Artikel 2 Voor diergeneesmiddelen welke ingevolge artikel 5, eerste lid, onder c van het besluit niet behoeven te worden geregistreerd wordt vrijstelling verleend van het in artikel 32, eerste lid, van de wet gestelde verbod ten behoeve van de bereiding van gemedicineerd voerder.
Artikel 3 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop artikel 32 van de wet in werking treedt. 2. Deze regeling kan worden aangehaald als: Vrijstellingsregeling gemedicineerd voeder.