Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2019-09-05
ECLI:NL:RBAMS:2019:7332
Strafrecht
RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/684088-19 (Promis) Datum uitspraak: 5 september 2019 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1967, ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] , [plaats] , gedetineerd in [plaats detentie] . 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 augustus 2019. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. G. Dankers, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.H. van Keulen, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 15 mei 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer blik(ken) bier (totale waarde 6,49 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Jumbo (vestiging [adres 2] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte. 3Waardering van het bewijs 3.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit kan worden bewezen op grond van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte. 3.2. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3.3. Oordeel van de rechtbank Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het aan verdachte ten laste gelegde feit kan worden bewezen. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn opgenomen, bewezen dat verdachte op 15 mei 2019 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen blikken bier toebehorende aan Jumbo, vestiging [adres 2] . Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 5Strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders 7.1. Eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van voorarrest. 7.2. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft – onder verwijzing naar haar schriftelijke pleitnotities – primair aangevoerd dat de ISD-maatregel voor de duur van één jaar moet worden opgelegd, zodat verdachte de band met zijn dochter kan herstellen. Verdachte is gemotiveerd om mee te werken aan een behandeling binnen de ISD-maatregel, maar hij zal zolang hij daarmee bezig is geen contact willen opnemen met zijn dochter. Het opleggen van een ISD-maatregel voor de duur van twee jaren kan daarom invloed hebben op de motivatie van verdachte om mee te werken aan zijn behandeling. Subsidiair, indien de rechtbank van oordeel is dat de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren dient te worden opgelegd, verzoekt de raadsvrouw de ambtshalve tussentijdse toetsing van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel na zes maanden na de aanvang van de maatregel. 7.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander op het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Dat is een vervelend feit dat voor de gedupeerde winkelier in het algemeen schade en overlast teweegbrengt. De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van Inforsa van 17 juli 2019, opgemaakt door C. Kleine. Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in: Blijkens een verdiepingsdiagnostiek is er sprake van verslavingsproblematiek en psychiatrische problemen. Eerder opgestarte trajecten vanuit de reclassering om verdachte ambulant te begeleiden zijn niet van de grond gekomen, omdat verdachte niet op afspraken verscheen. De reclassering ziet geen mogelijkheden om verdachte binnen een ambulant kader te begeleiden. Daarnaast is in andere kaders getracht om verdachte klinisch te behandelen, maar dit is niet gelukt. De reclassering is daarom van mening dat verdachte aan de harde en zachte ISD-criteria voldoet. De reclassering is van mening dat een klinisch traject in het kader van de ISD-maatregel meer kans van slagen heeft. In het kader van de ISD-maatregel is verder psychologisch onderzoek geïndiceerd en dan met name een IQ-bepaling. Vervolgens zou verdachte kunnen worden aangemeld voor een klinisch traject gericht op het behandelen van de verslavingsproblematiek, waarbij rekening gehouden zou moeten worden met het functioneren van verdachte. Daarna zou verdachte kunnen doorstromen naar een begeleid wonen setting waar geen drugs gebruikt mogen worden en dat is afgestemd op het functioneren van verdachte. Verder heeft de rechtbank ter terechtzitting van 22 augustus 2019 reclasseringswerker R. Nuyens, verbonden aan Inforsa te Amsterdam, als deskundige gehoord. Hij verklaarde – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: Binnen twee eerdere drangkaders is van alles geprobeerd. Verdachte laat zien dat hij van goede wil is, maar het is zeer de vraag of hij kan en zal meewerken aan een reclasseringstoezicht. Daarom is het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel het advies. Inforsa is van oordeel dat een intensieve klinische detoxbehandeling voor de duur van zeker een jaar geïndiceerd is. Dit zou bijvoorbeeld kunnen plaatsvinden in de Piet Roordakliniek. Een extramurale fase is mogelijk als verdachte zich gemotiveerd opstelt. Indien verdachte zich aan de behandeling onttrekt, hebben we de zekerheid dat hij niet recidiveert omdat hij dan wordt teruggeplaatst in de ISD-inrichting. De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: diefstal. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. Hübel, voorzitter, mrs. I. Mannen en H.E. Hoogendijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.P. Jit, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 september 2019. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. [...]