Rechtspraak Raad van State 2010-03-24
ECLI:NL:RVS:2010:BL8738
Bestuursrecht
200905302/1/H3. Datum uitspraak: 24 maart 2010 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zeeburg, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2009 in zaken nrs. 08/1581 en 08/1582 in de gedingen tussen: 1. [partij sub 1], wonend te Amsterdam, 2. [partijen sub 2], beiden wonend te Amsterdam, en appellant. Bij besluit van 14 september 2007 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zeeburg (hierna: het dagelijks bestuur), voor zover thans van belang, aan [vergunninghouder] vergunning verleend om de huidige woonboot "[naam woonboot]" aan [locatie te Amsterdam te vervangen door een nieuw te bouwen woonboot "[naam nieuwe woonboot]". Bij besluit van 11 maart 2008 heeft het dagelijks bestuur, voor zover thans van belang, de door [partij sub 1] en [partijen sub 2] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 juni 2009, verzonden op dezelfde datum, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) de door [partij sub 1] en [partijen sub 2] daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard, het besluit van 11 maart 2008 vernietigd, de bezwaren van [partij sub 1] en [partijen sub 2] gegrond verklaard, het besluit van 14 september 2007 herroepen, de aanvraag om een vervangingsvergunning afgewezen en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft het dagelijks bestuur bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 juli 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 21 augustus 2009. [partij sub 1] en [partijen sub 2] hebben een verweerschrift ingediend. Zowel het dagelijks bestuur als [partijen sub 2] hebben een nadere reactie ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 januari 2010, waar het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. E.G. Blees, werkzaam bij de gemeente Amsterdam, en [partij sub 1] en [partijen sub 2], zijn verschenen. Voorts is ter zitting gehoord de vergunninghouder. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2009 in zaken nrs. 08/1581 en 08/1582; III. verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroepen ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. B.P. Vermeulen en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, ambtenaar van Staat. w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Graat Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2010 307-597. 2.1. Ingevolge artikel 1.2.7 van de Verordening op de haven en het binnenwater 2006 (hierna: de Vhb 2006) kan een vergunning of ontheffing worden geweigerd in het geval van strijd met het bestemmingsplan, onverminderd de elders in deze verordening genoemde weigeringsgronden. Ingevolge artikel 2.2.1, aanhef en onder a, wordt in het betreffende hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen onder woonboot verstaan een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf, niet zijnde een object dat valt onder de Woningwet. Ingevolge artikel 2.3.3, eerste lid, is het verboden zonder vergunning van het college een woonboot te vervangen. Ingevolge het tweede lid kan het college ten aanzien van het vervangen nadere regels stellen; het college kan daarbij onderscheid maken naar categorieën woonboten. Ingevolge het derde lid, voor zover thans van belang, is artikel 2.3.1, tweede lid, overeenkomstig van toepassing. Ingevolge artikel 2.3.1, tweede lid, kan de vergunning geweigerd worden in het belang van de welstand, ordening, de veiligheid, het milieu en de vlotte en veilige doorvaart. Ingevolge artikel 26, eerste lid, van de Verordening op de stadsdelen, voor zover thans van belang, heeft de gemeenteraad zijn taken en bevoegdheden overgedragen aan de deelraden. Ingevolge het tweede lid heeft het college al zijn bevoegdheden overgedragen aan het dagelijks bestuur van de stadsdelen. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder 48, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Borneo, Sporenburg en Rietlanden", vastgesteld op 23 januari 2007 door de stadsdeelraad van stadsdeel Zeeburg (hierna: de planvoorschriften), wordt in het bestemmingsplan onder woonboot verstaan een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf. Ingevolge het bepaalde in die aanhef en onder 49, wordt in het bestemmingsplan onder woonschip verstaan een woonboot die aan de romp en de opbouw herkenbaar is als een schip. Ingevolge het bepaalde in die aanhef en onder 50, wordt in het bestemmingsplan onder overige woonboot verstaan overige woonboten, niet zijnde woonschepen. Ingevolge artikel 16, tiende lid, voor zover van belang, zijn daar waar op de plankaart de aanduiding "ligplaatsen voor woonboten" staat waarbij de nadere aanduiding voorzien is van een categorieaanduiding "A" uitsluitend woonschepen toegestaan. Voor woonschepen gelden de maximale maten aangegeven op de plankaart. Voor de Borneokade bedragen die 40 meter in de lengte, 6 meter in de breedte en 3 meter in de hoogte. Daarnaast mag over 40% van de lengte een hoogte van maximaal 5 meter worden behaald. Ingevolge het elfde lid, voor zover van belang, zijn daar waar op de plankaart de aanduiding "ligplaatsen voor woonboten" staat waarbij de nadere aanduiding voorzien is van een categorieaanduiding "B" uitsluitend overige woonboten toegestaan. Voor overige woonboten gelden de maximale maten aangegeven op de plankaart. Voor de Borneokade bedragen die 20 meter in de lengte, 8 meter in de breedte en 2,5 meter in de hoogte. Daarnaast mag over 25% van de lengte een hoogte van maximaal 3,5 meter worden behaald. Het dagelijks bestuur voert het beleid zoals neergelegd in de door de stadsdeelraad van stadsdeel Zeeburg op 3 juni 2003 vastgestelde "Nota woonbotenbeleid Zeeburg 2003" (hierna: de Nota). Volgens de Nota is vervanging van woonboten met een ligplaatsvergunning toegestaan binnen de regels van het desbetreffende bestemmingsplan. Dat betekent dat de toegestane maximale maatvoering van een woonboot die maat is, die in het bestemmingsplan is toegestaan. Het betekent ook dat van bootsoort kan worden gewisseld indien het bestemmingsplan dat toestaat. In de Nota worden woonboten onderverdeeld in "woonschepen" en "overige woonboten". Als een "woonschip" wordt in de Nota blijkens noot 18 onder bijlage II aangemerkt, een woonboot in de zin van de Verordening die aan romp en opbouw herkenbaar is als een van origine varend schip met een authentieke opbouw. Onder "overige woonboten" worden in de Nota blijkens noot 19 onder bijlage II verstaan alle niet woonschepen oftewel de woonboten die voorheen vielen onder de categorie woonvaartuigen en woonarken. Nieuwbouwboten vallen onder de categorie "overige woonboten". "Overige woonboten" kunnen aan een welstandstoets worden onderworpen. 2.2. In het besluit op bezwaar van 11 maart 2008 heeft het dagelijks bestuur zich op het standpunt gesteld dat de "[naam nieuwe woonboot]" een woonschip is in de zin van het bestemmingsplan "Borneo, Sporenburg en Rietlanden" (hierna: het Bestemmingsplan) en voldoet aan de maatvoering zoals vermeld in artikel 16, tiende lid, van de planvoorschriften en de daarbij behorende plankaart. Het dagelijks bestuur acht met betrekking tot de maatvoering en toegestane bootsoort het Bestemmingsplan leidend. Voorts stelt het dagelijks bestuur zich op het standpunt dat de "[naam nieuwe woonboot]" een "overige woonboot" is als bedoeld in de Nota en voldoet aan de welstandseisen. Het dagelijks bestuur heeft het besluit tot verlening van de gevraagde vergunning als bedoeld in artikel 2.3.3 van de Vhb 2006, gehandhaafd. 2.3. De rechtbank heeft overwogen dat het Bestemmingsplan doorslaggevend is voor zover het de maatvoering en toegestane bootsoort betreft. Het Bestemmingsplan en de daarbij behorende toelichting bieden volgens de rechtbank echter geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de definiëring van het begrip "woonschip" in het Bestemmingsplan voortaan doorslaggevend is bij vervangingsvergunningen als de onderhavige. De rechtbank concludeert dat om, bij aanvragen om een vervangingsvergunning als hier aan de orde, te kunnen spreken van een "woonschip" de betreffende woonboot niet alleen dient te voldoen aan de ruimere begripsomschrijving in het Bestemmingsplan maar ook aan de engere begripsomschrijving in de Nota. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat de "[naam nieuwe woonboot]", nu deze woonboot niet voldoet aan de begripsomschrijving "woonschip" in de Nota, moet worden gekwalificeerd als "overige woonboot" als bedoeld in het Bestemmingsplan en moet voldoen aan de maatvoering zoals vermeld in artikel 16, elfde lid, van de planvoorschriften. De rechtbank stelt vast dat de "[naam nieuwe woonboot]" daaraan niet voldoet. 2.4. Het dagelijks bestuur betoogt dat de rechtbank in de omstandigheid dat de "[naam nieuwe woonboot]" een "overige woonboot" is in de zin van de Nota ten onrechte aanleiding heeft gezien voor het oordeel dat de "[naam nieuwe woonboot]" eveneens dient te worden aangemerkt als een "overige woonboot" in de zin van het Bestemmingsplan. De rechtbank geeft volgens het dagelijks bestuur een onjuiste uitleg aan de van toepassing zijnde planvoorschriften. De definitie van de bootsoort en de daarbij behorende maatvoering in het Bestemmingsplan zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. 2.5. Vaststaat dat de "[naam nieuwe woonboot]" uiterlijk herkenbaar is als een schip, maar dat het geen van origine varend schip is, omdat het een nieuw te bouwen schip is. 2.6. Ingevolge de bij het Bestemmingsplan behorende plankaart is de ligplaats tegenover de [locatie] uitsluitend toegestaan voor een woonschip. Wat daaronder dient te worden verstaan is gedefinieerd in artikel 1, aanhef en onder 49, van de planvoorschriften en dient uitsluitend aan de hand daarvan te worden uitgelegd. De rechtbank heeft daaraan een onjuiste uitleg gegeven door daarbij de omschrijving van het begrip woonschip in de Nota te betrekken en op basis daarvan te oordelen dat nu de "[naam nieuwe woonboot]" geen woonschip als bedoeld in de Nota is het evenmin een woonschip als bedoeld in het Bestemmingsplan is. Dat de Nota vermeldt dat bij de definiëring van het soort boot in een bestemmingsplan in Zeeburg de omschrijvingen uit deze Nota worden gebruikt, kan aan het vorenstaande niet afdoen omdat de definitie in de planvoorschriften doorslaggevend is. Het betoog slaagt. 2.7.