Overgangswet
hoofdstuk Eerste
Algemeene bepalingen
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
hoofdstuk Tweede
Van meerderjarigheid, emancipatie en geregtelijke adsistentie vóór de invoering van het nieuwe wetboek verkregen
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
2. Het wordt echter aan den regter overgelaten om daartoe gronden vindende op daartoe gedane vordering, de geregtelijke adsistentie door het stellen onder curatele te vervangen. De vordering daartoe moet gedaan worden met in achtneming der voorschriften daartoe bij het nieuwe wetboek gegeven.
Artikel 11
hoofdstuk Derde
Van de adoptie en officieuse voogdij
Artikel 12
Artikel 13
hoofdstuk Vierde
Van de hypotheken en derzelver zuivering, en van de privilegien
Artikel 14
Artikel 15
2. Geene andere goederen dan die, welke bij de inschrijving bepaaldelijk zijn aangewezen, zullen door de hypotheek worden getroffen.
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
2. De toeziende voogden zullen zorgen dat dezelve plaats hebbe, of des noods, zelve inschrijving nemen, op straffe van vergoeding van kosten, schaden en interessen, zoo daartoe gronden zijn.
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
2. Deze bepaling is ook van toepassing op de goederen, die na de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek doch vóór den afloop der hiervoren bepaalde termijnen zijn verkregen.
Artikel 26
Artikel 27
Artikel 28
Artikel 29
2. De borderellen voor de inschrijving der wettelijke hypotheken in artikel 27bedoeld, moeten zijn ingerigt overeenkomstig de bepalingen van artikel 16.
3. Die voor de inschrijving der geregtelijke hypotheken, moeten zijn ingerigt overeenkomstig de voorschriften van art. 1231 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
Artikel 30
Artikel 31
Artikel 32
Artikel 33
Artikel 34
Artikel 35
Artikel 36
2. De borderellen kunnen geschreven worden op ongezegeld papier.
Artikel 37
hoofdstuk Vijfde
Van de regten der echtelieden, vóór de invoering van het nieuwe wetboek getrouwd
Artikel 38
hoofdstuk Zesde
Van echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding des huwelijks
Artikel 39
2. Indien niettemin de echtgenooten uit krachte van het vastgestelde bij artikel 281 van het Wetboek Napoleon, reeds voor den regter mogten zijn verschenen, kan die echtscheiding worden vervolgd, en uitgesproken, overeenkomstig de voorschriften van dat Wetboek en met dezelfde gevolgen.
Artikel 40
Artikel 41
Artikel 42
Artikel 43
Artikel 44
hoofdstuk Zevende
Van den lijfsdwang
Artikel 45
Artikel 46
hoofdstuk Achtste
Van het bewijs
Artikel 47
hoofdstuk Negende
Van mutuële en olographische testamenten en van erfstellingen over de hand
Artikel 48
Artikel 49
2. Olographische testamenten, welke onder het Wetboek Napoleon gemaakt, doch niet op de voorschreven wijze onder bewaring gesteld zijn, zullen nogthans daardoor niet krachteloos worden, wanneer de personen, door welke die testamenten zijn gemaakt, bij de invoering der nieuwe wetgeving, of binnen het jaar na die invoering, door krankzinnigheid of andere overmagt, tot de vereischte bewaargeving buiten staat geraakt zijn.
3. Van deze bepalingen zijn uitgezonderd de beschikkingen vermeld bij artikel 982 van het nieuwe burgerlijk wetboek.
Artikel 50
hoofdstuk Tiende
Van de tenietdoening ter zake van benadeeling
Artikel 51
hoofdstuk Elfde
Van de toepassing der straffen
Artikel 52
hoofdstuk Twaalfde
Van de aanhangige twistgedingen
Artikel 53
Artikel 54
2. Niettemin zullen de zaken, welke bij de regtbanken van eersten aanleg of van Koophandel aanhangig zijn en volgens de aangehaalde wet tot de bevoegdheid van den kantons-regter zouden behooren, door de arrondissements-regtbanken worden beslist.
Artikel 55
2. De bepaling van het laatste lid van het voorgaand artikel is ook op de reeds aanhangige correctionele zaken toepasselijk.
Artikel 56
2. Indien echter reeds voor dien tijd de beleedigde partij zich ingevolge de voorschriften van het fransche regt, civiele partij had gesteld, zal de regtsvordering over de schadevergoeding voor den regter in strafzaken worden voortgezet, om het even of deze ingevolge de bepalingen van het nieuwe wetboek al dan niet bevoegd is daarvan kennis te nemen.
Artikel 57
2. De cassatien zullen gebragt worden bij den hoogen raad.
hoofdstuk Dertiende
Van het beroep in cassatie tegen arresten door het hoog geregtshof te 's-Gravenhage en tegen vonnissen door de regtbanken binnen het ressort van dat hof gewezen
Artikel 58
Artikel 59
hoofdstuk Veertiende
Van de bemoeijenissen der kantons-regters