteld op basis van financiële overzichten van Esperamos c.s. over de jaren 2015 tot en met 2022. 2.1.13 Bij e-mail van 24 juni 2025 heeft [bestuurder] onder meer bericht: We agree that the group needs a CFO to provide transparency to shareholders with quarterly reports and assist with the restructuring of the company for success. The CFO together with the leadership team needs to work together and make decisions in the best interest of the company. 2.1.14 Op 10 september 2025 heeft InFocus in opdracht van Candelaria een “conclusierapport” uitgebracht. Hierin concludeert InFocus: Op basis van de bevindingen over de periode 2015-2022 kan worden geconcludeerd dat binnen de organisatie structureel sprake was van: Onvoldoende inrichting en werking van de interne beheersing en sturing op operationeel en financieel niveau. Een verslechterende financiële positie, met name ten aanzien van liquiditeit en solvabiliteit. Een lage mate van rendement op investeringen, ondanks aanzienlijke uitgaven aan vaste activa. Onvoldoende transparantie in governance en gebrekkige communicatie en besluitvorming binnen de aandeelhoudersstructuur. Verzoeken 2.2 Candelaria heeft het Hof verzocht, verkort weergegeven: a. enquête bij Esperamos c.s. over de periode vanaf 1 januari 2015, met benoeming van een of meer onderzoekers; c. benoeming van een tijdelijke bestuurder naast [bestuurder], met doorslaggevende stem; d. tijdelijke beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [bestuurder]. Als aan te wijzen tijdelijke bestuurder hebben zij voorgesteld: Roland Grosfeld, verbonden aan Beacon Financial Services BV in Curaçao. 2.3 Esperamos c.s. en de beide belanghebbenden hebben primair geconcludeerd tot afwijzing van de verzoeken van Candelaria. Subsidiair hebben zij het Hof verzocht, verkort weergegeven, om niet Roland Grosfeld, maar [kandidaat] te benoemen als tijdelijke bestuurder naast [bestuurder], onder de voorwaarden die het Hof geraden acht. Beoordeling door het Hof 2.4 Candelaria voldoet aan het ontvankelijkheidsvereiste van art. 2:272 lid 1 sub c BW met betrekking tot haar verzoeken ten aanzien van Ribeira Brava. Zij is ook ontvankelijk met betrekking tot haar verzoeken ten aanzien van de overige verweersters, omdat voldaan is aan de vereisten voor het instellen van een concern-enquête. Esperamos en de belanghebbenden hebben dat ook niet bestreden. 2.5 Er zijn jarenlang geen jaarrekeningen beschikbaar geweest. Dat is op zichzelf voldoende voor het oordeel dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid bij Esperamos c.s. te twijfelen. In dit stadium van de procedure behoeft niet onderzocht te worden of er meer redenen zijn aan een juist beleid te twijfelen. Esperamos c.s. hebben in elk geval niet (voldoende duidelijk) betwist dat er gegronde redenen zijn om te betwijfelen of het beleid bij Esperamos c.s. in het verleden altijd juist is geweest. 2.6 Esperamos c.s. hebben niet aannemelijk gemaakt dat Candelaria onvoldoende belang in de zin van art. 3:303 BW heeft bij haar verzoeken of dat zij misbruik van bevoegdheid in de zin van art. 3:13 BW maakt door die verzoeken te doen, hetzij door haar bevoegdheid uit te oefenen met een ander doel dan waarvoor zij is verleend, hetzij om een andere reden.