ECLI:NL:RBAMS:2017:2577
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 5169185 CV EXPL 16-19027 vonnis van: 28 maart 2017 fno.: 569 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de stichting Stichting Waternet gevestigd te Amsterdam eiseres nader te noemen: Waternet gemachtigde: R.W.H. van Dijk t e g e n [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde nader te noemen: [gedaagde] gemachtigde: mr. G.M. Haring VERLOOP VAN DE PROCEDURE dagvaarding van 6 juni 2016 met producties; antwoord met producties; instructievonnis; repliek met producties; dupliek met producties; akte uitlating producties van Waternet; dagbepaling vonnis. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast: 1.1. Waternet levert water aan het perceel gelegen aan het woonadres van [gedaagde], waarvan [gedaagde] de gemeente heeft verzocht dit adres aan derden niet kenbaar te maken. 1.2. Waternet heeft in de periode 28 februari 2012 tot en met 2 september 2014 facturen ter zake van waterlevering aan [gedaagde] gezonden voor een bedrag van € 472,11. [gedaagde] heeft daarvan vóór dagvaarding € 373,17 onbetaald gelaten. 1.3. Op 22 oktober 2013 heeft een medewerker van Waternet een huisbezoek aan [gedaagde] gebracht en daarvan een rapport opgemaakt. 1.4. Bij brief van 19 oktober 2015 heeft de incassogemachtigde [gedaagde] schriftelijk gesommeerd om € 373,17 te voldoen binnen 14 dagen na ontvangst van de brief, ingaande 2 dagen na dagtekening van de brief, bij gebreke waarvan incassokosten van € 55,98 in rekening zouden worden gebracht. 1.5. Artikel 1 van de Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 17 april 2012, houdende regels met betrekking tot het afsluiten van kleinverbruikers van drinkwater (Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater) – hierna de Regeling – luidt: 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. kwetsbare consument: kleinverbruiker voor wie de beëindiging van de levering van drinkwater zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg zou hebben voor de kleinverbruiker of huisgenoten van de kleinverbruiker; b. schuldhulpverlening: toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet of ondersteuning van natuurlijke personen door een instantie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet bij het vinden van een adequate oplossing voor schuldsituatie gericht op de aflossing van schulden. 1.6. Artikel 3 luidt: ‘1 Indien een kleinverbruiker niet binnen de gestelde termijn voldoet aan een eerste vordering tot betaling door de eigenaar van een drinkwaterbedrijf, zendt die eigenaar ten minste eenmaal een schriftelijke herinnering daaromtrent aan die kleinverbruiker.’ ‘2 De eigenaar van een drinkwaterbedrijf: a. wijst de kleinverbruiker bij die herinnering op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening b. biedt bij die schriftelijk herinnering aan om met schriftelijke toestemming van de kleinverbruiker diens contactgegevens, diens klantnummer en informatie over de hoogte van diens schuld aan een instantie ten behoeve van schuldhulpverlening te verstrekken, tenzij de kleinverbruiker geen natuurlijk persoon is, en c. vermeldt bij de schriftelijke herinnering dat de kleinverbruiker niet wordt afgesloten indien hij een medische verklaring als bedoeld in artikel 6, onderdeel d. overlegt, onverlet de omstandigheden genoemd in de onderdelen a tot en met c van dat artikel.’ 1.7. Artikel 4 van de Regeling luidt: ‘De eigenaar van een drinkwaterbedrijf spant zich in om in persoonlijk contact te treden met de kleinverbruiker teneinde deze te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen, en om uitsluitsel te krijgen over het al of niet geven van toestemming als bedoeld in artikel 3, tweede lid onder b.’ 1.8. Artikel 6 van de Regeling luidt: ‘De eigenaar van een drinkwaterbedrijf beëindigt de levering van drinkwater aan een kwetsbare consument niet, tenzij: a. de kwetsbare consument daarom verzoekt b. er sprake is van fraude of misbruik door de kwetsbare consument c. de onveiligheid van de installatie beëindiging van de levering noodzakelijk maakt, of d. er sprake is van wanbetaling en de kwetsbare consument niet binnen een redelijke termijn een verklaring van een arts, niet zijnde de behandelend arts van de betrokkene, kan overleggen waaruit de zeer ernstige gezondheidsrisico’s die ontstaan door het afsluiten van drinkwater blijkt.’ 1.9. Na dagvaarding heeft [gedaagde] op 25 november 2016 € 25,00 betaald aan Waternet via zijn budgetbeheerder. Vordering en verweer 2. Waternet vordert bij dagvaarding dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:a. € 373,17 aan hoofdsom vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juli 2016; b. € 55,98 aan buitengerechtelijke incassokosten; c. € 27,25 aan rente, berekend tot en met 31 mei 2016;e. de proceskosten.Tevens vordert Waternet – kort gezegd – onderbreking van [gedaagde] van de waterlevering op kosten van [gedaagde], begroot op € 70,00, en ex artikel 558 RV de daartoe noodzakelijke ontruiming van het woonadres van [gedaagde] voor de duur van de voor de onderbreking noodzakelijke werkzaamheden. Bij haar laatste akte vermindert Waternet de vordering met een na dagvaarding gedane betaling van € 25,00 en specificeert zij de vervallen rente tot en met 20 december 2016, begroot op € 31,61. 3. Waternet stelt daartoe – kort gezegd – dat [gedaagde] de facturen genoemd onder 1.2 ter zake van waterlevering aan haar adres niet heeft voldaan, ondanks sommatie daartoe door de gemachtigde. 4. Waternet is gebonden aan de Regeling. Zij geeft hier uitvoering aan door actief te proberen in contact te komen met afnemers om betalingsachterstanden te voorkomen en/of te beëindigen. Tevens wordt in haar herinneringen en aanmaningen gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening en verwezen naar de website van de NVVK. 5. [gedaagde] voert gemotiveerd verweer en voert – kort gezegd – aan dat zij de vordering niet betwist. Zij heeft echter getracht om haar financieel slechte situatie op te lossen via budgetbeheerder CAV. Van de drie dossiers die door de gemachtigde van Waternet zijn aangemaakt (ter zake vorderingen van Waternet) zijn er twee afgehandeld door middel van betalingen via CAV en wordt thans ter aflossing van de vordering in deze procedure een bedrag van € 25,00 per maand betaald. Tevergeefs is getracht om buiten rechte tot een oplossing te komen. De gemachtigde van Waternet stond daar niet voor open. CAV maakt met ingang van 25 november 2016 maandelijks een bedrag van € 25,00 per maand over aan Waternet. 6. De overige stellingen en verweren komen voor zover van belang bij de beoordeling aan de orde. Beoordeling 7. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de verschuldigdheid en de hoogte van de vordering wat betreft de hoofdsom. De hoofdsom en de daarover gevorderde, onvoldoende bestreden, wettelijke rente zijn toewijsbaar. De betaling van [gedaagde] van 25 november 2016 van € 25,00 strekt in mindering op de vervallen rente. 8. Gelet op de bij de dagvaarding overgelegde aanmaning(en) als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW wordt een bedrag aan buitengerechtelijke kosten toegewezen als na te melden. 9. Anders dan Waternet stelt is niet gebleken dat in de aanmaningen van Waternet is opgenomen de aan een herinnering c.q. aanmaning gestelde eisen als opgenomen in artikel 3 onder van de Regeling. Gesteld noch gebleken is dat Waternet een huisbezoek heeft afgelegd als bedoeld in artikel 4 van de Regeling. Weliswaar heeft Waternet één huisbezoek afgelegd, in oktober 2013, waarin [gedaagde] is aangetroffen, echter nergens in het rapport is opgenomen dat de in artikel 4 opgenomen onderwerpen zijn besproken en daarbij is een bezoek in 2013 naar het oordeel van de kantonrechter te lang geleden, zelfs indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4, om thans over te gaan tot afsluiting. 10.
Toegepaste wetsartikelen
- Artikel 558 — Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
- Artikel 4 — Wet tot regeling van het Militair Onderwijs bij de Landmacht
- Artikel 6 — Wet tot regeling van het Militair Onderwijs bij de Landmacht
- Artikel 3 — Wet tot regeling van het Militair Onderwijs bij de Landmacht