De aanstelling van de ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement die aansluitend aan zijn indiensttreding een opleiding volgt geschiedt in tijdelijke dienst voor de duur van die opleiding.
In de akte van aanstelling wordt vermeld voor hoeveel uren het dienstverband wordt aangegaan. Daarnaast wordt schriftelijk meegedeeld hoeveel uren van het dienstverband zijn bestemd voor het volgen van de opleiding.
Voor de toepassing van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 worden de uren die voor het volgen van de opleiding zijn bestemd, aangemerkt als arbeidsuren, met dien verstande dat geen overwerkvergoeding wordt toegekend voor extra uren besteed aan de opleiding.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 1985.