Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2014-12-22
ECLI:NL:RBDHA:2014:16943
Strafrecht
Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige economische kamer Parketnummer: 09/994180-13 Datum uitspraak: 22 december 2014 Tegenspraak (Verkort vonnis) De rechtbank Den Haag, rechtdoende in economische strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte], [adres]te [vestigingsplaats]. De terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 7 oktober 2013 en 22 december 2014. De verdachte is ter terechtzitting vertegenwoordigd door [naam], geboren op[geboortedag] 1960, zijnde bestuurder van de verdachte. De officier van justitie mr. D.E. Kruimel heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het bij dagvaarding tenlastegelegde feit en gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 35.000,00 waarvan € 10.000,00 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De tenlasteleggingAan de verdachte is ten laste gelegd dat: zij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 augustus 2009 tot en met 23 augustus 2011, althans in de/het ja(a)r(en) 2009 en/of 2010 en/of 2011, te Arnhem en/of Zoetermeer en/of (elders) in Nederland, terwijl zij (telkens) als belastingadviseur haar beroepsactiviteiten uitoefende, althans, terwijl zij (telkens) als rechtspersoon of vennootschap in de uitoefening van een juridisch beroep of bedrijf zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig advies gaf of bijstand verleende bij het beheren van geld of andere waarden, (telkens) opzettelijk (in strijd met de verplichting, geformuleerd in artikel 16 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme) verrichte of voorgenomen ongebruikelijk transactie(s) niet of niet-onverwijld nadat het ongebruikelijke karakter van de (voorgenomen) transactie(s) bekend is geworden heeft gemeld aan de aan de Financiële inlichtingen eenheid, immers heeft zij (telkens) opzettelijk geen (onverwijlde) melding gedaan van, - een op of omstreeks 3 augustus 2009 verrichte ongebruikelijke transactie, te weten een storting/overboeking ten bedrage van EURO 200.008,00, althans enig geldbedrag (van rekening [Rekening 1] op/naar rekening [Rekening 2]); en/of - een op of omstreeks 4 augustus 2009 verrichte ongebruikelijke transactie, te weten een storting/overboeking ten bedrage van EURO 200.007,00, althans enig geldbedrag (van rekening [Rekening 1] op/naar rekening [Rekening 2]); en/of - ( een) op of omstreeks 17 augustus 2009 verrichte ongebruikelijke transactie(s), te weten (een) storting(en)/overboeking(en) ten bedrage van (in totaal) EURO 400.000,00, althans enig geldbedrag (van rekening [Rekening 2] op/naar rekening[Rekening 3]); en/of - een op of omstreeks 2 september 2009 verrichte ongebruikelijke transactie, te weten een storting/overboeking ten bedrage van EURO 400.000,00, althans enig geldbedrag (van rekening [Rekening 5] op/naar rekening [Rekening 2]); en/of - ( een) op of omstreeks 3 september 2009 verrichte ongebruikelijke transactie(s), te weten (een) storting(en)/overboeking(en) ten bedrage van (in totaal)EURO 400.000,00, althans enig geldbedrag (van rekening [Rekening 2]op p/[Rekening 4]). De bewijsmiddelen De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel met een opgave daarvan, zal dit plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht. De bewezenverklaring De rechtbank leest hetgeen de verdachte ten laste is gelegd met verbetering van de daarin voorkomende typ- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in zijn verdediging is geschaad. In het bijzonder geldt dat – ten gevolge van een kennelijke verschrijving – in de tenlastelegging onder het derde gedachtestreepje staat vermeld “17 augustus 2009” in plaats van “13 augustus 2009” en onder het vierde gedachtestreepje staat vermeld “[Rekening 5]” in plaats van “[Rekening 3]”. De rechtbank herstelt deze kennelijke verschrijvingen aldus en overweegt daarbij dat bij de verdachte geen onduidelijkheid kan hebben bestaan met betrekking tot hetgeen haar wordt verweten. Het gaat om verbeteringen van ondergeschikte betekenis, die - mede gelet op de ten laste gelegde periode - geen wezenlijke wijziging in de feitelijke omschrijving van het feit hebben teweeggebracht. Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat de verdachte het bij dagvaarding tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat: zij op tijdstippen in de periode van 3 augustus 2009 tot en met 23 augustus 2011 te Arnhem en Zoetermeer, terwijl zij telkens als belastingadviseur haar beroepsactiviteiten uitoefende, telkens opzettelijk, in strijd met de verplichting, geformuleerd in artikel 16 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, verrichte ongebruikelijke transacties niet heeft gemeld aan de aan de Financiële inlichtingen eenheid, immers heeft zij telkens opzettelijk geen melding gedaan van - een op 3 augustus 2009 verrichte ongebruikelijke transactie, te weten een storting/overboeking ten bedrage van EURO 200.008,00 van rekening [Rekening 1] op/naar rekening [Rekening 2]; en - een op 4 augustus 2009 verrichte ongebruikelijke transactie, te weten een storting/overboeking ten bedrage van EURO 200.007,00 van rekening [Rekening 1] op/naar rekening [Rekening 2]; en - op 13 augustus 2009 verrichte ongebruikelijke transacties, te weten stortingen/overboekingen ten bedrage van in totaal EURO 400.000,00 van rekening [Rekening 2] op/naar rekening [Rekening 3]; en - een op 2 september 2009 verrichte ongebruikelijke transactie, te weten een storting/overboeking ten bedrage van EURO 400.000,00 van rekening [Rekening 3] op/naar rekening [Rekening 2]; en - op 3 september 2009 verrichte ongebruikelijke transacties, te weten stortingen/overboekingen ten bedrage van in totaal EURO 400.000,00 van rekening [Rekening 2] op/naar[Rekening 4]. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op: opzettelijke overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 16 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten. De strafoplegging Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft nagelaten om meerdere ongebruikelijke transacties als bedoeld in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme te melden bij het daartoe bestemde meldpunt. De rechtbank: verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt: opzettelijke overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 16 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd; verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; veroordeelt de verdachte tot: een geldboete van € 35.000,00 (vijfendertig duizend euro); bepaalt dat een gedeelte van die geldboete, groot € 10.000,00 (tienduizend euro), niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het eind van de hierbij op twee (2) jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Rabbie, voorzitter, mr. M.L. Ruiter, rechter, mr. M. Enthoven, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.L.D. Timmermans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 december 2014.