Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-04-01
ECLI:NL:RBNHO:2026:3274
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 12039529 \ EJ VERZ 25-450 Uitspraakdatum: 1 april 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [plaats 1] verzoekende partij verder te noemen: [verzoeker] , met als belanghebbenden, zijn ouders: [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] beiden wonende te [plaats 1] 1 Het verzoek 1.1. [verzoeker] is minderjarig en verzoekt de kantonrechter om hem zogenoemde handlichting te verlenen. De bedoeling van dat verzoek is dat [verzoeker] als minderjarige bepaalde bevoegdheden krijgt om zelfstandig zijn bedrijf te kunnen starten. De handlichting is onder andere nodig om in te schrijven bij de Kamer van Koophandel en het sluiten van overeenkomsten. 1.2. Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 18 maart 2026. Daarbij waren [verzoeker] en zijn ouders aanwezig. 2 De beoordeling 2.1. De kantonrechter zal het verzoek van [verzoeker] om hem handlichting te verlenen, toewijzen, om de volgende reden. 2.2. Handlichting betekent dat aan een minderjarige bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige worden toegekend (artikel 1:235 van het Burgerlijk Wetboek). Handlichting kan, wanneer de minderjarige de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, op zijn verzoek door de kantonrechter worden verleend. 2.3. Handlichting kan niet worden verleend tegen de wil van de ouders. Bij het verlenen van handlichting moet de kantonrechter bepalen welke bevoegdheden van een meerderjarige aan de minderjarige worden toegekend. 2.4. Bij de beoordeling van het verzoek om handlichting moet de kantonrechter zich laten leiden door het belang van de minderjarige en beoordelen of de gevraagde handlichting verantwoord is. 2.5. [verzoeker] heeft bij de zitting verteld dat hij van plan is om een bedrijf te starten dat zich bezighoudt met de verkoop van producten op een webshop. [verzoeker] gaf daarbij als voorbeeld cadeauproducten zoals knuffels met een fotoboekje. Het bedrijf heeft als handelsnaam [naam] . Op dit moment is [verzoeker] al in contact met leveranciers om het product te ontwikkelen. [verzoeker] is momenteel ook bezig met een mbo-opleiding marketing en communicatie. [verzoeker] en zijn ouders hebben tijdens de zitting toegelicht dat hij goed om kan gaan met geld en dat hij met een kleine voorraad gaat beginnen. 2.6. De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] goed heeft uitgelegd waarom hij de handlichting nodig heeft. De kantonrechter heeft ook vastgesteld dat [verzoeker] de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en dat zijn ouders met het verzoek hebben ingestemd. De kantonrechter vindt het net als de ouders verantwoord om het verzoek toe te wijzen. De handlichting zal worden verleend zoals hieronder bij de beslissing staat. 2.7. Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting wordt het volgende overwogen. In artikel 1:237 BW is bepaald dat de beschikking waarbij de handlichting is verleend bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zoveel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Door de komst van het – voor iedereen toegankelijke – internet, is deze wijze van publicatie naar het oordeel van de kantonrechter min of meer achterhaald. Niet alleen bestaat er namelijk sinds een aantal jaren geen papieren versie meer van de Staatscourant en is deze enkel nog via het internet te raadplagen, ook beschikt de Rechtspraak nu over een eigen website (www.rechtspraak.nl) waar de rechterlijke instanties hun uitspraken op kunnen publiceren. Publicatie van de handlichting op www.rechtspraak.nl is naar het oordeel van de kantonrechter even effectief als publicatie op de website van de Staatscourant. Daarbij komt dat publicatie op www.rechtspraak.nl (door de griffier), anders dan bij publicatie in de (digitale) Staatscourant, geen kosten met zich meebrengt. Op grond van een en ander zal de kantonrechter dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat de (door de griffier te initiëren) publicatie op www.rechtspraak.nl daarvoor in de plaats komt. Volstaan wordt daarom met de publicatie op www.rechtspraak.nl. 2.8. Overigens moet [verzoeker] er rekening mee houden dat de verleende handlichting niet eerder geldt dan dat de publicatie een feit is. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. verleent aan [verzoeker] , geboren te [plaats 2] op [geboortedatum] , handlichting tot het zelfstandig verrichten van rechtshandelingen die nodig zijn voor het uitoefenen van zijn bedrijf [naam] ; 3.2. verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 3.3 bepaalt dat publicatie van deze handlichting in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat, in plaats daarvan, deze beschikking (door de griffier) zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.