BWBR0002471
Geldig vanaf 2011-12-22
Artikel 28a
Wet op de loonbelasting 1964
1. Bij ministeriële regeling wordt bepaald van welke gegevens opgave wordt verlangd in geval van een onjuiste of onvolledige aangifte en kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop, de vorm waarin en de termijnen waarbinnen die gegevens worden verstrekt.
2. De inhoudingsplichtige of gewezen inhoudingsplichtige is gehouden, al dan niet op verzoek van de inspecteur, door middel van een correctiebericht de juiste en volledige gegevens, bedoeld in het eerste lid, te verstrekken indien:
a. hij in het kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in het kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is;
b. de inspecteur in het kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in het kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is;
c. hij binnen vijf jaren na het einde van een verstreken kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in dat kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is en: 1°. die aangifte niet is hersteld;
2°. de aangiftetermijn van de laatste aangifte over dat kalenderjaar is verstreken;
1°. die aangifte niet is hersteld;
2°. de aangiftetermijn van de laatste aangifte over dat kalenderjaar is verstreken;
d. de inspecteur binnen vijf jaren na het einde van een verstreken kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in dat kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is en: 1°. die aangifte niet is hersteld;
2°. de aangiftetermijn van de laatste aangifte over dat kalenderjaar is verstreken.
1°. die aangifte niet is hersteld;
2°. de aangiftetermijn van de laatste aangifte over dat kalenderjaar is verstreken.
3. Een correctiebericht als bedoeld in het tweede lid is geen bezwaarschrift in de zin van de <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>.
4. Indien bij de aangifte een correctiebericht is ingediend en het saldo van de te betalen belasting van de aangifte en het correctiebericht positief is, is de inhoudingsplichtige, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>, gehouden dit saldo aan de ontvanger te betalen. Voorzover het bedrag van het correctiebericht in mindering wordt gebracht op de bij de aangifte te betalen belasting, wordt belastingrente vergoed overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>. De inspecteur stelt het bedrag van de belastingrente vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
5. Bij toepassing van het vorige lid wordt een betaling zoveel mogelijk toegerekend aan het correctiebericht.
6. Voor toepassing van de <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 20</a>, <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/67c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">67c</a>en <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/67f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>, wordt met geheel of gedeeltelijk niet betaald zijn van belasting die op aangifte behoort te worden afgedragen gelijkgesteld het geval waarin naar aanleiding van een ingediend correctiebericht te veel is gesaldeerd of teruggegeven.
7. In aanvulling op <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 20, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>vervalt, indien te veel is gesaldeerd, de bevoegdheid tot naheffing door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de saldering heeft plaatsgevonden.
2. De inhoudingsplichtige of gewezen inhoudingsplichtige is gehouden, al dan niet op verzoek van de inspecteur, door middel van een correctiebericht de juiste en volledige gegevens, bedoeld in het eerste lid, te verstrekken indien:
a. hij in het kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in het kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is;
b. de inspecteur in het kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in het kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is;
c. hij binnen vijf jaren na het einde van een verstreken kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in dat kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is en: 1°. die aangifte niet is hersteld;
2°. de aangiftetermijn van de laatste aangifte over dat kalenderjaar is verstreken;
1°. die aangifte niet is hersteld;
2°. de aangiftetermijn van de laatste aangifte over dat kalenderjaar is verstreken;
d. de inspecteur binnen vijf jaren na het einde van een verstreken kalenderjaar met betrekking tot een aangifte over een tijdvak in dat kalenderjaar constateert dat die aangifte onjuist of onvolledig is en: 1°. die aangifte niet is hersteld;
2°. de aangiftetermijn van de laatste aangifte over dat kalenderjaar is verstreken.
1°. die aangifte niet is hersteld;
2°. de aangiftetermijn van de laatste aangifte over dat kalenderjaar is verstreken.
3. Een correctiebericht als bedoeld in het tweede lid is geen bezwaarschrift in de zin van de <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>.
4. Indien bij de aangifte een correctiebericht is ingediend en het saldo van de te betalen belasting van de aangifte en het correctiebericht positief is, is de inhoudingsplichtige, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>, gehouden dit saldo aan de ontvanger te betalen. Voorzover het bedrag van het correctiebericht in mindering wordt gebracht op de bij de aangifte te betalen belasting, wordt belastingrente vergoed overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>. De inspecteur stelt het bedrag van de belastingrente vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
5. Bij toepassing van het vorige lid wordt een betaling zoveel mogelijk toegerekend aan het correctiebericht.
6. Voor toepassing van de <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 20</a>, <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/67c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">67c</a>en <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/67f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>, wordt met geheel of gedeeltelijk niet betaald zijn van belasting die op aangifte behoort te worden afgedragen gelijkgesteld het geval waarin naar aanleiding van een ingediend correctiebericht te veel is gesaldeerd of teruggegeven.
7. In aanvulling op <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 20, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>vervalt, indien te veel is gesaldeerd, de bevoegdheid tot naheffing door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de saldering heeft plaatsgevonden.