Rechtspraak Raad van State 2013-04-17
ECLI:NL:RVS:2013:BZ7719
Bestuursrecht
201200853/1/A3. Datum uitspraak: 17 april 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te Zoetermeer, tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 7 december 2011 in zaak nr. 10/5173 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Veiligheid en Justitie. Bij besluit van 15 maart 2010 heeft de minister een aanvraag van [appellante] tot inschrijving in het register beëdigde tolken en vertalers (hierna: het register) als tolk Nederlands-Spaans afgewezen en haar voor die talencombinatie op de zogenoemde uitwijklijst geplaatst. Bij besluit van 10 juni 2010 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 december 2011 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. [appellante] heeft een nadere reactie ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 januari 2013, waar [appellante], en de minister, vertegenwoordigd door mr. D.E.S. Tomeij, werkzaam bij de raad voor rechtsbijstand, zijn verschenen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. J.C. Kranenburg en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van staat. w.g. Van Kreveld w.g. De Leeuw-van Zanten voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2013 97-671. 1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, eerste volzin, van de Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: de Wbtv) is er een register voor beëdigde tolken en vertalers. Ingevolge artikel 3 dient de tolk dan wel de vertaler, om voor inschrijving in het register in aanmerking te komen, te voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen ten aanzien van de volgende competenties: - attitude van een tolk voor de tolk; - attitude van een vertaler voor de vertaler; - integriteit; - taalvaardigheid in de brontaal; - taalvaardigheid in de doeltaal; - kennis van de cultuur van het land of gebied van de brontaal; - kennis van de cultuur van het land of gebied van de doeltaal; - tolkvaardigheid voor de tolk; - vertaalvaardigheid voor de vertaler. Ingevolge artikel 5, aanhef en onder a, wordt de aanvraag tot inschrijving afgewezen indien de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 3 bedoelde eisen. Ingevolge artikel 37 zijn de artikelen 3 en 5, onderdeel a, gedurende een periode van twee jaar na inwerkingtreding van deze wet niet van toepassing op de inschrijving in het register van degenen die op het moment van inwerkingtreding van deze wet: a. werkzaam zijn als beëdigde vertaler in de zin van de wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëdigde vertalers; of b. definitief zijn ingeschreven in het landelijk kwaliteitsregister tolken en vertalers, bedoeld in de Tijdelijke regeling van 13 mei 2003 houdende machtiging van de Raad voor rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch tot het beheer van het landelijk kwaliteitsregister tolken en vertalers (Stcrt. 2003, 94). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Besluit beëdigde tolken en vertalers (hierna: het Bbtv) is er een commissie beëdigde tolken en vertalers (hierna: de commissie btv) Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder c, is de commissie btv belast met het adviseren over de competenties, genoemd in artikel 3 van de Wbtv. Ingevolge artikel 8, eerste lid, wordt een tolk of vertaler in het register ingeschreven, indien hij voldoet aan een of meer van de volgende eisen: a. hij beschikt over een of meer van de volgende getuigschriften waaruit blijkt dat hij met goed gevolg het examen heeft afgelegd ter afsluiting van een opleiding tot tolk of vertaler als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek: 1°. een getuigschrift waaruit blijkt dat het recht is verkregen om de titel baccalaureus te voeren; 2°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Bachelor is verleend; of 3°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Master is verleend; b. hij kan anderszins aantonen te voldoen aan de wettelijke competenties. Ingevolge het derde lid wordt een tolk of vertaler op wie het overgangsrecht van artikel 37 van de wet van toepassing is, in het register ingeschreven. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Regeling aanwijzing bewerker en mandaat register beëdigde tolken en vertalers (hierna: de Regeling) van 24 december 2008 (Stcrt. 2008, 250) heeft de minister de raad voor rechtsbijstand te 's-Hertogenbosch aangewezen als de instelling die het register bewerkt, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wbtv. De raad voor rechtsbijstand heeft voor de beoordeling van aanvragen tot inschrijving in het register het Besluit inschrijving Rbtv van 26 maart 2009 (Stcrt. 2009, 68; hierna: het Besluit inschrijving) vastgesteld. Volgens artikel 2 van het Besluit inschrijving kan, indien een tolk of vertaler niet beschikt over een diploma van een tolk- of vertaleropleiding op minimaal bachelorniveau, zij/hij worden ingeschreven in het Rbtv na overlegging van een getuigschrift waaruit blijkt dat de tolk of vertaler in de betreffende talencombinatie, c.q. vertaalrichting en vaardigheid een tolk- of vertalertoets heeft afgelegd die voldoet aan het door de raad voor rechtsbijstand vast te stellen/vastgestelde kader voor toetsen. Volgens artikel 3 kan de raad voor rechtsbijstand, indien voor een vaardigheid en/of talencombinatie, c.q. vertaalrichting geen toets beschikbaar is, in uitzonderlijke gevallen een verzoek tot inschrijving voorleggen aan de commissie btv. Daartoe moet de tolk of vertaler aantonen: • te beschikken over hbo-werk- en denkniveau en • te beschikken over taalvaardigheid in de betreffende talencombinatie of vertaalrichting(en) op het vereiste niveau en • minimaal vijf jaar ervaring te hebben als beroepstolk of -vertaler in de betreffende vaardigheid en talencombinatie c.q. vertaalrichting en • scholing te hebben gevolgd om tolk- of vertaalvaardigheid en -attitude te ontwikkelen. 2. Aan zijn besluit heeft de minister ten grondslag gelegd dat [appellante] niet voldoet aan het in artikel 8, derde lid, van de Bbtv neergelegde vereiste en dat zij evenmin voldoet aan de in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bbtv gestelde eisen. De minister heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat zij niet in het register kan worden ingeschreven op grond van artikel 3 van de Wbtv in samenhang bezien met artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bbtv. Volgens de minister heeft [appellante] weliswaar aangetoond te beschikken over een hbo-werk- en denkniveau en dat zij scholing heeft gevolgd met betrekking tot het ontwikkelen van tolkvaardigheid en -attitude maar heeft zij niet aangetoond dat zij het Spaans op hbo-niveau beheerst. Ook heeft [appellante] volgens de minister niet aangetoond dat zij minimaal vijf jaar werkervaring als beroepstolk heeft. 3. [appellante] bestrijdt het oordeel van de rechtbank dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat zij niet heeft aangetoond het Spaans op hbo-niveau te beheersen. Zij wijst erop dat zij in december 2011 een cursus Spaans op C1-niveau heeft gevolgd en dat zij daarvoor een hoog cijfer heeft behaald. Verder gaat zij dit jaar nog andere cursussen volgen. Voorts is de rechtbank ten onrechte voorbijgegaan aan de vraag of zij minimaal vijf jaar beroepservaring heeft, aldus [appellante]. 3.1. Het betoog faalt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 31 augustus 2011 in zaak nr. 201011478/1/H3), moet worden vooropgesteld dat uit artikel 3 van de Wbtv, gelezen in verbinding met artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a en b, van het Bbtv, en bezien in het licht van de geschiedenis van de totstandkoming van de Wbtv (Kamerstukken II, 2004/05, 29 936, nr. 8, blz. 8-9), voortvloeit dat een tolk slechts voor inschrijving in het register in aanmerking komt indien hij de taal waarvoor hij wenst te worden ingeschreven op hbo-niveau beheerst. In die uitspraak is voorts overwogen dat het op de weg van de tolk ligt om dit aan te tonen. Dat, zoals [appellante] stelt, haar overleden echtgenoot professor was aan de universiteit van San Salvador en haar familie, vrienden en kennissen het Spaans op hoog niveau spraken, betekent niet dat [appellante] objectief heeft aangetoond dat zij het Spaans op hbo-niveau beheerst. Met betrekking tot de door [appellante] gestelde praktijkervaring heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat deze onvoldoende zegt over het niveau waarop zij deze taal ten behoeve van het werk van een tolk beheerst.