Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-11
ECLI:NL:RBZWB:2026:2843
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444651 / JE RK 26-200 Datum uitspraak: 11 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt mee in de beoordeling: de beschikking van deze rechtbank van 3 februari 2026 en de daarin genoemde stukken; de brief van de GI van 6 februari 2026. 2 De beoordeling 2.1. Omdat de GI het verzoek heeft ingetrokken, hoeft daarop niet meer te worden beslist. De rechtbank stelt daarom vast dat deze procedure is geëindigd. 3 De beslissing De kinderrechter: stelt vast dat de procedure door de intrekking van de GI het verzoek is geëindigd. Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026, in aanwezigheid van Joosen als griffier. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.