ECLI:NL:RBOBR:2014:4625
Rechtbank Oost-Brabant Strafraadkamer
Inzake Parketnummer: 01/879300-13, 01/978234-14 en 01/879097-13
RC-nummer :
Beschikking ex artikel 222 en 223, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering
Deze beslissing volgt op beschikking van de rechtbank d.d. 17 juli 2014 strekkende de gijzeling van:
[getuige 1]
Geboren [1991] te [geboorteplaats]
Wonende te [adres] – thans verblijvende in de P.I. Limburg Zuid- De Geerhorst, hierna te noemen ‘getuige’ in de strafzaak tegen:
[verdachte 1], [verdachte 2] en [verdachte 3]
De rechtbank heeft de getuige in raadkamer gehoord op 28 juli 2014. Van het aldaar verhandelde is proces-verbaal opgemaakt, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast geldt.
De rechter-commissaris heeft op 15 juli 2014 de getuige gehoord en beslist dat deze in gijzeling wordt gesteld. De rechtbank heeft op 17 juli 2014 besloten dat de getuige voor de duur van twaalf dagen in gijzeling zal worden gehouden.
De getuige heeft op de zitting van 28 juli 2014 verklaard bij zijn standpunt te blijven zoals hij deze op 17 juli had ingenomen. Ook de rechtbank blijft bij haar oordeel dat uit de transcripties van de OVC’s blijkt van een zodanig uitzonderlijke gespreksinhoud, dat het antwoord van de getuige dat hij zich deze niet kan herinneren redelijkerwijs zo kan worden geduid dat de getuige tot op heden weigert antwoord te geven op voor het onderzoek essentiële vragen.
Tegen de achtergrond van de ernstige verdenking van een levensdelict en de inhoud van de OVC-gesprekken wordt door de weigering van de getuige om antwoord te geven op vragen over die gesprekken het onderzoek zodanig belemmerd dat het dringend noodzakelijk is dat door de verlenging van de gijzeling van de getuige, de getuige bewogen wordt die vragen te beantwoorden.
De rechtbank zal om die reden bevelen dat de gijzeling zal worden verlengd voor ten hoogste 12 dagen vanaf heden en dat het verzoek tot ontslag uit de gijzeling zal worden afgewezen.
De Rechtbank
Verlengt het bevel gijzeling van getuige [getuige 1] voor de duur van ten hoogste twaalf dagen vanaf heden.
Wijst af het verzoek tot ontslag uit de gijzeling.
Aldus gegeven in raadkamer van de rechtbank Oost-Brabant op 28 juli 2014 door
mr. C.B.M. Bruens, voorzitter, en
mrs. M.T. van Vliet, I.S. Peskens, leden,
en uitgesproken in tegenwoordigheid van R.H. van Tongerlo, griffier.
De griffier, De voorzitter,