Artikel 1
Als organisaties, voor welke het verbod van het eerste lid van artikel 1 der Wet op de weerkorpsen niet geldt, worden toegelaten:
a. de organisatie, bekend als "Bijzondere Vrijwillige Landstorm", zijnde de organisatie van hen, die hetzij als dienstplichtigen, hetzij op grond van een vrijwillige verbintenis, hetzij als behoorende tot het reserve-personeel, deel uitmaken van het verlofspersoneel der Koninklijke landmacht en zich beschikbaar stellen om na verkregen machtiging van Onze Minister van Defensie - ter handhaving of herstel van de openbare orde en rust - vrijwillig in werkelijken dienst te komen, mits deze organisatie voldoet aan de bepalingen van § II van dit besluit;
b. de organisaties, bekend als "Vrijwillige Burgerwachten", zoolang zij als zoodanig op den voet van het bepaalde in § III van dit besluit door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken zijn erkend;
c. weerbaarheidsvereenigingen en schietvereenigingen, zoolang zij op den voet van het bepaalde in § IV van dit besluit door Onzen Minister van Defensie zijn erkend.
a. de organisatie, bekend als "Bijzondere Vrijwillige Landstorm", zijnde de organisatie van hen, die hetzij als dienstplichtigen, hetzij op grond van een vrijwillige verbintenis, hetzij als behoorende tot het reserve-personeel, deel uitmaken van het verlofspersoneel der Koninklijke landmacht en zich beschikbaar stellen om na verkregen machtiging van Onze Minister van Defensie - ter handhaving of herstel van de openbare orde en rust - vrijwillig in werkelijken dienst te komen, mits deze organisatie voldoet aan de bepalingen van § II van dit besluit;
b. de organisaties, bekend als "Vrijwillige Burgerwachten", zoolang zij als zoodanig op den voet van het bepaalde in § III van dit besluit door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken zijn erkend;
c. weerbaarheidsvereenigingen en schietvereenigingen, zoolang zij op den voet van het bepaalde in § IV van dit besluit door Onzen Minister van Defensie zijn erkend.