Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
«ambtenaar»: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld om in burgerlijke openbare dienst bij de Staten-Generaal werkzaam te zijn;
«bevoegd gezag»: het tot aanstelling bevoegd gezag, bedoeld in het derde lid;
«griffier»: de door elk der kamers benoemde griffier;
«kamer»: de desbetreffende Kamer der Staten-Generaal.
2. De in dit besluit bedoelde bevoegdheden van de kamer kunnen uitsluitend worden uitgeoefend ten aanzien van de ambtenaren die in dienst zijn van de desbetreffende kamer.
3. De kamer, het presidium van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, onderscheidenlijk de huishoudelijke commissie van de Eerste Kamer der Staten-Generaal is het bevoegd gezag.
«ambtenaar»: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld om in burgerlijke openbare dienst bij de Staten-Generaal werkzaam te zijn;
«bevoegd gezag»: het tot aanstelling bevoegd gezag, bedoeld in het derde lid;
«griffier»: de door elk der kamers benoemde griffier;
«kamer»: de desbetreffende Kamer der Staten-Generaal.
2. De in dit besluit bedoelde bevoegdheden van de kamer kunnen uitsluitend worden uitgeoefend ten aanzien van de ambtenaren die in dienst zijn van de desbetreffende kamer.
3. De kamer, het presidium van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, onderscheidenlijk de huishoudelijke commissie van de Eerste Kamer der Staten-Generaal is het bevoegd gezag.