Rechtspraak Rechtbank Roermond 2011-04-19
ECLI:NL:RBROE:2011:BQ2974
Strafrecht
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zich op 28 december 2010 (LJN: BP0427) uitgesproken over controles die in het kader van het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) in de Nederlandse grensgebieden plaatsvinden op grond van artikel 50 van de Vreemdelingenwet. De Raad van State oordeelt dat deze MTV-controles in feite neerkomen op grenscontroles die niet langer zijn toegestaan binnen de EU. Dergelijke grenscontroles zijn in strijd met de Europese Schengengrenscode. Naar het oordeel van Afdeling volgt uit de code dat de wijze waarop controles worden uitgeoefend in een nationaal wettelijk voorschrift moet zijn vastgelegd en dat de bestaande regeling aanpassing behoeft. De rechtbank is van mening dat de overweging van de Afdeling ten aanzien van artikel 50 van de Vreemdelingenwet 2000 ook geldt voor artikel 51. Deze bepaling wordt immers gezien als een aanvulling op artikel 50 om ook de controle van vervoermiddelen mogelijk te maken. De Koninklijke Marechaussee heeft op 9 april 2011 op de A67 in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid (artikel 51 van de Vreemdelingenwet 2000) een bus van Eurolines gecontroleerd. Artikel 51 verleent de bevoegdheid om een voertuig te controleren waarvan op grond van feiten en omstandigheden naar objectieve maatstaven gemeten een redelijk vermoeden bestaat dat het illegale vreemdelingen vervoert. De Koninklijke Marechaussee baseert het redelijke vermoeden en daarmee haar controlebevoegdheid op een analyserapport van eerder opgedane ervaringen bij het controleren van internationale busdiensten, waaronder die van Eurolines. Hoewel de bevindingen in het rapport niet geheel inzichtelijk zijn (zo blijkt niet wat precies met wat wordt vergeleken), concludeert de Koninklijke Marechaussee op grond van deze ervaringsgegevens dat er een grote kans is dat zich in de bus van Eurolines op de A67 illegale vreemdelingen bevinden. De kern van deze zaak is of de Marechaussee op grond van feiten en omstandigheden naar objectieve maatstaven gemeten inderdaad een redelijk vermoeden mocht hebben dat de betreffende bus illegale vreemdelingen vervoerde. De rechtbank is van oordeel dat het analyserapport van de Koninklijke Marechaussee daarvoor onvoldoende onderbouwing biedt. Op basis van het analyserapport zou het redelijk vermoeden aanwezig zijn bij elke internationale passagiersbusdienst. Dat maakt dat de controle in feite neerkomt op een grenscontrole, waarvoor naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een wettelijke voorschrift is vereist. Nu de wettelijke basis ontbreekt, oordeelt de rechtbank dat de controle zoals de Koninklijke Marechaussee die op 9 april 2011 heeft uitgevoerd, onrechtmatig is. Omdat de controle onrechtmatig is, geldt dat ook voor de het vragen naar de papieren van verdachte. Dit betekent dat de valse identiteitspapieren van het bewijs dienen te worden uitgesloten, met als gevolg dat verdachte wordt vrijgesproken.