1. De commissie bestaat uit elf leden, waarvan Onze Ministers van Buitenlandse Zaken, van Binnenlandse Zaken, van Financiën, van Defensie, van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken, van Landbouw en Visserij, van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en van Onderwijs en Wetenschappen er ieder één aanwijzen.
2. Onze in het eerste lid bedoelde Ministers wijzen voor ieder door hen aangewezen lid tevens een plaatsvervanger aan. De plaatsvervangers kunnen desgewenst de vergadering van de commissie met raadgevende stem bijwonen. Bij afwezigheid ter vergadering van het lid dat hij vervangt kan de plaatsvervanger bij de besluitvorming van de commissie een stem uitbrengen.
3. Als leden en plaatsvervangers zijn voor de eerste maal aangewezen de zittende leden onderscheidenlijk plaatsvervangende leden van de voorlopige Interdepartementale Waddenzeecommissie.