Rechtspraak Parket bij de Hoge Raad 2023-01-31
ECLI:NL:PHR:2023:212
Strafrecht
D.J.M.W. Paridaens In de zaak [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, hierna: de opgeëiste persoon. Inleiding De rechtbank Amsterdam heeft bij uitspraak van 26 oktober 2022 de overlevering van de opgeëiste persoon aan the Circuit Court in Bydgoszcz, III Criminal Division (Polen) toegestaan wegens de in onderdeel e) van het Europees aanhoudingsbevel (EAB) omschreven feiten. Er bestaat samenhang met de zaak met nr. 22/04236. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen. Namens de opgeëiste persoon heeft L. Tricoli, advocaat te Alphen aan den Rijn, drie middelen van cassatie voorgesteld. Ontvankelijkheid van het beroep 4. Het EAB is op 22 mei 2019 uitgevaardigd door de “Circuit Court in Bydgoszcz, III Criminal Division” in Polen. Naar aanleiding daarvan heeft de officier van justitie op 12 december 2019 een vordering als bedoeld in art. 23 lid 2 Overleveringswet ingediend bij de rechtbank Amsterdam, waarover de rechtbank op 26 oktober 2022 heeft beslist. Aldus is de Overleveringswet in de onderhavige zaak van toepassing. 5. Nu op grond van art. 29 lid 2 Overleveringswet geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen de bestreden uitspraak van de rechtbank omtrent de overlevering van de opgeëiste persoon, kan hij niet in zijn beroep worden ontvangen. Aan de bespreking van de middelen kom ik daarom niet toe. 6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG