Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2021-09-21
ECLI:NL:RBZWB:2021:4784
Bestuursrecht
Beslissing inzake de toepassing van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie in de gedingen tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats], belanghebbende, en de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar. De rechtbank verwijst de zaken ter verdere behandeling naar de rechtbank Oost-Brabant. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.M. de Fouw, griffier, op 21 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze beslissing staat nog geen rechtsmiddel open. Dit kan worden ingesteld tegelijkertijd met het rechtsmiddel tegen de einduitspraak in deze zaak. 1.1. In artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie is bepaald dat de rechtbank een zaak ter verdere behandeling kan verwijzen naar een andere rechtbank, indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is. 1.2. De rechtbank overweegt dat de vader van belanghebbende werkzaam is bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Daarom is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zodanige betrokkenheid van de rechtbank dat behandeling van de beroepen door een andere rechtbank gewenst is.