Rechtspraak Rechtbank 's-Hertogenbosch 2012-07-25
ECLI:NL:RBSHE:2012:BX2734
Civiel recht
vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 237112 / HA ZA 11-1508 Vonnis van 25 juli 2012 in de zaak van dr. HUBERT AMPFERL, in zijn hoedanigheid van curator in de insolventieprocedure naar Duits recht van de vennootschap naar Duits recht PvT Capital GmbH, kantoorhoudende te Regensburg, Duitsland, eiser, advocaat mr. J.R.O. Dantuma te Zevenaar, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid COMPAGO B.V., gevestigd te Nieuw-Vennep, gedaagde, advocaat mr. F.W.M. Groot te Purmerend. Partijen zullen hierna Ampferl q.q. en Compago genoemd worden. 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het proces-verbaal van de rechter-commissaris in de zaak 224453 / BP RK 11-8 van 21 juli 2011, waarbij de zaak naar de rechtbank is verwezen, - de conclusie van eis tot verificatie, - de incidentele conclusie tot schorsing van de procedure hangende derdenverzet van Compago van 28 december 2011, - de akte van Ampferl q.q. van 11 januari 2012, - de incidentele antwoordconclusie van Ampferl q.q. van 25 januari 2012, - de akte houdende intrekking incidentele vordering van Compago van 8 februari 2012, - de akte in incident van Ampferl q.q. van 8 februari 2012, - de conclusie van antwoord van Compago van 8 februari 2012, - het tussenvonnis van 22 februari 2012, - het proces-verbaal van comparitie van 19 juni 2012, met de daarin genoemde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2.1. Het onderhavige geschil vloeit voort uit de rangregelingsprocedure die onder zaaknummer 224453 / BP RK 11-8 bij deze rechtbank aanhangig is. Die procedure ziet op de verdeling van de restantopbrengst na de executoriale verkoop van de onroerende zaak aan de Hoofdstraat 16B te Best, kadastraal bekend gemeente Best, sectie H, nummer 5784A-4 (hierna: de woning). Ten tijde van de executoriale verkoop was de Stichting Sint Jozef te Best (hierna: Sint Jozef) eigenaar van de woning. Sint Jozef, Compago en Ampferl q.q. zijn door de rechter-commissaris aangemerkt als belanghebbenden in die procedure. 2.2. In de rangregelingsprocedure heeft Ampferl q.q. verzocht om in de rangregeling te worden opgenomen voor een bedrag van € 566.850,97. Compago heeft in de rangregelingsprocedure verzocht om in de rangregeling te worden opgenomen voor een bedrag van € 452.266,27. Sint Jozef is in de rangregelingsprocedure niet verschenen. Nadat de rechter-commissaris een voorstel voor een staat van verdeling had opgesteld heeft hij op 21 juli 2011 zitting gehouden teneinde de belanghebbenden in staat te stellen hun tegenspraak tegen de voorgestelde staat van verdeling te doen. Compago heeft bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde staat van verdeling en de vordering van Ampferl q.q. ter zitting betwist. Nu partijen op dit punt in de rangregelingsprocedure geen overeenstemming hebben bereikt, heeft de rechter-commissaris partijen – Ampferl q.q. als eiser en Compago als gedaagde – conform het bepaalde in artikel 486 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) verwezen naar de rechtbank. bevoegdheid rechtbank 2.3. Omdat Ampferl q.q. woonplaats heeft in Duitsland, dient de rechtbank ambtshalve te onderzoeken of zij internationaal bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. De rechtbank acht zich bevoegd omdat de onderhavige renvooiprocedure voortvloeit uit een verwijzing door de rechter-commissaris in de eveneens bij deze rechtbank aanhangige rangregelingsprocedure. toepasselijk recht 2.4. De volgende vraag die in beginsel dient te worden beantwoord, is die naar welk recht de gegrondheid van de door Ampferl q.q. ingediende vordering dient te worden beoordeeld. In het onderhavige geval kan die vraag echter vooralsnog onbeantwoord blijven, aangezien de rechtbank aan een inhoudelijke beoordeling van die vordering nu nog niet toekomt, zoals hierna zal blijken de vordering van Ampferl q.q. 2.5. Ampferl q.q. vordert in de renvooiprocedure dat de rechtbank voor recht verklaart dat de vordering van Ampferl q.q., zoals die bij de verdeling van de executieopbrengst van de woning heeft te gelden, dient te worden erkend tot en vastgesteld op € 300.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 september 2002, tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Compago in de kosten van de procedure. 2.6. In de rangregelingsprocedure heeft Ampferl q.q. zich ter onderbouwing van zijn vordering op Sint Jozef en daarmee zijn aanspraak op (een deel van) de executieopbrengst beroepen op het arrest van het gerechtshof ’s Hertogenbosch van 8 september 2009 (door Ampferl q.q. overgelegd als onderdeel van productie 4). Sint Jozef is door het gerechtshof veroordeeld om uit hoofde van een overeenkomst van geldlening een bedrag van € 300.000,00, vermeerderd met contractuele rente, aan PvT Capital GmbH – waarvan Ampferl q.q. thans curator is – te betalen. Compago stelde zich in de rangregelingsprocedure op het standpunt dat de overeenkomst van geldlening vals was en PvT Capital GmbH, althans Ampferl q.q., geen vordering op Sint Jozef heeft en dus niet meedeelt in de executieopbrengst. Dat standpunt handhaaft zij in de renvooiprocedure. Compago heeft in verband daarmee derdenverzet ingesteld tegen het hiervoor bedoelde arrest van het gerechtshof. Aanvankelijk verzocht zij daarom om schorsing van de onderhavige renvooiprocedure, doch dat verzoek heeft zij gelet op de gewijzigde stellingname van Ampferl q.q. ten aanzien van het betreffende arrest, waarover hierna meer, weer ingetrokken. 2.7. Ampferl q.q. heeft bij akte te kennen gegeven niet langer overtuigd te zijn van de echtheid van de overeenkomst die ten grondslag ligt aan het arrest van het gerechtshof en in de renvooiprocedure niet langer een beroep op dat arrest te doen. Niettemin handhaaft Ampferl q.q. zijn vordering, zij het dat deze niet langer is gegrond op een overeenkomst van geldlening tussen Sint Jozef en PvT Capital GmbH, maar op onrechtmatig handelen van Sint Jozef jegens PvT Capital GmbH. In het kort komt het erop neer dat de toenmalige bestuurder van PvT Capital GmbH, [X], een bedrag van € 300.000,00 aan het vermogen van die vennootschap heeft onttrokken. Sint Jozef heeft er vervolgens voor gezorgd dat verhaal op het vermogen van [X] illusoir was, door eraan mee te werken dat Sint Jozef de juridische eigendom verwierf van de woning, terwijl daarop een hypotheek werd gevestigd ten behoeve van een geldschuld van [X] in privé en [X] ook de economische eigendom van de woning verwierf. [X] heeft het eerder genoemde bedrag van € 300.000,00 aangewend om de hypotheekschuld te voldoen, waardoor Sint Jozef de woning in onbezwaarde eigendom verkreeg, aldus Ampferl q.q. Ter onderbouwing van het onrechtmatig handelen van Sint Jozef verwijst Ampferl q.q. naar het arrest van het gerechtshof ’s Hertogenbosch van 3 april 2007, gewezen tussen Compago enerzijds en [X] en Sint Jozef anderzijds. 2.8. Destijds heeft PvT Capital GmbH conservatoir beslag doen leggen op de woning (prod. 3 Ampferl q.q.), welk beslag als gevolg van het arrest van het gerechtshof van 8 september 2009 is overgegaan in een executoriaal beslag. Ampferl q.q. is vanwege het gelegde beslag belanghebbende in de rangregeling (vgl. artikel 551a jo 551 Rv). De vordering waarvoor destijds beslag is gelegd, is de vordering waarover door de rechtbank ’s Hertogenbosch in eerste instantie bij vonnis van 28 mei 2008 en door het gerechtshof in hoger beroep bij voormeld arrest is geoordeeld. Dit betreft de vordering van PvT Capital GmbH op Sint Jozef uit hoofde van een overeenkomst van geldlening. Gesteld noch gebleken is dat voor de vordering destijds nog andere (subsidiaire) gronden waren aangevoerd. 2.9. Compago voert onder meer als verweer aan dat door de gewijzigde grondslag van de vordering en het laten varen van het beroep op het arrest van het gerechtshof, het beslag van rechtswege is komen te vervallen. Dit standpunt vindt geen steun in het recht. Overigens is dit niet relevant, omdat het beslag reeds vervallen is door de levering van de woning ingevolge de executoriale verkoop (artikel 526 Rv jo. 3:273 lid 3 BW). 2.10. Ook het betoog van Compago dat Ampferl q.q., nu hij niet langer een beroep doet op het arrest van het gerechtshof, niet over een executoriale titel beschikt en uit dien hoofde zijn vordering niet kan worden meegenomen in de rangregeling gaat niet op. Uit de door Compago zelf aangehaalde Memorie van Toelichting op artikel 480 Rv volgt dat een executoriale titel ook nog kan worden verkregen in de renvooiprocedure die voortvloeit uit een rangregeling. Voor wat betreft de vraag wie als belanghebbenden worden aangemerkt, maakt de wet geen onderscheid tussen conservatoir beslagleggers en executoriaal beslagleggers. Voor conservatoir beslagleggers is er de mogelijkheid van artikel 483f jo. 485 lid 1 Rv: zolang de vordering nog niet vaststaat, kan daarvoor door de rechter-commissaris een bedrag worden gereserveerd. De vordering van een conservatoir beslaglegger – die vanzelfsprekend nog geen executoriale titel heeft, want dan zou het beslag immers zijn overgegaan in een executoriaal beslag – kan dus wel degelijk in de rangregeling worden betrokken. 2.11. Compago voert voorts aan dat de vordering van Ampferl q.q. op de thans door hem gestelde grondslag, onrechtmatig handelen van Sint Jozef jegens PvT Capital GmbH, een andere vordering is dan die, waarvoor destijds beslag is gelegd. Er is sprake van een ander feitencomplex en een andere juridische grondslag. Ampferl q.q. betwist dat van een andere vordering sprake is. De rechtbank 3.1. verwijst de zaak naar de rechter-commissaris voor het nemen van een beslissing als hiervoor in 2.14 is bedoeld, 3.2. verwijst de zaak naar de parkeerrol van 3 april 2013 in afwachting van de beslissing van de rechter-commissaris, 3.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. O.R.M. van Dam en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2012.
Toegepaste wetsartikelen
- Artikel 483f — De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
- Artikel 526 — De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
- Artikel 551a — De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
- Artikel 486 — De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
- Artikel 480 — De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad