ECLI:NL:RBGEL:2026:3182
RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 12157007 \ VV EXPL 26-42 Vonnis in kort geding van 17 april 2026 in de zaak van [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie] , wonende te [woonplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [de eiser in conventie] , gemachtigde: mr. A. Dragt, tegen VERENIGING VAN EIGENAARS [straatnaam] [huisnummers] TE ARNHEM , gevestigd te Arnhem, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: VvE [huisnummers] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 1 april 2026 met producties 1 tot en met 21, de conclusie van antwoord, tevens aankondiging van een eis in reconventie met producties 1 tot en met 20, de akte overlegging nadere producties aan de zijde van [de eiser in conventie] met producties 22 tot en met 24. 1.2. Op 9 april 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens [de eiser in conventie] was zijn gemachtigde aanwezig, [de eiser in conventie] zelf is niet verschenen. Namens VvE [huisnummers] waren dhr. [bestuurder 1] (bestuurder) en dhr. E [bestuurder 2] (bestuurder) aanwezig. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. VvE [huisnummers] heeft ter zitting, nadat zij haar eis in reconventie op schrift had overhandigd, haar eis in reconventie ingetrokken. De griffier heeft aantekeningen gemaakt tijdens de mondelinge behandeling. 1.3. Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen. 2 De feiten 2.1. Het pand aan de [straatnaam] [huisnummer] en [huisnummer] te Arnhem is bij notariële akte van 6 oktober 1989 gesplitst in twee appartementsrechten, waarbij ook VvE [huisnummers] is opgericht. Kort samengevat betreft het een splitsing waarbij één appartementsrecht bestaat uit het souterrain en de parterre van het pand. Het andere appartementsrecht bestaat uit de eerste, tweede en derde etage. Laatstgenoemd appartementsrecht is bij notariële akte van ondersplitsing van 5 juli 1995 in vier afzonderlijke appartementsrechten gesplitst, waarbij de vereniging van eigenaars [straatnaam] [huisnummer] Arnhem is opgericht (hierna: onder VvE). De onder VvE is niet (bestuurlijk) actief en beschikt niet over een bankrekening. VvE [huisnummers] is wel (bestuurlijk) actief. 2.2. Op 31 juli 2025 koopt [de eiser in conventie] het appartementsrecht dat recht geeft op het gebruik van het appartement op de derde etage van pand aan de [straatnaam] [huisnummer] . 2.3. Op 15 maart 2026 vindt een vergadering van eigenaars plaats van VvE [huisnummers] waarbij een aantal besluiten worden genomen. Ook enkele andere agendapunten worden besproken, maar hierover volgt geen stemming. 3 Het geschil 3.1. [de eiser in conventie] vordert, na eisvermindering, (samengevat) dat de kantonrechter bij uitvoerbaarheid bij voorraad te verklaren vonnis: oordeelt dat de besluiten genomen in de vergadering van eigenaars van 15 maart 2026 per direct geschorst moeten worden tot aan uitspraak in de hoofdzaak, waarvan VvE [huisnummers] een schriftelijke bevestiging dient te verstrekken binnen twee dagen na het te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat niet aan de veroordeling wordt voldaan, tot een maximum van € 20.000,00, VvE [huisnummers] veroordeling in de volledige kosten van deze procedure (inclusief de nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. [de eiser in conventie] legt aan zijn vorderingen, samengevat en voor zover nog relevant, ten grondslag dat besluiten genomen in de vergadering van eigenaars van 15 maart 2026 vernietigbare besluiten zijn, nu ze zijn genomen door de onjuiste VvE. Verder voert [de eiser in conventie] aan dat VvE [huisnummers] de volledige proceskosten zal moeten betalen nu hij nodeloos kosten heeft moeten maken door de weigerachtige houding van VvE [huisnummers] , tot verstrekking van afschriften van de notulen van de vergadering van eigenaars. Pas nadat hij een datum voor dit kort geding had aangevraagd, werden de notulen verstrekt. 3.3. VvE [huisnummers] voert aan dat er één VvE is in het pand en dat de ondersplitsing in 1995 hier geen verandering in aan brengt. VvE [huisnummers] deelt één dak, één fundering en wat gemeenschappelijke eigendommen. [de eiser in conventie] is dan ook lid van VvE [huisnummers] en is aan haar zijn contributie verschuldigd volgens VvE [huisnummers] . Verder betwist VvE [huisnummers] dat vernietigbare besluiten zijn genomen in de vergadering van eigenaars van 15 maart 2026. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Tijdens de mondelinge behandeling is met partijen uitvoerig gesproken over de (gevolgen van de) hoofd- en ondersplitsing van de appartementen in het pand. Dit omdat beide partijen de notariële aktes bijbehorend aan de splitsingen van het pand niet juist lezen en interpreteren. Aan de orde is gesteld dat VvE [huisnummers] op dit moment functioneert op een wijze die niet in overeenstemming is met de splitsingsakte en waarbij feitelijk de ondersplitsing uit het oog is verloren. De bespreking met partijen heeft erin geresulteerd dat [de eiser in conventie] een van haar vorderingen ter zitting heeft ingetrokken en dat VvE [huisnummers] haar volledige eis in reconventie heeft ingetrokken, nu is gebleken dat de vorderingen op onjuiste wijze en/of door of tegen de onjuiste partij zijn ingesteld. 4.2. De kantonrechter heeft met partijen besproken welke stappen noodzakelijk zijn om wel op een juiste manier de splitsingsaktes uit te voeren. Beide partijen zullen hierbij een actieve rol moeten spelen en zich constructief moeten opstellen naar elkaar. Zo is aan de orde gesteld dat de onder VvE op de kortst mogelijke termijn ‘ bestuurlijk geactiveerd’ moet worden door de drie eigenaren van de vier te onderscheiden appartementsrechten die deel uitmaken van de onder VvE. Op het moment dat de onder VvE actief is, kan binnen VvE [huisnummers] besluitvorming plaatsvinden in overeenstemming met de splitsingsakte. Hierbij heeft de kantonrechter partijen gewezen op het bepaalde in artikel 5:127 lid 3 BW. Ook zal onderzocht gaan worden of de ondersplitsing ongedaan gemaakt kan worden, waarbij de feitelijk verdeling van het pand in één splitsingsakte wordt vastgelegd. De kantonrechter gaat ervan uit dat alle belanghebbenden uitvoering zullen geven aan hetgeen ter zitting is besproken. 4.3. Over de resterende vorderingen overweegt de kantonrechter als volgt. Onbevoegd tot kennisneming schorsingsvordering 4.4. De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of hij bevoegd is om een vordering inhoudelijk te behandelen. [de eiser in conventie] verzoekt om schorsing van uitvoering van de besluiten die zijn genomen in de vergadering van eigenaars van 15 maart 2026, tot uitspraak is gedaan in de hoofdzaak omtrent de vernietiging. Deze vordering is geen zogenoemde aardvordering en heeft ook niet betrekking op een zaak waarvan specifiek in de wet is bepaald dat de kantonrechter bevoegd is (artikel 93 sub c en d Rv). Ter zitting heeft de kantonrechter met partijen het bepaalde in artikel 5:130 BW aan de order gesteld. Op grond van artikel 5:130 lid 1 BW geschiedt de vernietiging van een besluit van een orgaan van een VvE door een uitspraak van de kantonrechter in een verzoekschriftprocedure. De rechter voor wie het verzoek tot vernietiging aanhangig is, is bevoegd het besluit te schorsen totdat op het verzoek onherroepelijk is beslist, zo bepaalt artikel 5:130 lid 4 BW. Aan deze bepaling kan de kantonrechter in dit kort geding geen bevoegdheid ontlenen. Immers, de wet wijst specifiek een rechter aan die bevoegd is een besluit te schorsen. Dat is de kantonrechter bij wie een verzoek tot vernietiging aanhangig is. 4.5. De vordering van [de eiser in conventie] betreft een vordering van onbepaalde waarde. In artikel 93 sub b jo 94 lid 1 Rv is bepaald dat de kantonrechter zulke vorderingen alleen behandelt, als er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vorderingen samen geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000.
Toegepaste wetsartikelen
- Artikel 127 — Burgerlijk Wetboek Boek 5
- Artikel 94 — De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
- Artikel 93 — De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
- Artikel 130 — Burgerlijk Wetboek Boek 5
- Artikel 71 — De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad