1. Met de opsporing van overtredingen van de in artikel 2bedoelde algemene maatregel van bestuur zijn, onverminderd
artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de
artikelen 179tot en met
182en
184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
3. De
artikelen 5:13,
5:15,
5:16,
5:17en
5:20 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren.
4. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de in artikel 2bedoelde algemene maatregel van bestuur.
5. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van
artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaar.