Onze Minister wijst ambtenaren als bedoeld in
artikel 11, eerste lid, van de Wet energiebesparing toestellen aan:
a. voor zover het betreft het toezicht op de naleving van het bij of krachtens genoemde wet bepaalde met betrekking tot het installeren van toestellen of installaties in gebouwen, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
b. voor zover het betreft het toezicht op de naleving van het bij of krachtens genoemde wet bepaalde met betrekking tot vervoermiddelen en onderdelen daarvan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
c. voor zover het betreft ambtenaren die onder een andere dan Onze Minister ressorteren, in overeenstemming met die andere minister.