Rechtspraak Parket bij de Hoge Raad 2009-03-31
ECLI:NL:PHR:2009:BH1436
Strafrecht
[Verdachte] 1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam op 3 augustus 2007 voor primair "verkrachting, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één jaar. Voorts heeft het Hof gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en bevolen dat hij van overheidswege zal worden verpleegd. Tenslotte heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als nader in het arrest omschreven. 2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld. 3. Namens verdachte heeft mr. J. Boksem, advocaat te Groningen, twee middelen van cassatie voorgesteld. 4. Het eerste middel klaagt over motivering van de bewezenverklaring. Uit de bewijsmiddelen zou niet kunnen volgen dat de aangeefster door het uitgeoefende geweld of andere feitelijkheden is gedwongen tot het ondergaan van de bewezenverklaarde handelingen. 5. Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat "hij in de periode van 1 juni 2001 tot en met 1 december 2001 te Amsterdam door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer], hebbende verdachte [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, vingers en penis in de vagina van [slachtoffer] bracht en zijn, verdachtes, tong in de mond van [slachtoffer] bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte de deur van zijn woning op slot heeft gedraaid en [slachtoffer] heeft opgetild en op een bed heeft neergelegd en bovenop [slachtoffer] is gaan liggen en in de borsten van [slachtoffer] heeft geknepen en [slachtoffer] heeft uitgekleed en de benen van [slachtoffer] uit elkaar heeft gehaald." 6. Als bewijsmiddelen heeft het Hof gebezigd: "1. Een proces-verbaal met nummer 2003096544-1, op 15 april 2003 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1 en 2] (p. 8-13). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisanten: De verkrachting, waarvan [slachtoffer] op 15 april 2003 aangifte deed heeft plaatsgevonden begin november 2001, in de namiddag, in het perceel [a-straat 1] te [plaats]. Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] 1987): In juli 2001 kwam [verdachte] naast mij in de bus zitten. Vlak voor ik uitstapte gaf hij mij een brief met zijn voor- en achternaam en 06-nummer. Geruime tijd later vroeg hij mij naar zijn huis te gaan. Ik ben naar zijn huis gegaan. Toen ik binnen was, deed hij met een sleutel de deur op slot. Hij ging op zijn bed zitten en zei: "Kom maar hier, kom maar hier". Ik zei dat ik niet wilde. Toen tilde hij mij op. Ik zei hem mij los te laten. Hij tilde mij zo op dat mijn benen over zijn armen bungelden. Ik heb geprobeerd los te komen. Hij legde mij op zijn bed neer. Ik lag plat op mijn rug. Hij kwam helemaal boven op mij liggen. Hij heeft mij met zijn handen aangeraakt. Hij ging met zijn handen onder mijn kleren, ook onder mijn bh. Hij ging in mijn borsten knijpen. Dat deed zeer. Ik reageerde boos en vroeg hem constant mij los te laten. Vervolgens trok hij mijn laarzen uit en deed hij mijn broek open. Hij trok mijn broek en onderbroek uit. Hij stopte twee vingers in mijn vagina. Hij bewoog zijn vingers. Het deed zeer. Ik zei de hele tijd dat hij moest ophouden. Het duurde best lang. Toen haalde hij zijn vingers er uit. Hij trok zijn broek en onderbroek uit. Toen was hij van onder ook helemaal naakt. Ik zag dat hij een condoom om zijn stijve penis deed. Hij had mijn benen uit elkaar gehaald met zijn handen. Ik probeerde iedere keer weer mijn benen dicht te doen. Ik probeerde te voorkomen dat hij zijn penis in mijn vagina ging stoppen. Het is hem uiteindelijk gelukt. Ik heb geprobeerd hem weg te duwen, maar dat lukte niet. Hij was groter en sterker dan ik. Hij is tussen mijn benen gaan liggen. Toen hij met zijn penis in mijn vagina kwam, deed dat pijn. Ik zei dat hij moest stoppen. Hij ging naar voren en naar achteren bewegen. Ik heb nog geprobeerd hem van me af te duwen. Hij is klaargekomen in mij. Hij heeft ook zijn tong in mijn mond gedaan. 2. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg, inhoudende voor zover van belang: Ik heb gemeenschap gehad met [slachtoffer]. We hebben bij mij thuis gemeenschap gehad. Ik woonde op het adres [a-straat 1]. Het zou kunnen dat ik vingers in haar vagina heb gedaan. Ik heb mijn penis in haar vagina gedaan." 7. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte tegen haar wil handelingen heeft moeten ondergaan, die er mede uit bestonden dat haar lichaam seksueel werd binnengedrongen. De aangeefster heeft meerdere malen verdachte duidelijk gemaakt dat zij niet wilde, door zich verbaal en fysiek te verzetten. Aangeefster heeft ook verklaard dat het niet lukte hem ervan te weerhouden omdat hij groter en sterker was. Het causale verband tussen de handelingen en het door verdachte toegepaste geweld en ander feitelijkheden heeft het Hof zonder meer uit de bewijsmiddelen af kunnen leiden. De bewezenverklaring is met voldoende redenen omkleed. 8. Het eerste middel faalt. 9. Het tweede middel klaagt over de kwalificatie. Het Hof zou het bewezenverklaarde ten onrechte hebben gekwalificeerd als "verkrachting, meermalen gepleegd". 10. Art. 242 Sr stelt als "verkrachting" strafbaar - kort gezegd - het een ander dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Het gebruik van het meervoud ("handelingen") in deze delictsomschrijving maakt duidelijk dat het delict kan bestaan uit meer handelingen en ook uit meer handelingen die moeten worden aangemerkt als seksueel binnendringen van het lichaam. Het feit dat meermalen en op verschillende wijzen is binnengedrongen, rechtvaardigt op zich dus niet de gevolgtrekking dat sprake is van meerdaadse samenloop. De pluraliteit van handelingen lost zich, als sprake is van één samenhangend feitencomplex, op in één enkelvoudige kwalificatie: verkrachting. 11. In HR 18 mei 1999, NJ 1999, 541 oordeelde de Hoge Raad van handelingen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam sprake is als ontuchtige handelingen die als zodanig geen seksueel binnendringen opleveren, "aan "seksueel binnendringen" voorafgaan dan wel daarop volgen of daarmee gepaard gaan". Of ontuchtige handelingen onderdeel van de verkrachting vormen hangt derhalve af van de vraag of zij "zijn verricht in samenhang met het seksueel binnendringen".(1) Ik meen dat voor de vraag of twee of meer keren seksueel binnendringen één verkrachting oplevert eveneens beslissend is of de onderscheiden handelingen in samenhang met elkaar zijn begaan (dus elkaar opvolgden of -hetgeen niet ondenkbaar is - met elkaar gepaard gingen). 12. Uit het genoemde arrest (NJ 1999, 541) blijkt dat de tijdsfactor (zijn de handelingen op verschillende momenten verricht) een belangrijke factor vormt bij de vraag of het onderlinge verband aanwezig is. Ook het causale verband met de door de dader uitgeoefende dwang lijkt mij - als het om verkrachting gaat - van belang. Alle handelingen die het slachtoffer moest ondergaan als gevolg van één en hetzelfde "dwangmiddel" (of één en dezelfde combinatie van dwangmiddelen), vormen onderdeel van één en dezelfde verkrachting. Ik merk daarbij op dat de centrale delictshandeling taalkundig bezien niet "binnendringen" is, maar "dwingen". Ook dat wijst erop dat niet het aantal malen dat binnengedrongen is beslissend is, maar het aantal malen dat is gedwongen. 13. Dan nu het onderhavige geval. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat het gaat om één enkele gebeurtenis op één bepaalde namiddag in begin november 2001 (bewijsmiddel 1).