ECLI:NL:RBAMS:2025:10764
RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beslissing op het onder rekestnummer C/13/779814 / HA RK 25/431 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door: mr. K. Oldekamp-Bakker , rechter, tevens kinderrechter. 1 De procedure Bij het Team Familie & Jeugd van de Rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 13-038976-25 een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter. Op 3 december 2025 heeft de rechter met betrekking tot deze zaak bij de Wrakingskamer een verschoningsverzoek ingediend. 2 Het verzoek Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de voorbereiding van de behandeling is gebleken dat zij eerdere bemoeienis heeft gehad met deze zaak. Zij heeft eerder een medeverdachte veroordeeld voor het medeplegen met een ander van het ook aan deze verdachte te laste gelegde feit. 3 De beoordeling 3.1. Op grond van het bepaalde in artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek. 3.2. Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid. 3.3. De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen nu zij eerder een medeverdachte heeft veroordeeld voor het medeplegen van het ook aan deze verdachte te laste gelegde feit. De rechtbank begrijpt dat de rechter aldus eerder heeft geoordeeld over de betrokkenheid van deze verdachte. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen. De rechtbank: wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer 13-038976-25 wordt voortgezet voor een andere rechter; beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan: de raadsman van verdachte; de rechter; en de officier van justitie. Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, mr. P.B. Martens, voorzitter, en mr. I.M. Bilderbeek, leden, op 8 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.