Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-04-29
ECLI:NL:RBOVE:2026:2355
RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/132 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres ([eiseres]), gemachtigde: ing. M.H. Middelkamp, en de burgemeester van Dinkelland, verweerder (de burgemeester). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] B.V. , uit [vestigingsplaats], vergunninghouder ([derde belanghebbende]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een vergunning die de burgemeester op grond van de Alcoholwet aan [derde belanghebbende] heeft verleend voor het uitoefenen van een horecabedrijf. [eiseres] is het niet eens met deze vergunning. Zij voert in beroep in hoofdzaak aan dat de burgemeester de alcoholvergunning niet had mogen verlenen, omdat een deel van het horecabedrijf van [derde belanghebbende] in strijd met het omgevingsplan is dan wel dat voor een deel van dat bedrijf geen omgevingsvergunning is verleend. Zoals de rechtbank in een eerdere uitspraak op een beroep van [eiseres] echter ook al oordeelde, vormen eventuele strijd met het bestemmingsplan of omgevingsplan dan wel het ontbreken van een omgevings-vergunning geen reden om een alcoholvergunning te weigeren. Het beroep is ongegrond. Procesverloop 2.1 Bij besluit van 10 juni 2024 (het primaire besluit) heeft de burgemeester op grond van artikel 3 van de Alcoholwet aan [derde belanghebbende] een vergunning verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf in het pand aan de [adres 1] en [adres 2]. Tegen dit besluit hebben [eiseres] en [naam 1] ([naam 1]) bezwaar gemaakt. 2.2 Bij besluit van 25 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester het bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten. 2.3 Hiertegen heeft [eiseres] beroep ingesteld. 2.4 De burgemeester heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend. Ten aanzien van een aantal van deze stukken heeft de burgemeester de rechtbank gevraagd om te bepalen dat alleen zij kennis neemt van die stukken, als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij beslissing van 12 februari 2025 heeft de geheimhoudingskamer van de rechtbank bepaald dat deze beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is. De rechtbank heeft die stukken daarom niet doorgestuurd naar [eiseres]. 2.5 De burgemeester heeft met een verweerschrift op het beroep gereageerd. 2.6 De rechtbank heeft het beroep, samen met het beroep met zaaknummer ZWO 25/2554, op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Hierbij waren [eiseres] en [naam 1] aanwezig, bijgestaan door ing. M.H. Middelkamp. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2], [naam 3] en [naam 4]. Namens [derde belanghebbende] is, met bericht aan de rechtbank, niemand verschenen. Beoordeling door de rechtbank Inleiding: de feiten en de bestreden vergunning 3.1 [derde belanghebbende] is gevestigd aan de [adres 1] en [adres 2]. [eiseres] woont aan de [adres 3]. Haar perceel grenst aan de achterzijde aan dat van [derde belanghebbende]. 3.2 Bij besluit van 28 mei 2020 heeft de burgemeester aan [derde belanghebbende] op grond van artikel 3 van de Drank- en horecawet (Dhw) een vergunning verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf in het pand aan de [adres 1] en [adres 2]. Tegen dit besluit heeft [eiseres] bezwaar gemaakt, dat de burgemeester bij besluit van 12 november 2020 ongegrond heeft verklaard. Bij uitspraak van 17 september 2021 heeft de rechtbank het hiertegen door [eiseres] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld. Bij uitspraak van 27 oktober 2023 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) de uitspraak van de rechtbank bevestigd. 3.3 Vanwege de wijziging van de rechtsvorm van [derde belanghebbende], van een vennootschap onder firma naar een besloten vennootschap, heeft zij op 11 maart 2024 bij de burgemeester een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het uitoefenen van een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet. In het primaire besluit heeft de burgemeester deze vergunning aan [derde belanghebbende] verleend. Sommige lokaliteiten en terrassen van [derde belanghebbende] die in deze alcoholvergunning zijn vermeld wijken qua benaming en/of oppervlakte af van de lokaliteiten en terrassen die zijn genoemd in de Dhw-vergunning van 28 mei 2020. Beoordelingskader voor het verlenen van een horecavergunning 4. Artikel 3 van de Alcoholwet bepaalt dat het verboden is zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Artikel 27 van de Alcoholwet luidt als volgt. 1. Een vergunning wordt geweigerd indien: a. niet wordt voldaan aan de ingevolge de artikelen 8 tot en met 10 geldende eisen; b. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvrage vermelde in overeenstemming zal zijn; c. artikel 7, tweede lid, artikel 31, vierde lid, en artikel 32, tweede lid, zich tegen de verlening van de gevraagde vergunning verzet; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een of meer van de bij of krachtens de artikelen 2 en 13 tot en met 24 gestelde verboden zal worden overtreden of dat in strijd zal worden gehandeld met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; e. niet wordt voldaan aan het bepaalde krachtens artikel 25a, derde lid. 2. Een vergunning ten aanzien van een inrichting, waarvan de vergunning op grond van artikel 31, eerste lid, onder c, is ingetrokken, kan gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar worden geweigerd. 3. Een vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4. Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd. Artikel 28 van de Alcoholwet bepaalt dat een vergunning wordt verleend, indien geen der in artikel 27 bedoelde weigeringsgronden aanwezig is. Het bestreden besluit 5. In het bestreden besluit heeft de burgemeester geconcludeerd dat, gelet op het bepaalde in artikel 28 van de Alcoholwet, de alcoholvergunning terecht aan [derde belanghebbende] is verleend, omdat geen van de weigeringsgronden uit artikel 27 van de Alcoholwet zich in dit geval voordoet. Verder heeft de burgemeester in het bestreden besluit, in reactie op wat [eiseres] en [naam 1] in bezwaar hebben aangevoerd, benadrukt dat in de alcoholvergunning geen lokaliteiten zijn opgenomen die horen bij het pand aan de [adres 1]. In de alcoholvergunning is alleen het vóór dat pand liggende gedeelte van het terras opgenomen, aldus de burgemeester in het bestreden besluit. De beroepsgronden van [eiseres] 6. [eiseres] voert in beroep tegen het bestreden besluit aan dat delen van de inrichting van [derde belanghebbende] zonder de vereiste omgevingsvergunning dan wel in strijd met het omgevingsplan in werking zijn. Dat geldt voor de buitentuin en ook is er meer terras aanwezig dan in het bestreden besluit is aangegeven. Daarnaast is de alcoholvergunning mede verleend voor een cafetaria, maar die heeft [derde belanghebbende] niet. Op de plek van de cafetaria zit namelijk een bierbrouwerij. Bier brouwen is volgens het bestemmingsplan echter niet toegestaan. Het afgeven van een alcoholvergunning is dan niet geoorloofd en met de alcoholvergunning worden dan ook met de wet strijdige handelingen verricht, aldus [eiseres]. Beoordeling van het beroep 7.1 De rechtbank merkt allereerst het volgende op over de stukken die de burgemeester met een beroep op artikel 8:29 van de Awb heeft overgelegd en waarvan de geheimhoudingskamer heeft bepaald dat de beperking van de kennisneming van die stukken gerechtvaardigd is.