Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-01
ECLI:NL:RBNNE:2026:1065
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Verschoningskamer Locatie Leeuwarden Zaaknummer: C/18/254421 / KG RK 26/208 beslissing van de meervoudige kamer van 1 april 2026 op het verzoek tot verschoning van mr. N.A. Baarsma rechter in deze rechtbank, in de zaak van: [eisers] , eisers, tegen [gedaagde] , gedaagde. 1 Het procesverloop 1.1. Bij de rechtbank Noord-Nederland, cluster privaatrecht, locatie Assen is een zaak aanhangig bekend onder zaaknummer [zaaknummer] 1.2. Op 23 maart 2026 heeft mr. N.A. Baarsma (hierna: de rechter) een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan. 2 Het verschoningsverzoek en de beoordeling daarvan 2.1. Aan haar verschoningsverzoek heeft de rechter ten grondslag gelegd dat zij onlangs heeft vernomen dat een van de eisende partijen eveneens werkzaam is binnen de rechtbank Noord-Nederland. Hoewel de rechter geen directe collega is van de betreffende partij, is zij van oordeel dat die omstandigheid haar onpartijdigheid zou kunnen raken. 2.2. Uit artikel 41 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter zitting behoeft plaats te vinden. De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek. 2.3. Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is. 2.4. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. In zulks geval dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid. 2.5. Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaak een beslissing te nemen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen. 2.6. Ten overvloede wijst de verschoningskamer op artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie en artikel 5 van het Zaaksverdelingsreglement van de rechtbank Noord-Nederland. Hierin is bepaald dat de rechtbank een zaak ter verdere behandeling kan verwijzen naar een andere rechtbank, indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is. 3 Beslissing De rechtbank: 3.1. wijst het verzoek tot verschoning van mr. N.A. Baarsma in verband met de behandeling van de zaak geregistreerd onder het zaaknummer [zaaknummer] toe; 3.2. bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, de procedure in de zaak met het nummer [zaaknummer] wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning; 3.3. beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan: - mr. N.A. Baarsma; - de teamvoorzitter van het cluster waarin mr. N.A. Baarsma werkzaam is; - de partijen in de hoofdzaak. Deze beslissing is gegeven op 1 april 2026 door mr. H.J. Idzenga, voorzitter, mr. C.M. Telman en mr. I.F. Clement, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Toussaint als griffier. - de griffier - de voorzitter Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.