Rechtspraak Rechtbank Alkmaar 2009-06-18
ECLI:NL:RBALK:2009:BJ1048
Bestuursrecht
RECHTBANK ALKMAAR Sector Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 08/1470 WMO Uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak van: [naam], wonende te [woonplaats], eiseres, tegen de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb), gevestigd te Amstelveen, verweerder. Ontstaan en loop van de zaak Bij besluit van 13 maart 2008 heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat zij niet aan de voorwaarden voldoet om een mantelzorgcompliment te ontvangen en dat de aanvraagformulieren haar daarom niet worden toegezonden. Verweerder heeft de brief van eiseres van 14 november 2007 aangemerkt als voortijdig ingediend bezwaarschrift tegen dit besluit en eiseres daarvan bij brief van 21 maart 2008 in kennis gesteld. Bij besluit van 8 april 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en het besluit van 13 maart 2008 gehandhaafd. Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 3 mei 2008 beroep ingesteld. De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting van 21 april 2009. Eiseres is in persoon verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde mr. J.Y. van den Berg. Met toepassing van het bepaalde in artikel 8:66, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), heeft de rechtbank de termijn voor het doen van uitspraak met zes weken verlengd. De rechtbank - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - herroept het besluit van 13 maart 2008; - bepaalt dat aan eiseres over 2007 een mantelzorgcompliment ten bedrage van € 250,00 wordt toegekend; - bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit; - bepaalt dat de Sociale Verzekeringsbank aan eiseres het griffierecht ten bedrage van € 39,00 vergoedt. Deze uitspraak is gedaan op 18 juni 2009 door mr. M.A.J. Berkers, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Horio, griffier. griffier rechter Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden – in elk geval de eisende partij – en verweerder hoger beroep instellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (beroepschrift) en een kopie van de uitspraak te zenden aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. 1. De rechtbank moet in deze zaak beoordelen of verweerder terecht en op goede gronden de aanvraag van eiseres om een mantelzorgcompliment heeft afgewezen. 2. Voor de beoordeling is de volgende regelgeving met name van belang. In artikel 1 van het Besluit bekendmaking regels ter uitvoering van het mantelzorg-compliment 2007 (hierna: het Besluit) van de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: SVB) is bepaald dat de SVB bij betaling van de geldelijke waardering aan mantelzorgers de regels toepast zoals die zijn neergelegd in de bijlage bij het Besluit. Ingevolge artikel 2 van de bijlage bij het Besluit ontvangt een mantelzorger ter waardering van zijn werk een uitkering indien: a. door het CIZ of het bureau jeugdzorg na 1 april 2007 aan een persoon een indicatie is afgegeven met een geldigheidsduur van ten minste zes maanden voor extramurale zorg in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, b. ter gelegenheid van het afgeven van de onder a bedoelde indicatie door het CIZ of het bureau jeugdzorg is aangegeven, dat voor een gedeelte van de geïndiceerde zorg mantelzorg aanwezig zal zijn, en c. de onder a bedoelde persoon de desbetreffende mantelzorger als begunstigde voor de uitkering heeft aangewezen. In artikel 3, eerste lid, van de bijlage bij het Besluit is bepaald dat toekenning van een uitkering plaatsvindt door de SVB naar aanleiding van een daartoe door de mantelzorger bij de SVB ingediende aanvraag. Ingevolge het tweede lid van dit artikel zendt de SVB een zorgvrager een aanvraagformulier met begeleidende brief. In het vierde lid van dit artikel is bepaald dat de aanvraag door de mantelzorger wordt ingediend uiterlijk drie maanden na de dag waarop het aanvraagformulier aan een zorgvrager is toegezonden of uitgereikt. De aanvraag is medeondertekend door die persoon. Ingevolge artikel 6 van de bijlage bij het besluit bedraagt de uitkering voor het jaar 2007 € 250,00. Ingevolge artikel 8 van de bijlage bij het Besluit kunnen de artikelen 2 en 3, vierde lid, buiten toepassing worden gelaten of kan daarvan worden afgeweken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 3. Verweerder heeft in het bestreden besluit aangegeven dat de eerste aanvraagformulieren voor een mantelzorgcompliment op 24 augustus 2007 zijn verzonden aan potentieel gerechtigde mantelzorgers. Aan de moeder van eiseres is geen aanvraagformulier verzonden aangezien zij op dat moment reeds was overleden. De brieven van eiseres van 14 november 2007 en 3 december 2007 heeft verweerder alsnog aangemerkt als een aanvraag voor een mantelzorgcompliment. Eiseres kan volgens verweerder niet aan de voorwaarde van medeondertekening door de zorgvrager voldoen zodat zij niet in aanmerking komt voor het ontvangen van een mantelzorgcompliment. 4. Eiseres heeft aangevoerd dat zij aan alle voorwaarden voor het ontvangen van een mantelzorgcompliment over het jaar 2007 voldoet. Zij heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij de enige mantelzorger van haar moeder was, zodat de omstandigheid dat haar moeder haar niet heeft kunnen aanwijzen en de aanvraag niet mede heeft kunnen ondertekenen haar niet kan worden tegengeworpen. Eiseres is dan ook van mening dat in haar geval een uitzondering op de regels moet worden gemaakt. Eiseres heeft 18 jaar voor haar ouders gezorgd en verweerder laat haar nu in de kou staan. Ten slotte heeft eiseres aangegeven dat zij diverse malen onjuist door verweerder is voorgelicht. 5. Uit de toelichting bij het Besluit blijkt dat de SVB het Besluit heeft vastgesteld ter uitvoering van een opdracht van de Staatssecretaris van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om een regeling die uitsluitend nog in concept bestaat - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand in verband met het verstrekken van een uitkering aan mantelzorgers, kamerstukken 31317 - al in 2007 uit te voeren. De staatssecretaris heeft met haar opdracht beoogd vooruit te lopen op een wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning, waarbij een wettelijke basis zal worden gecreëerd voor de landelijke regeling. Uit het voorgaande volgt dat het Besluit geen wettelijke basis heeft, zodat de in de bijlage bij dit Besluit geformuleerde regels moeten worden gezien als buitenwettelijk begunstigend beleid. Indien daarvan sprake is wordt door de rechtbank in beginsel slechts getoetst of dit beleid op een consistente manier wordt toegepast. Gelet op de omstandigheid dat het onderhavige beleid is vastgesteld in opdracht van de staatssecretaris en dat met dit beleid wordt vooruitgelopen op een wettelijke regeling die destijds in voorbereiding was, ziet de rechtbank wel aanleiding om bij haar beoordeling de bedoeling van de wetgever zoals die blijkt uit de kamerstukken met betrekking tot de behandeling van bovengenoemd wetsontwerp te betrekken. Zij overweegt verder dat de Wet tot wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand in verband met het verstrekken van een uitkering aan mantelzorgers is vastgesteld op 2 april 2009, maar nog niet in werking is getreden. 6. Aan de moeder van eiseres is op 11 juni 2007 een indicatiebesluit afgegeven voor extramurale zorg met als ingangsdatum 1 juni 2007 en als einddatum 1 juli 2009. In het indicatiebesluit is aangegeven dat gedurende 42 uur per week door de dochter van eiseres mantelzorg wordt verleend. Aan de in artikel 2, aanhef en onder a en b, van de bijlage bij het Besluit genoemde vereisten is derhalve voldaan. 7. De moeder van eiseres is op [datum] overleden. Zij heeft eiseres dus niet kunnen aanwijzen als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder c, van de bijlage bij het Besluit en heeft evenmin de aanvraag om een mantelzorgcompliment mede kunnen ondertekenen als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de bijlage bij het Besluit. Verweerder heeft in verband daarmee de aanvraag afgewezen. Verweerder heeft echter niet getoetst of er in dit geval aanleiding was om met toepassing van artikel 8 van de bijlage bij het Besluit de artikelen 2 en 3, vierde lid, buiten toepassing te laten. Het bestreden besluit is dan ook onvoldoende gemotiveerd, zodat het voor vernietiging in aanmerking komt wegens strijd met artikel 7:12 van de Awb. 8. De rechtbank zal bezien of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven. Daartoe bestaat aanleiding indien het besluit inhoudelijk juist is en de beoordeling door de rechtbank tot dezelfde uitkomst leidt. 9. Ter zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat er in dit geval geen aanleiding is om de artikelen 2, aanhef en onder c en 3, vierde lid, van de bijlage bij het Besluit buiten toepassing te laten. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat artikel 8 van de bijlage bij het Besluit niet ziet op gevallen als het onderhavige. De vraag in welke gevallen artikel 8 van de bijlage bij het Besluit moet leiden tot het buiten toepassing laten van eerdergenoemde voorwaarden is door verweerder niet in beleid uitgewerkt. Verweerder heeft ter zitting geen gevallen kunnen noemen waarin sprake zou kunnen zijn van onbillijkheden van overwegende aard. 10. De rechtbank stelt aan de hand van de Memorie van Toelichting bij wetsvoorstel 31317 vast dat het mantelzorgcompliment ertoe strekt de maatschappelijke waardering voor de inzet van mantelzorgers uit te spreken. Uitgangspunten zijn dat een mantelzorger in aanmerking kan komen voor een uitkering wanneer hij of zij iemand verzorgt die beschikt over een (her)indicatie met een geldigheidsduur van tenminste zes maanden en dat per zorgvrager ten hoogste één maal per jaar en voor één mantelzorger een uitkering kan worden verstrekt. In de Memorie van Toelichting is hieromtrent - voor zover hier van belang - aangegeven: “Uitgangspunt van de ministeriële regeling zal zijn dat de zorgvrager bepaalt of en zo ja, welke mantelzorger in aanmerking komt voor een uitkering.
Toegepaste wetsartikelen
- Artikel 1 — Instructie en vergoeding gecommitteerden m.b.o.
- Artikel 8 — Besluit afschaffing binnenlandse paspoorten en verdere reglementaire bepalingen ten aanzien van binnen- en buitenlandse paspoorten
- Artikel 6 — Besluit afschaffing binnenlandse paspoorten en verdere reglementaire bepalingen ten aanzien van binnen- en buitenlandse paspoorten