Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-04-21
ECLI:NL:RBLIM:2026:3846
RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 12184885 \ CV EXPL 26-2002 Vonnis in kort geding van 21 april 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. D.G.A. Rossi, tegen 1 [gedaagde 1] , te [plaats] ,2. [gedaagde 2] , te [plaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , gemachtigde: mr. R.C. Breuls. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de producties van [gedaagden]- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 20 april 2026- de pleitnota van [gedaagden] 2 De feiten 2.1. Op 1 mei 2017 is tussen [verhuurder 1] en [verhuurder 2] als verhuurders en [eiser] als huurder een huurovereenkomst gesloten voor de woonruimte aan [adres] (verder: het gehuurde). Het gehuurde is per 11 mei 2022 aan [gedaagden] verkocht en [eiser] huurt per die datum van [gedaagden] De huur bedraagt thans € 349,50 per maand en het voorschot aan water € 17,00 per maand, beide bedragen bij vooruitbetaling vóór of op de eerste dag van de periode waarop de betaling betrekking heeft, te voldoen (art. 4.3. van de huurovereenkomst, productie 1). 2.2. [gedaagden] zijn particuliere verhuurders. 2.3. Bij vonnis van de kantonrechter van 18 oktober 2023 onder zaaknummer 10319615 CV EXPL gewezen is [eiser] veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente van mei 2022 tot en met januari 2023 over de te late huurbetalingen en over de late betalingen van het maandelijks voorschot aan water tot en met januari 2023 vanaf de respectieve verzuimdatums en tot het verlenen van medewerking aan het reguliere cv-onderhoud en het laten vaststellen van een energie-label, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per keer dat [eiser] niet aan die veroordeling voldoet (productie 1 [eiser] ). 2.3.1. De kantonrechter heeft in dat vonnis weliswaar de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde afgewezen maar in r.o. 4.2. tot en met 4.4. overwogen dat een huurachterstand van minder dan drie maanden niet betekent dat een ontbinding daardoor niet gerechtvaardigd zou zijn want ook het veelvuldig te laat betalen van de huur dan wel andere tekortkomingen kunnen er toe bijdragen dat een huurovereenkomst dient te worden ontbonden en dat de tekortkoming van het te laat betalen niet gerepareerd kan worden “ [eiser] dient zich er wel terdege bewust van te zijn dat hij op grond van de huurovereenkomst gehouden is - en blijft (!) - tot tijdige betaling van de volledige huur. Bij het niet nakomen van die verbintenis kan een eventuele volgende procedure minder gunstig voor hem uitvallen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee” Bij dat vonnis heeft de kantonrechter [eiser] het voordeel van de twijfel gegeven en het woonbelang van [eiser] laten prevaleren. 2.3.2. Tegen voormeld vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld. 2.4. In 2024 heeft [eiser] meermaals de huur niet tijdig voldaan en vanaf juli 2025 is [eiser] weer stelselmatig de huurpenningen een maand te laat gaan betalen en betaalt [eiser] geen voorschot meer op het waterverbruik. Verder heeft [eiser] , ondanks talloze maandelijkse sommaties daartoe, nog steeds niet meegewerkt aan het door [gedaagden] (sinds maart 2022) trachten te verkrijgen van een energielabel voor het gehuurde en het reguliere CV-onderhoud. [gedaagden] hebben [eiser] eind december 2025 wederom in rechte betrokken en na een tussenvonnis, waarbij [gedaagden] in de gelegenheid zijn gesteld om zich uit te laten over de vraag of er minderjarige kinderen bij [eiser] in het gehuurde inwonen (hetgeen niet het geval is), is bij verstekvonnis van 11 maart 2026 - onder meer - de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde uitgesproken. Zowel het tussenvonnis als het eindvonnis zijn door de griffie van de rechtbank per post aan [eiser] gestuurd. Bij deurwaardersexploot van 25 maart 2026 is het verstekvonnis en de aangezegde ontruiming tegen 22 april 2026 te 14:00 uur aan [eiser] betekend. 2.5. [eiser] heeft de verzetdagvaarding aan [gedaagden] laten betekenen. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert samengevat - om de tenuitvoerlegging van het tegen hem onder zaaknummer 12027905 CV EXPL 25-5917 gewezen verstekvonnis van 11 maart 2026 te verbieden c.q. te schorsen en [gedaagden] te verbieden over te gaan tot (voortzetting) van de executie van voormeld vonnis totdat op het door [eiser] ingestelde verzet onherroepelijk is beslist zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,00 per dag dat [gedaagden] dit bevel overtreden met veroordeling van [gedaagden] tot betaling van de proceskosten en de nakosten te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. [eiser] stelt daartoe dat hem de dagvaarding van 12 december 2025 nooit heeft bereikt en dat hij om die reden geen verweer heeft kunnen voeren. Eerst op 25 maart 2026, toen hem het verstekvonnis van 11 maart 2026 werd betekend, werd hij bekend met het vonnis en met de tegen 22 april 2026 aangezegde ontruiming. Omdat hij geen inhoudelijk verweer heeft kunnen voeren berust de beslissing (het verstekvonnis) vanwege de na de beslissing aan het licht bijgekomen feiten op een kennelijke juridische of feitelijke misslag aangezien er enkel rekening is gehouden met de stellingen van [gedaagden] De kantonrechter was niet op de hoogte van de verweren die hij in zijn verzetprocedure naar voren brengt. Nu de uitvoerbaar bij voorraad beslissing in het verstekvonnis niet is gemotiveerd kan de kantonrechter alle omstandigheden in het onderwerpelijke executiegeschil meewegen en in zijn oordeelsvorming betrekken. Verder ontstaat er een noodtoestand bij hem indien het verstekvonnis geëxecuteerd wordt. Hij beschikt niet over alternatieve woonruimte en komt dan op straat komt te staan. Gezien de situatie op de woningmarkt zal hij voor de huurprijs die hij thans betaalt geen andere woning kunnen huren. In het kader van een belangenafweging prevaleren zijn belangen boven die van [gedaagden] , aldus [eiser] . 3.3. [gedaagden] voeren verweer. [gedaagden] concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. [eiser] stelt dat hij de dagvaarding van december 2025 niet heeft ontvangen omdat zijn brievenbus vol zat en hij vraagt zich af hoe de deurwaarder hem alle op 16 april 2026 door [gedaagden] in het geding gebrachte producties per post heeft kunnen sturen. Het pak aan producties paste immers zelfs niet in gedeelten in zijn brievenbus. Het niet kunnen ontvangen van post vanwege een te volle brievenbus komt echter voor rekening en risico van [eiser] en kan [gedaagden] niet worden tegengeworpen. Verder heeft [eiser] de stelling van [gedaagden] , dat de deurwaarder ex art. 47 lid 1 Rv de dagvaarding per post heeft gezonden en dat een ambtshandeling is die dwingend bewijs van de betekening levert, onvoldoende weersproken. Gelet op al het voorgaande behoeven de stellingen van [eiser] ter zake geen verdere beoordeling in het onderhavige executiegeschil. 4.2. [eiser] erkent dat hij sinds juli 2025 weer stelselmatig de huur te laat betaald en betwist dat er ten tijde van het wijzen van het verstekvonnis sprake was van een huurachterstand. Het niet tijdig kunnen betalen van de huurpenningen komt volgens [eiser] doordat de Belastingdienst sinds juli 2025 achter is met het betalen van de huurtoeslag en omdat het UWV per mei 2025 zijn WW-uitkering heeft beëindigd in verband met zijn (inmiddels te hoge) inkomen uit arbeid. Daarnaast lag er een beslag. Door die omstandigheden beschikte hij niet over voldoende financiële middelen om de huurpenningen tijdig te betalen. Dat was een overmacht situatie en geen betalingsonwil. Zodra dat mogelijk was heeft hij naar eigen zeggen de huurpenningen betaald. Nog afgezien van deze erkenning, geeft [eiser] echter geen enkele onderbouwing van (de ontwikkeling van) zijn financiële situatie, noch een aanvaardbare verklaring waarom hij maanden later nog altijd te laat betaalt en de achterstand van een maand niet heeft aangezuiverd.