Artikel 1
1. De archieven van de voormalige wees- en momboirkamers van gemeenten, die geen eigen archivaris en geene doelmatige archiefbewaarplaats hebben, worden overgebracht naar de Rijksarchiefbewaarplaatsen in de hoofdplaatsen van de provinciën, waarin de gemeenten gelegen zijn,
2. Indien eene wees- en momboirkamer hare werkzaamheid binnen het grondgebied van meer dan eene provincie uitgeoefend heeft, is de Rijksarchiefbewaarplaats in de hoofdplaats van die provincie, waarbinnen de Kamer gezeteld heeft, tot bewaring van het archief bestemd.
3. Ten aanzien van de provincie Zuidholland geschiedt deze overbrenging naar de Algemeene Rijksarchiefbewaarplaats te 's-Gravenhage.
2. Indien eene wees- en momboirkamer hare werkzaamheid binnen het grondgebied van meer dan eene provincie uitgeoefend heeft, is de Rijksarchiefbewaarplaats in de hoofdplaats van die provincie, waarbinnen de Kamer gezeteld heeft, tot bewaring van het archief bestemd.
3. Ten aanzien van de provincie Zuidholland geschiedt deze overbrenging naar de Algemeene Rijksarchiefbewaarplaats te 's-Gravenhage.